Film

Het is vanzelfsprekend dat kunstenaars in landen waar met de mensenrechten slordig wordt omgesprongen, gesteund moeten worden door hun meer fortuinlijke collega's, dat ik er zo gauw geen vernuftig argument voor aan weet te dragen. Dat die steun ook vele moede filmers en fotografen toekomt, spreekt al evenzeer vanzelf" – Johan van der Keuken, 1991 (filmmaker).

 

En zo is het maar net. Nog mooier wordt het wanneer het lukt om eveneens iets met het gedachtengoed zèlf voor elkaar te krijgen, zoals bijvoorbeeld de films van filmmakers.
Op het punt van filmvertoningen heeft AIDA een paar noemenswaardige successen geboekt.
De clandestien gemaakte film van Miguel LittÍn, "Acte General de Chile" – een bloedstollend verslag van de hele onderneming kan men lezen in het boek van Gabriel Garcia Márquez, Clandestien in Chili – het verhaal van de filmer Miguel LittÍn" (Meulenhoff, 1986, in vertaling door Mieke Westra) werd dankzij AIDA in Nederland vertoond.
Miguel LittÍn over de film: "Ons plan was op papier heel simpel, maar in de praktijk was er een groot risico aan verbonden: we wilden een clandestiene documentaire maken over de situatie in Chili na twaalf jaar militaire dictatuur. Dat idee was een droom die al lange tijd door mijn hoofd spookte, omdat de beelden van het land verloren waren gegaan in de nevels van mijn nostalgie, en voor een filmer is er geen trefzekerder methode om het verloren land te hervinden dan het van binnenuit te filmen".
De Iraanse cineast Kioumars Deram Bakhsh weet hier alles van, omdat geen van de documentaires die hij in Iran gemaakt had, ooit vertoond waren. Nadat hij de films onder uiterst moeilijke omstandigheden uit het land heeft weten te smokkelen, hebben deze hun wereldpremière kunnen beleven tijdens de door AIDA georganiseerde prgramma's in 1989 te Amsterdam.
Toen de filmmakers Vuk Janic en Antonije Zalica hun werkzaamheden bij het 'Saga-Sarajevo-videocollectief' – de groep filmmakers die de wereld via beelden verslag deed van de gruwelijke granaataanvallen op Sarajevo en de gevolgen ervan voor de bevolking die als ratten in het dal werden beschoten – noodgedwongen moesten beëindigen en naar Nederland waren gevlucht, heeft AIDA hen alle denkbare steun verleend om hun vak weer op te kunnen pakken in Nederland. Inmiddels heeft Antonije Zalica zijn eerste roman gepubliceerd, "Gele Sneeuw" (Meulenhoff, 2001, in vertaling door Reina Dokter), en heeft Vuk Janic met onder meer zijn film "Het laatste Joegoslavische elftal", alsook zijn bijdrage aan de Nederlandse filmversie van de Tien Geboden (i.c. het eerste gebod) zijn naam definitief geschaard onder de nieuwe generatie van belangrijke Nederlandse documentairemakers .
AIDA weet hoe belangrijk het is dat kunstenaars, die vanwege de vervolging in hun eigen land hebben moeten vluchten, maar één wens hebben: hun bestaan als kunstenaars te kunnen voortzetten.
In die zin is het door AIDA geïnitieerde filmproject, dat in 1998 door de RVU voor televisie werd geproduceerd, buitengewoon geslaagd geweest: Vijf gevluchte filmmakers hebben elk 10 minuten film gemaakt. Samen werd dit de film In Holland staat een huis, ja, ja.. De deelnemers aan dit project waren:

Amiran Tchikhinashvili (Georgië, animatiefilmer) maakt een film Vissen, met door hemzelf geboetseerde kleifiguren, over twee vrienden die hun land ontvluchten. Pas als ze erkenning krijgen voor wat ze hebben meegemaakt wordt hun huis een echt thuis.
Soheila Najand (Iran, filmmaker/beeldend kunstenaar reconstrueert in een documentaire Goedendag mevrouw reconstrueert zij drie persoonlijke ervaringen, waarin de botsing van culturen, de verschillen tussen haar 'thuisland' en haar 'huisland' een belangrijke rol spelen.

Jennifer Yiu Ja Feng (China, filmmaker) maakte een documentaire Moeder en zoon, waarin ze haar ervaringen reconstrueert om haar zoon Wang Guan, die vijf jaar was toen ze vluchtte, naar Nederland te krijgen. Zonder haar kind zal ze zich nooit ergens thuis kunnen voelen.
Vuk Janic (ex-Joegoslavië) maakt een slapstick-achtige speelfilm Thuis, waarin de Bosnische vluchteling Bernard van een toegewezen huis een thuis moet zien te maken. Het huis wordt al snel zijn tweede ontheemde zelf en ontpopt zich als een niet te onderschatten vijand.
Miguel Petchkovski is een filmmaker/beeldend kunstenaar uit Angola. Aanvankelijk vluchtte hij naar Portugal, maar in 1987 kwam hij naar Nederland. Hij maakt een korte, surrealistische speelfilm Ylunga, over een schoonmaker uit Afrika die in het Tropenmuseum werkt en daar per ongeluk een nacht wordt opgesloten. Deze gedwongen opsluiting doet hem zijn culturele identiteit hervinden, waarna hij, trots en gesterkt, zich beter thuisvoelt in de Nederlandse maatschappij.