Pelo Lemba
Pelo Lemba – the best
VAN JE BUREN MOET JE HET HEBBEN
door Herman Divendal
22-11-2002
Pelo Lemba is van kindsaf beeldend kunstenaar. Op de Kunstacademie in Kinshassa leerde hij zijn persoonlijk kleurpalet kennen. Hij verkoos olieverf, want dan kon hij tussendoor ‘buurten’. Zijn brood verdiende hij met het maken van reclameborden en met de verkoop van schilderijen. Het verging Pelo Lemba naar omstandigheden goed. In buurland Rwanda mocht het onrustig zijn, maar dat leek Zaïre niet te deren. Dit veranderde nadat er in 1994 in Rwanda een genocide had plaatsgevonden onder Tutsi’s en er in een tegenoffensief meer dan een miljoen Hutu’s het noorden van Zaïre in gedreven werden. President Mobutu van Zaïre gooide het op een akkoordje met de Hutu’s om de Tutsi’s in eigen land het hoofd te bieden. Deze Tutsi’s op hun beurt sloten een alliantie met rebellenleider Laurent-Désiré Kabila om Mobutu en zijn vrienden te verdrijven.
Pelo Lemba kreeg het benauwd in Kinshassa. Hij vertrok naar Kikwit. Daar hield hij atelier aan eigen huis. De meeste schilderijen maakte hij op bestelling voor hoteleigenaren die ze doorverkochten. Openbare gebouwen zoals het algemeen ziekenhuis en een school voorzag hij van kleurrijke muurschilderingen. Trots signeerde hij ze met "Pelo Lemba- the best". Zijn schilderijen stelde hij tentoon tegen de gevel van zijn huis. Als hij een ommetje maakte hield zijn jongste broer een oogje in het zeil.
Toen Kabila in 1997 het gehate regime van Mobutu verdreef en Zaïre uitriep tot Democratische Republiek Congo was Pelo Lemba een tevreden man. Democratie betekende volgens Pelo immers "Vrijheid van meningsuiting". Vanaf nu kon hij zeggen wat hij wilde. Toen Kabila – gelijk zijn voorgangers – dreigde weg te zakken in een zelfde poel van politieke chaos, etnische tegenstellingen en nepotisme, vond hij dat hij als kunstenaar een stem van protest moest laten horen.
Pelo Lemba: " Ik maakte één tekening waarop Kabila heel groot stond afgebeeld. De rest van het land tekende ik als een soort mierennnest. De mensen konden als mieren worden beschouwd. Naast Kabila had ik lege drankflessen getekend. Hierachter had ik ook Tutsi’s getekend die in vlammen opgingen. Dit betekende dat de Tutsi’s die Kabila vroeger aan de macht hadden geholpen, thans stank voor dank kregen. In het vooraanzicht van Kabila tekende ik de doden van de genocide van Hutu’s. Dit was mijn manier om de door Kabila bedreven massamoorden aan de kaak te stellen.
Op 31 augustus 2000 exposeerde ik – zoals altijd – mijn tekeningen tegen de voorgevel. ’s Avonds zette ik mijn spullen binnen en ging met vrienden stappen. Mijn jongste broer zou op mijn huis passen. Toen ik ’s nachts thuiskwam zag ik dat de deur van het huis was geforceerd. Binnen trof ik een ravage aan. Alles was vernield of verscheurd. Het schilderij van Kabila was verdwenen. Ik ging naar mijn beste buurman. De buurman vertelde dat er militairen waren geweest en dat zij hadden huisgehouden in mijn atelier. Mijn broer was hardhandig meegenomen. Mijn buurman raadde aan om mijn broer niet te gaan zoeken. Volgens hem was het het beste om heel ver van dit land weg te gaan." Pelo Lemba vertrok meteen. In november 2002 vroeg hij asiel aan in Nederland.
De vreemdelingendienst gaf hem geen politiek asiel, omdat de dienst "het niet op voorhand aannemelijk acht dat hij, die naar zijn zeggen vóór de tentoonstelling van het schilderij niet politiek actief was geweest, louter door deze expositie genoopt zou zijn tot vluchten. In dit verband wordt voorts in overweging genomen dat de door Pelo Lemba gestelde inval in zijn woning berust op informatie van een niet-objectiveerbare bron (zijn buurman)." Voor Pelo is zo’n opmerking verbijsterend. Alsof je als politiek activist geboren moet zijn. Het ergert hem het meeste dat zijn buurman – in zijn ogen de meest betrouwbare bron denkbaar – als onbetrouwbare informatie wordt beschouwd. Hij had ze nog zo verteld, dat hij het ook zelf had geconstateerd aan de voetafdrukken in zijn atelier. "Hoe kon u zien aan de voetsporen dat het militairen betrof?", wilde de vreemdelingdienst weten. Pelo Lemba: "Bij ons zie je voetafdrukken. Het ging niet om gewone voetsporen. Je kunt een militair herkennen aan zijn schoenen. Zij zijn anders dan normale schoenen, want het zijn boots. De groeven van de schoenzolen zijn erg speciaal. Het ging niet om gewone voetsporen. Jullie zien geen sporen. Bij jullie is alles beton".
Pelo Lemba moet Nederland verlaten.