De Reis – literaire concerten

3 literaire concerten

14.09.2000, Amsterdam. De Reis tussen mensen Afrika (Ethiopië)
15.09.2000, Eindhoven. De Reis uit en thuis Centraal-Azië (Uighur) 
20.09.2000, Vlissingen. De Reis van de verandering Latijns-Amerika (Chili)

Korte omschrijving van het programma:
De Reis tussen mensen
Afrika (Ethiopië)

De acteurs:
Zangeres: Minyeshu Kifle Tedla (Ethiopië)
Naam groep: Minyeshu + Chewata
Musici/instrumenten: Biniam Berhe (Ethiopië) /krar + masinko (traditionele snaarinstrumenten) Rico Alberto (Eritrea) /basgitaar
Osama Mileegi (Sudan) /bongo's en overige percussie
Dichters: Dorpsoudste de Jong (Nederland)
Bart FM Droog (Nederland)
Eddie Kagie (Nederland)
Reisjournalist: Michel Schöpping (Nederland), geluidsmaker films

Première donderdag 14 september 2000, [Nes]De Brakke Grond), Amsterdam

Liedvoorbeelden – sfeerbepaling voor de avond:

Katchamale ("Catch a male")

From Addis Ababa to Makale
From South to North
From me to my love's place
Katchamale is running in between

From Shewa to Tigray
From warm to hot
Oromo, Afar and Tigray getting on
Space is narrowing and passengers crowd together
They're all putting their ears to the ground
They're all entering my mind

From one stop to the next
From one change of scenery to another
The bodylanguage of the people
The melody and rhythm of their tongues speaking
Their customs are changing

From Addis Ababa to Makale
From South to North
From me to my love's place
Katchamale is running in between

From mouth to ear
From the bus its nose to its tale
Words go around and stories are born
Katchamale is filled with gossip
About me and my love?

From starting point to the terminal station
Wheels are running while the time is freezing
Oromo, Afar and Tigray are packed together
What do they know and what did they find out
Is it about me and my love?

From Addis Ababa to Makale
From South to North
From me to my love's place
Katchamale is running in between

Like a snake who is crawling to its target
Katchamale is nearing its destination Makale
How can I escape the crowds hunger,
curious for more news to gossip around?
How to go from the terminal station to my love's place,
without being followed by the beam of light from Katchamale's eyes?
When and where shall I meet my love?
Makale, is there still a place to find for just the two of us?
Dear beloved how are you?
I am not like you acting like I don't care
I felt sick the whole day but still I'm coming to you

If you cannot come here, I will leave (to join you)
But if you will not come, I will not leave
We cannot go on sending messengers between us
This cannot last forever

They told me you are selfish and their message of love leaves you careless
All this love which you could give
Why do you keep holding it in?
I had a dream we will be together again
All the beautiful moments
All the beautiful places
Those wonderful times will come again

Toelichting van het lied
Katchamale is de naam van de buslijn van Addis Abeba (Shewa) naar Makale (Tigray) in het Noorden.
Een minaar vertrekt van het busstation 'Atobstera' in Abbis Abeba om op het eindpunt van de buslijn, Makale/Tigray zijn geheime liefde te ontmoeten. De busreis telt van begin- tot eindpunt 790 kilometer. De reistijd bedraagt drie dagen.
Als hij instapt is hij de eerste reiziger. Gaandeweg de reis heeft de minnaar het gevoel dat iedereen hem aanstaart, en dùs weet moet hebben van zijn geheime en verboden liefde. Hij heeft zelfs het vermoeden dat iedereen daarover met elkaar zit te roddelen. Hij vraagt zich in paniek af, wat er zal gebeuren als een vriend, oom, oma, vader, of wellicht zelfs de man van de vrouw die hij in het geim bemint de bus binnen zal stappen. Als iedereen ook nog eens tot het eindpunt blijft zitten en allen daar uitstappen, is hij er abslouut van overtuigd, dat allen vast vlak in de buurt van zijn geheime geliefde zullen wonen….
In het lied zelf worden worden verschillende streken (zoals Shewa, Oromo, Amhar) en steden of plaatsen (zoals Sembete, Kembolcha, Dessie, Weldiya, Maychew, Makale) met specifieke karakteristieken genoemd.
Gedurende de reis 'passeren'wij ook verschillende taalgebieden: het Tigriniya, het Agaw -of de Kushitische taal, de Falasja -of het Jiddische Agaw.

