Opening tentoonstelling Beyond Borders

Opening tentoonstelling Beyond Borders

op 22 januari 2003 te Groningen


Dames en heren, vrienden en vriendinnen,

Hartelijk welkom bij de opening van de tentoonstelling "Beyond Borders".
Deze expositie mag in alle opzichten een bijzondere tentoonstelling genoemd worden. Zo laat de catalogus over deze tentoonstelling weten dat (ik citeer): mensen met zeer uiteenlopende nationaliteiten en kunstdisciplines uitdrukking geven aan emoties die een vluchtelingenbestaan met zich meebrengt. Zoals onzekerheid over de toekomst, angst voor de asielprocedure, heimwee naar de eigen vertrouwde cultuur, nieuwsgierigheid naar Nederland en Nederlanders.
Dat is niet niks: in één adem, of liever gezegd: in één opening, zullen vandaag een complex aan gegevens voor u onthuld worden. Aan mij de eer om met een paar woorden u enkele handvaten te geven om deze complexiteit te ontrafelen. Dat brengt weer eigen problemen met zich mee: tenslotte spreek ik u toe als coördinator van AIDA, de organisatie die zich inzet voor onderdrukte en vervolgde kunstenaars, waar ik alleen al dagen over zou kunnen praten.
Kortom, dames en heren, waar zal ik het vandaag met u over hebben, waar zal ik beginnen over te praten: over deze kunst? Over vervolgde kunstenaars? Over deze kunstenaars? Over dit kunstproject? Over uiteenlopende nationaliteiten? Of over de plaats waar wij ons nu bevinden, in Groningen?

Laten wij om te beginnen vaststellen, dat u overduidelijk uitgenodigd bent om de opening van een tentoonstelling bij te wonen. Vrienden en vriendinnen, hier moet ik u onmiddellijk iets bekennen: persoonlijk kan ik dit niet een ‘tentoonstelling’ noemen. Waarom noem ik dit geen tentoonstelling, en als het dat niet is, wat is het dan wel?

Alleen de titel al suggereert, dat wij met een uitzonderlijke gebeurtenis te maken hebben: ‘Beyond Borders’ leidt ons naar het onbegrensde. Voorbij iedere grens. Niet aan aardse voorwaarden gebonden. Het bovennatuurlijke. Welhaast een plaats waarin wij met het goddelijke in contact kunnen komen.
Het komt er op neer dat wij ons zullen moeten afvragen met welke goddelijke waarheid wij hier in contact kunnen treden. Hier wordt kunst getoond van maar liefst 25 vluchtelingen, die samen 15 landen bestrijken, van Afghanistan tot Zimbabwe.

Dit manifest van deze 25 mensen, "Beyond Borders", roept bij mij het beeld op van een andere gebeurtenis. Nog geen drie weken geleden was ik in Thailand. Aan de kust – op een steenworp afstand van Pattaya – de plaats bij uitstek van een uit de hand lopende toerisme-industrie, wordt een kasteel gebouwd uit hout. Honderd meter hoog, honderd meter lang. De bouw werd begin jaren tachtig gestart in opdracht van een steenrijke Japanner. Deze man had groot geld verdiend met een hotelketen langs de Thaise kusten. De Japanner nam een paar honderd houtsnijders in dienst om een kasteel te bouwen naar zijn ontwerp. Al meer dan twintig jaar zijn deze houtsnijders bezig om een immens monument gestalte te geven, een kasteel met vier hoofdingangen. Wanneer over een jaar of tien het kasteel afgerond zal zijn, zullen zij kunnen beginnen met de herstelwerkzaamheden van de eerste bouwstukken. Het kasteel gaat de geschiedenis in met de naam "Sanctuary of Truth": heilige plaats van waarheid. Via verschillende kunstvormen wordt de onlosmakelijke verbinding uitgedrukt tussen mens en wereld. In dit geval worden de Indische, Cambodjaanse, Chinese en Thaise culturen als eenheid van het oosterse denken in beeld gebracht. De universele rijkdom van moraliteit en spiritualiteit van het Oosten – ongeacht nationaliteit of religie – tegenover het harde materialisme en de verheerlijking van geavanceerde technologie door het Westen.
Vrienden en vriendinnen, is hier in Groningen niet precies hetzelfde het geval? Moeten wij – om het kasteel van Thailand te parafraseren – in dit geval de stad Groningen zien als de steenrijke Japanner? Brengen – op hun beurt – deze 25 kunstenaars van 15 nationaliteiten via de kunsten het onbegrensde van de menselijke beschaving in beeld?