Zangeres: Minyeshu Kifle Tedla (Ethiopië)
Tot ergernis van haar ouders raakt Minyeshu Kifle Tedla op jonge leeftijd geboeid door de opzwepende en warmbloedige bewegingen van de Ethiopische dans. Als jong talent wordt ze aangetrokken door het grootste dans en muziekgezelschap van Ethiopië: "The National Theatre". Dit theater staat bekend om zijn wekelijkse shows waarin traditionele dans en muziek van verschillende etnische groepen in een karakteristiek hedendaagse Ethiopische stijl wordt uitgevoerd. Deze stijl, ontstaan uit de rijkdom en diversiteit van de Ethiopische muziek en dans, heeft Minyeshu geinspireerd tot het samenstellen van een solo programma waarin ritme een belangrijke rol speelt. Haar talent, een krachtige stem in samenspel met een dynamische dansperformance, maakt Minyeshu tot een muzikale ster.

Dichter: Dorpsoudste de Jong

"Minuten"

Minuten nam het in beslag.
Uiterst langzaam moet die borstel bewogen hebben.
Over je tandvlees, je toch al zo schoon gebit.
Vaak liep je dan, je aandacht verzonken
in trage cadans nog wat rond door de kamer
waar ook de avond onderkomen had.

Zo, poetsend, pakte je argeloos krant of katern
op van de bank, om met onverstaanbaar uitgestoten klank
te laten weten dat deze de nacht drie etages hoger
door brengen zou, als dat goed was, wel te verstaan.

Vanzelfsprekend, waar het mij om te doen was
was je stem, de toonhoogte ervan,
op het moment dat jij de deur doorliep.

Of later pas, vanaf de gang, alsof je je bedacht,
en nog snel iets riep over een goede nacht.

"Dorpsoudste de Jong bleef liever thuis, maar hij werd gedwongen, gedwongen om naar de kleuterschool te gaan. En later ook nog naar de lagere school. Dat vond hij niet leuk. Zo gauw hij zijn kans schoon zag pakte hij zijn biezen en besloot het voortaan zelf uit te zoeken. Thuis blijven zat er toen niet meer in, daar was hij te onrustig voor geworden, aangeraakt door de gekte van Wim T. Schippers en de energie van zijn jeugdjaren die toevallig samenvielen met de eerste punk-muziek. Hij formeerde een band, Etter, deed daarmee een aantal optredens en ging daarna repeteren, nummers maken. Schreef ook, allengs met meer bezieling, noodzaak, woede soms. Kwam op literaire avondjes en zag hoe het niet moest, zette zichzelf er voor in de plaats en zag dat het goed was. Zeer luidruchtige optredens waren dat, geschreeuwde poëzie, botte grappen en nogal wat zwartgalligheid. Kwam overal: jongerencentra, literaire café's, met bands mee op tour, festivals. Binnen- en buitenland werden bestreken met een voordracht die toen al vaak werd beschreven als een performance. Geneurie, geschreeuw, melodieën en tekstflarden. Desnoods werd volstaan met een een-regelige tekst die minutenlang met uiterste kracht in de microfoon werd gebruld. Eén en ander vond plaats in de periode 1982-1988. Er volgde stilte en afwezigheid.
In 1991 reisde hij mee met twee muziekgezelschappen, The Ex en Morzelpronk, naar het Oostblok. Begon op die reis zachtjes aan weer met optreden. Teksten werden in die tijd langer en kleurrijker. Er werd niet enkel meer geageerd of een scherpe beschrijving van het innerlijk gegeven, Dorpsoudste de Jong had oog gekregen voor de wereld om hem heen. Een nieuw doel -schoonheid- werd gevonden. Het was ook niet snel goed: herschrijven, herschrijven en nog eens herschrijven. Zanglessen werden genomen, ademhalingscurssusen, logopedie… Het gevolg was dat de nadruk steeds meer kwam te liggen op ingehouden kracht, beheersing. Totdat die beheersing in de weg ging staan. Achteraf bezien werd in begin jaren negentig bij optredens soms te weinig gegeven. Dorpsoudste de Jong prijst zichzelf gelukkig met dat inzicht: de energie is terug, de vreugde is er en de schoonheid , ach de schoonheid… Die honger raakt hij niet meer kwijt."

Dichter: Bart F.M. Droog

"Not the end"
Parkeer de wagen aan de hellestraat
en zie: verkeer snelt in helse vaart

ik knip de binnenverlichting aan
draai de cassette nogmaals om
`just remember death is not the end
not the end, not the end
remember death is not the end…'

ik wrijf mijn ogen uit, de slaap
is niet aan chauffeurs besteed

inderdaad is het rijden met de duivel
als Morpheus naast je staart

het landschap is me vreemd
de route ligt echter duidelijk
op de kaart en borden genoteerd:
afslaan is er niet bij, vandaag

al de grenzen die ik passeer
een zwaai, een knik, een groet
- mijn nummerplaat is goud waard! -
smugglers delight, met blind oog
voor de schoften in uniform

nee, ik kom niet op voor de zwakken
door honderd paarden voortgedreven
rij ik het onrecht voorbij
stop slechts om de kanker te krijgen.

(c) Bart FM Droog; uit: Deze dagen, uitgeverij Passage, Groningen, 1998.

Bart FM Droog, (Emmen, 18-2-1966) is dichter en nachtbarkeeper, mede-oprichter van 'De Dichters uit Epibreren' (Paterswolde, 1994) en het poëzietijdschrift De Rottend Staal Nieuwsbrief (1995). Hij heeft meegewerkt aan de bloemlezing Het Hogere Noorden – poëzie uit Groningen, met voorwoord door Gerrit Komrij (Passage, Groningen, 1997. In 1998 verscheen zijn debuutbundel Deze dagen (Passage,Groningen). In 2000 verschijnt zijn volgende bundel Benzine. Hij werkt momenteel aan Dichters 1900/2000, het naslagwerk over Nederlandstalige dichters uit de 20ste eeuw. Tot op dit moment heeft hij de gegevens van 2562 Nederlandstalige, landelijk opererende dichters geregistreerd. Hij vierde in oktober 1999 zijn 18-jarig jubileum als podiumdichter. Werk van hem is in de bloemlezingen: Double Talk (Arbeiderspers, Amsterdam, 1997); De Hunzecentrale (Passage, Groningen, 1998); Double Talk Too (Arbeiderspers, Amsterdam, 1998); Licht zijn en de wolken tillen (Kwadraat, Utrecht, 1999); Sprong naar de sterren (Kwadraat, Utrecht, 1999) en Geur van honing en jonge melk (Kwadraat, Utrecht, 2000). Droog is/was medewerker van de tijdschriften 'Vrijstaat Austerlitz' (Kwadraat, Utrecht), MillenniuM (Bezige Bij, Amsterdam), 'Weirdo's (Vlaanderen) en 'Tzum (Fryske Boek, Leeuwarden).
Met 'De Dichters uit Epibreren' heeft hij voorgedragen en/of workshops geleid bij o.a. De Nachten (Antwerpen), Lowlands, het Oerol-Festival (Terschelling), Faladura Spoken Word Festival (Porto, Portugal), VPRO-Radio, NPS-TV, Vara-Radio, BBC-Radio, aan de universiteiten van Londen, Sheffield, Durham, Antwerpen en Nijmegen. Droog heeft in het verleden gewerkt als o.a. metaalbewerker, oud-papiersorteerder, scheepsbouwarbeider, steigerbouwer, rijksambtenaar en als chauffeur van een Nederlands zakenman in Wit-Rusland, de Baltische staten, Rusland en Polen.