Laat ik niet overdrijven. Wij bevinden ons niet in een heiligdom. We zijn overduidelijk in een kunstencentrum. Immers de kleuren spatten van de muren. U wordt, laten wij het aards en eenvoudig houden, verleid om kennis te maken met de beeldende kunsten van vluchtelingen en migranten. Kennelijk is het gelukt uw belangstelling te wekken, want ik neem aan dat u niet alleen voor het glas wijn gekomen bent dat wij straks zullen nuttigen.

Dat u vandaag hier bent is op zich niet vreemd, sterker nog: u bent zeer trendbewust.
Vandaag de dag is het bijwonen van een tentoonstelling door vluchtelingen op zich zelf al een politieke daad! Het is een stemverklaring, van welhaast groter belang dan de gang naar het stemlokaal.
Toch zal de vraag gesteld moeten worden, of u door het tonen van 25 kunstenaars die overduidelijk niet uit het westen komen, een indruk kan krijgen van niet-westerse kunsten. De belangrijke vraag die daaraan vooraf gaat is: "Bestaat er zoiets als westerse en niet-westerse kunst? En zo ja, waarin verschillen die twee dan van elkaar?
Bestaat het niet-westerse louter uit het feit dat de kunstenaars zelf niet uit het westen komen? Maken deze kunstenaars in dat geval andere kunst, met andere woorden: verschillen hun gedachten en inspiraties van ons westers denken?
Bovendien zullen wij ons moeten afvragen of welk verschil dan ook er nog toe doet, nu wij via internet werkelijk alles kunnen zien wat wij willen.
Waar iemand vandaan komt, en om welke reden, lijkt er niet meer toe te doen, de beelden zelf zullen moeten aanspreken, zullen mooi gevonden moeten worden.
De terechte vraag luidt dan ook: zijn deze belden die wij vandaag zien, het waard om bekeken te worden? Zijn zij het waard om een tentoonstelling genoemd te woorden? Met andere woorden: Zijn zij ‘kunst’?

Op zich is de vraag duidelijk. Ingewikkelder wordt het pas, wanneer je probeert om zo’n vraag te beantwoorden. En nòg ingewikkelder wordt het – dan kan ik u verzekeren – wanneer je het eenmaal gevonden antwoord weer wilt doorvertellen aan anderen, iets wat op dit moment – met het houden van deze toespraak – tòch maar even van mij verwacht wordt.
Niet voor niets herinnert mij deze vraag "Wat is kunst?" aan een brief, die de schrijver Arthur Koestler in april 1944 ontving. Ik weet van deze brief, omdat u hem kunt terugvinden in zijn boek "De yogi en de volkscommissaris". Daarin schrijft Koestler:

Beste korporaal Jeff,
Ik ontving je alarmerende brief en zal mijn best doen om die te beantwoorden. Je schreef: Ik ben twee en twintig jaar. Voor ik opgeroepen werd was ik radiomonteur. Ik schrijf u om te vragen welke kritieken ik moet lezen om een betrouwbare gids te hebben om boeken te kopen. Ik kan me slechts veroorloven één boek per maand te kopen. Soms krijg ik kranten in handen. Maar meestal zijn de kritieken iets te moeilijk voor me…..Er is bijna niemand in mijn groep die zich voor boeken interesseert….ons kamp ligt nogal achteraf.

In deze brief staat precies het dilemma, waar ik het met u over wil hebben, al heeft korporaal Jeff het niet over de beeldende kunsten – zoals in ons geval deze tentoonstelling – maar over de literatuur. Maar u zult het met mij eens zijn, dat literatuur toch ook kunst is, nietwaar?