De Reis uit en thuis
Centraal-Azië (Uighur)

De acteurs:
Zangeres: Gülendem Abbas (Uighuristan)
Naam groep: Tarim
Musici/instrumenten: Kamil Abbas (Uighuristan) /ghijäck+dutar+rawap (snaarinstrumenten)
Jamil Al Asadi (Irak) /kanun (zither) en viool
Irfan Abbas (Uighuristan) /daf (raamtrommel)
Gherman Popov (Rusland) /kuraï (bamboefluit) en daf
Tjitze Vogel (Nederland) /contrabas
Dichters: Eva Navarro (1973, Spanje)
Ramon Haniotis (1954, Uruguay)
Juan Esteban Heinsohn Huala (1958, Chili)
Reisjournalist: Nana Tchikhinashvili (Georgië), geluidsmaakster animatiefilms

Première vrijdag 15 september 2000, Frits Philips Muziekcentrum Eindhoven

Liedvoorbeelden – sfeerbepaling voor de avond:

Tarim (De rivier in Uighuristan)

Oh rivier de Tarim, jij kronkelt in mijn dromen
Van overal waar ik ben zal mijn hart je altijd toezingen
Tarim, Tarim, jij bent de rivier van mjn thuisland
Oh jij mooie rivier ik hou van jou

Tarim, Tarim, jij rivier van mijn thuisland
Als een kind aan de borst van zijn moeder heb je mij (met jouw melk) gevoed
Oh, jij mijn moeder rivier
Als een kind die wiegt in de armen van zijn moeder
zo voel ik mij als ik draaf op mijn paard op reis door de woestijn
Het is jouw water (waar ik aan denk) dat mij onder de hitte van de zon verkoeling brengt

Tarim, Tarim, jij bent de rivier van mijn thuisland
Oh jij mooie rivier, ik hou van jou
Ik zal je altijd in bescherming nemen
Oh mijn dierbare moeder rivier

Sirnisch (verlangen)

Bij het verlaten van mijn vaderland stond mijn moeder aan mijn zij
Halverwege de reis nam zij met tranen in haar ogen afscheid
Al zwervend door een vreemde wereld vraag ik mij af
Wanneer zal ik terugkeren?

Soms lach ik, soms huil ik
Soms is het leven zoet, soms is het leven bitter
Als de hemel wil dat het regent, hoe kunnen de wolken de regen dan tegenhouden
Als ik wil huilen van verdriet, hoe kunnen mijn ogen de tranen dan tegenhouden

Thuis benijden ze mij om het geluk dat ik bezit
Ik kan gaan en staan waar ik wil maar kan ik ook terug?
Al zie ik mijn vaderland als twee eilanden die elkaar nooit zullen ontmoeten
Eens zal ik terugkeren

Over de Uighur liederen
De éénluidende muziekvorm, solozang en instrumentale begeleiding, typeert de kern van de muzikale traditie van de in Centraal-Azië levende Uighur bevolking. De Uighuren, familie van de Turken, wonen tegenwoordig in Chinees en Kazachs gebied ten noorden van het Altai gebergte, langs de oude handelsweg die bekend staat als de Zijderoute. Zowel in zijn levensvorm als in zijn cultuur spiegelen zich de grote migratiebewegingen, die sedert honderden jaren voor Christus de etnische samenstelling van de regio telkens opnieuw deed veranderen. Ook in de muziek weerspiegelen zich de uitdrukkingsvormen van omliggende culturen in hun instrumentale, tonale, harmonische en poëtische veelheid. Zo als de Uighurse spraak behoort tot de groep van de Turkssprekende, zo mocht ook de Turks-Perzische invloed in het culturele domein overheersen. Deze manifesteert zich in zowel de instrumenten als in de lyrische structuren van de liederen.

De liederen die Gülendem voordraagt vallen onder de categorie van de Muqam, zoals in het Midden-Oosten de klassieke of hoofse muziekstijl wordt genoemd. Als men de muziek vanuit de thematiek, de populariteit en de traditie bekijkt kan deze ook vallen onder het Europese begrip Folklore. De teksten, waarin vrouwenmotieven overheersen, tonen de verstandelijke wereld van de vrouw en haar mooie figuur. De meeste zijn historische liederen over het dagelijks leven en liefdesliederen. In de lyrische liederen komen heel vaak vrouwennamen voor, zoals Gulbahar, Anargul, Iparchan, Maimhan, Riswangul, Nasugum of Gülamhan. Vrouwenfiguren overheersen in de professionele Uighurse muziekkunst, bovendien speelden zij een beslissende rol in de ontwikkeling, de bewaring en de verspreiding van het Uighurse muzikale erfgoed. In historische bronnen uit de 16e tot de 19e eeuw bestaat er informatie over rondreizende vrouwelijke dichrters, de Sasandarinnen.

Zangeres: Gülendem Abbas (Uighuristan)

Gülendem Abbas (Uighuristan/Oost-Turkestan), geboren te Kashigar, zingt Uighur liederen. Vijf jaren lang maakt ze deel uit van het Peking volksmuziekensemble waarin zij als specialiste het Uighur lied en dans-repertoire vertolkt. In deze periode studeert zij zang aan het conservatorium van Peking.

Dichteres: Eva Navarro

Ahora sé que tu sombra,
tallada en mi deseo,
libre me espera como siempre
al principio y final de cada verso,
al final de esta noche,
la clase de dibujo
y el viaje diario del regreso;
al final -come siempre-
de los eternos cables del telefono.

Y mientras tanto, amor
Me sigues demostrando cómo todo es posible
En la literatura:
Encenderme con tu poesia
O despertarme un ansia nocturna
Al leerte en mi cama insomne y extranjera.

Eva Navarro heeft haar studie voltooid op de Faculteit Taal- en Letterkunde van de Universiteit in Granada. Thans woont zij in Amsterdam waar zij haar doctoraal studie Hedendaagse Spaanse Literatuur wil afronden. Zij is lid van de literaire kring "La Mesa Redonda" in Amsterdam. Zij heeft lezingen gegeven over Lorca in Nederland, Belgie en Spajen. Daarnaast draagt zij haar gedichten voor en speelt theater. Zij is schrijfster van korte verhalen en gedichten. Haar dichtbundel "Calendario de un deseo" is onderscheiden met de "Huerta de San Vicente 1996" prijs (Granada).

"De eerste keer dat ik besloot naar Nederland te reizen, was in 1996. Redenen voor mijn vertrek uit Spanje:
Op zoek naar een nieuwe cultuur, mesnen, een baan en wellicht weer een beetje studeren. Ik wilde hoe dan ook mijn leven een beetje veranderen, en om dat te realiseren was het ook nodig om van stad te veranderen. Ik had dit idee al een hele tijd in gedachten, omdat ik altijd het verlangen had om in een ander land te leven. De dag dat ik de overtocht maakte was: 16 oktober 1996. Het was 's morgens vroeg, om een uur of drie, toen sommige van mijn vrienden me naar het vliegveld van Malaga brachten. Het was een koude morgen, volgens mij regende het, en dat aparte gevoel van de allereerste reis naar elders gaf mij op dat moment een sterke roes van verrassing. Vlak daarvoor hadden we in dezelfde bar gezeten, waar wij gewoonlijk heen gingen om afscheid te nemen van mijn vetrekkende vrienden. Nu vertrok ik zelf in het sterke besef dat ik hen enige tijd zij verliezen en dat zij vervangen zouden worden door anderen die ik nu nog niet kende. We kwamen op het vliegveld aan. Ik kon mijn nervositeit niet verbergen. Deze werd veroorzaakt door het feit, dat dit de eerste keer was dat ik een vliegtuig nam, maar ook dat ik – na een paar uur – ver weg zou zijn van iedereen in een land waarvan ik slechts een paar dingen wist. Het vliegtuig vertrok en ik kan nog steeds de emoties in mijn herinnering oproepen, die ik voelde toen het vliegtuig opsteeg. Wat hield ik ervan om te zien hoe het vliegtuig los kwam van de grond en we oplosten in een zwarte hemel. Ik had een zitplaats aan het raam. Ik kon niet ophouden met naar buiten te kijken, de zonsopgang, de nadering van het landschap van Madrid.