Wat was het antwoord van Arthur Koestler op deze brief? :

Wie heeft jou verteld dat je om te kunnen genieten van lezen, je moest kwellen met die geleerde kritieken? Het lijkt mij een uiterst verkeerde manier om het te benaderen.
Zal ik je iets vertellen? Ik woonde lange tijd in Frankrijk en ik ben gek op wijn. Enkele van mijn vrienden, die opgegroeid waren tussen de wijngaarden, hadden het bewonderenswaardige vermogen om je, na even te hebben geroken en geproefd, te kunnen vertellen in welke provincie de wijn gekweekt en in welk jaar ze geoogst was. Ze hadden lange gesprekken over dit kasteel en dat jaar, en over wonderlijke wijnoogsten, waarvan ik nooit gehoord heb. Ik voelde me er buiten staan, vernederd, afgunstig, boos. Deze meesters in het drinken waren, kortom, net iets te knap voor mij. Ik probeerde hen na te doen door me als een gek en zonderling in te spannen – knarsetandend wijn te drinken. Totdat ik op een avond volkomen en gelukkig dronken werd, nadat ik alles in de verkeerde volgorde en met het verkeerde eten had gedronken.
En nu keren we terug naar je vraag. De raad die ik je geef is: Lees voor je plezier man!
Ga naar de leeszaal of het boekenstalletje, sla een boek open, snuffel er in, lees een bladzijde en je zult vanzelf zien of je het wilt lezen of niet. Dwing je er nooit toe een boek te lezen – het is verspilde moeite. Dat boek is goed voor je, dat juist zoveel aandacht vraagt, dat je de radio moest afzetten. Als het goede boek je op het goede moment in handen valt, kun je niet ophouden erin te lezen.

Geloof mij, zo is het ook met de beeldende kunsten. Dit is geen tentoonstelling, maar een proeflokaal of een openbare bibliotheek van de kunsten. Het is net wat u verkiest: Het proeflokaal voor wie van een goed glas wijn houdt, de openbare bibliotheek als u liever boeken leest. U heeft de juiste beslissing genomen om te komen snuffelen of proeven. Laat u niet leiden door enige kunstopvatting of cultuur-antropologische verhandeling; laat u niet leiden door onzinnige indelingen in kunststromingen zoals ‘echte’ kunst, ‘niet-westerse’ kunst, en ‘vluchtelingen’ kunst. En laat u vooral niet afleiden door de fijnproever of de bibliothecaris.
Gebruik al uw zintuigen om het opperste genot te bereiken: uw oren om te horen, uw ogen om te zien, uw neus om te ruiken, uw tong om te proeven. Gebruik al uw ledematen om te voelen wat deze kunst u doet.
Sla gerust één van de kunstwerken open, ruik en proef de vormen en de kleuren, en u zult vanzelf wel zien, hoe dronken u zult raken van deze kunst.
Heeft u de smaak eenmaal te pakken en kunt u er geen genoeg van krijgen: neemt u er gerust ééntje mee naar huis, maar dan wel graag even afrekenen bij de kassa.
Raakt u over een bepaalde wijnoogst niet uitgesproken, bent u reddeloos gevallen voor een bepaald kasteel of een bepaalde provincie, pak uw koffer en ga op reis. Bezoek het kasteel van deze kunstenaar, want die heeft vast nog meer lekkere wijntjes voor u in zijn kelder staan.

Ik zie dat u al op reis bent. Uw nieuwsgierigheid is gewekt.

U nadert de brug van het kasteel. U ziet dat u niet alleen bent.

U voelt dat u op het goede moment het goede kasteel voor u hebt.

Aarzel niet, maar gaat u verder.

U gaat het kasteel binnen.

Geef uw ogen goed de kost, bedenk dat elk lijntje, elke laag, elke kleur, kleur voor kleur met de grootste zorgvuldigheid is aangebracht.

U bent binnen. Uw zoektocht kan beginnen.

U zult in alle kleuren en geuren uw verlangens, liefdes en obsessies tegenkomen.

Ik wens u een goede reis!

Met deze woorden verklaar ik de tentoonstelling voor geopend.


Herman Divendal Amsterdam, januari 2003