Het was ongelofelijk dat wij in de tijd die wij nodig hadden om een kopje koffie te drinken – die overigens verschrikkelijk smaakte – ondertussen half Spanje doorkruist hadden. Ik landde in barajas om van vliegtuig te wisselen en ik ging op zoek naar de ingang om aan boord te gaan richting Amsterdam. Omdat ik waarschijnlijk op was van de zenuwen en tenslotte van niets wist, verdwaalde ik dermate dat ik bijna in een vliegtuig naar Londen was beland. Ik wachtte een tijdje in de vertrekhal en doodde de tijd met een begin te maken van mijn aantekeningen, mijn eerste gevoelens en gedachten die in mij opkwamen, in een dagboek dat ik voor deze tocht had aangeschaft. Toen ik de tweede vlucht nam, en opnieuw bij het raampje zat, voelde ik precies de zelfde emotie die ik had op het moment dat ik in Malaga opgestegen was. Opnieuw was daar de duizeling in mijn maag toen wij opstegen, het landschap dat kleiner en kleiner werd tot het oplostte, het vliegtuig dat in de wolken verdween….

Ik denk dat we om een uur of één s'middags arriveerden in Nederland. Daar stonden vrienden op mij te wachten, die mij een rose roos gaven (ik herinner mij dit nog precies) en zij brachten mij met hun auto bij hun thuis. We deden daar niet iets speciaals, we aten alleen een beetje, spraken over vroeger, en gingen wat in de stad wandelen. Ik herinner mij alleen die vreemde verwarring: het bijzondere van het nieuwe land en de vermoeidheid vanwege de reis. Ik weet ook nog, dat een deel van mijn gedachten zich nog in Granada bevond, met de biertjes van hen die verdwenen en de vrienden die daar bleven.

Dichter: Ramon Haniotis

de snuit van het monster komt tevoorschijn
vreemd vliegend amfibie
toek-e-toek toek-e-toek
toek-e-toek toek-e-toek
Oh Suzy Q, oh Suzy Q
I like the way you walk
I like the way you talk
oh Suzy Q, oh suzy Q
baby I love you, Suzy Q
als een zuigend insect
leeft hij van bloed
dat hij laat vloeien
maar hem niet voedt
toek-e-toek toek-e-toek
toek-e-toek toek-e-toek

een onschuldige vinger
die neuspeuterde
die speelde met een knikker
die naar zijn geliefde wees
haalt de trekker over en geeft werk
aan honderden arbeiders
in een of ander vaderland
doet aandelen stijgen
op alle beurzen
geeft werk aan timmerlieden
aan monniken van velerlei religie
geeft haat als voedsel
aan velen
vele wezen
die op een onschuldige dag
de trekker overhalen
met een vinger die ooit
in de neus peuterde
……………………..

toek-e-toek toek-e-toek
toek-e-toek toek-e-toek
Oh Suzy oh Suzy Q
Oh Suzy Q Baby I love you
Baby I love you oh Suzy
de held zoekt zijn heroïne*
hij jaagt op haar en sluit haar op
hij brengt haar thuis
de heroïne verleidt
vangt de held
hey Jude, don't let me down
take a sad song and make it better
de held kan al niet meer zonder haar
keert naar huis terug
eindeloos verslagen
het vaderland verslagen
het ras verslagen
zijn bloed vergiftigd
in
of op
zijn borst
een stuk metaal
hey baby take a chance with us
hey baby take a chance with us
baby I love you
don't let me down

* "Heroína" in het Spaans betekent zowel heroïne als heldin
Vertaling: Jeanette Diepenbroek

"Na al die jaren klinkt mijn vlucht, of reis, een beetje grappig. Maar de redenen voor mijn reis naar Nederland waren zo grappig niet. Zo herinner ik me een keer in een politiebureau, dat iemand binnenkwam in korte broek en laarzen aan, niets anders. Na een tijdje vroeg ik hem wat er was gebeurtd. Hij vertelde dat de politie hem naar zijn identiteitskaart vroeg toen hij op straat op de stoep planten aan het water geven was. Natuurlijk had hij de papieren niet bij zich. Dit klinkt als een grap, maar het was de staatsterreur die over het land heerste land. Van de onderdrukkers heb ik niet meer klappen gekregen dan de gemiddelde Uruguayaan, toch moest ik het land uit. Maar, wanneer begon mijn reis? Zonder dat iemand het wist, begon mijn reis naar Nederland op 28 november 1954. Die zondag, heel vroeg in de ochtend, zag ik voor het eerst een stukje wereld. Dezelfde dag werd Luis Batlle Berres tot president gekozen, de vader van Jorge Batlle de huidige president van Uruguay. Tussen 1954 en 1981 zijn er heel veel dingen gebeurd: het zogenoemde "Zwitserland" van Latijns-Amerika werd een dictatuur. Inmiddels had ik al drie kinderen en hadden mijn vrienden in Uruguay me zien doordraaien.

Vooral na het referendum van 1980, toen het volk ¨NEE¨ zei tegen het dictatuur, vroegen mijn vrienden in Uruguay aan mijn vrienden in Nederland of ik naar hen toe kon: "Ramon is een gevaar voor zichzelf, dus ook voor ons", zeiden ze. Een poosje daarna kreeg ik een ticket naar Frankfurt, enkele reis. Tevens kreeg ik een briefje waarmee ik mijn retourticket ergens op zou kunnen halen. Acht maanden later was het zover: Ik zou voor het eerst in mijn leven gaan vliegen. Ik wou niet weg. De hemel was diepblauw en er waren van die dikke hoge wolken, helemaal wit. Het was warm, maar niet heet. Mijn familie en een paar vrienden waren bij mijn vertrek. Het was niet moeilijk om door de douane te komen, toch was iedereen een beetje gespannen, vooral om dat mijn paspoort slechts nog voor een paar maanden geldig was. Al op het vliegveld had ik mijn eerste schrik: één van de daar aanwezige soldaten keek voortdurend in mijn richting. Plotseling kwam hij naar me toe en zei: ¨Je hoeft niet bang te zijn. Tot voor kort had ik net zulk lang haar als jij. Maar toen moest ik in dienst. Ik maak bijouterieën, hier, pak aan…¨ en hij gaf me een ring, die hij zelf gemaakt had. Het klein vliegtuigje bewoog ontzettend veel boven Buenos Aires, maar iedereen bleef rustig zitten en babbelde er op los. Ik deed mee alsof het de gewoonste zaak van de wereld was, maar de mensen om me heen hadden door dat ik om hulp moest vragen om mijn riem vast te doen. Het toestel kwam uit Santiago met twee uur vertraging. In Asuncion moesten we zes uur wachten omdat er iets defect was in het vliegtuig. In Bahia konden we even naar buiten voor een kopje koffie. De lucht was zo dik daar, dat het me moeite kostte om te ademen… In Madrid werden we ontvangen door brandweer en ziekenauto's: ¨Wat overdrijven die Spanjaarden¨, dacht ik. Maar het tegendeel bleek: het landingsgestel zat zo goed als vast! Daarom moest de piloot remmen alsof hij een rood stoplicht had gezien. Daarna moesten we lopen over de bevroren landingsbaan: ik had nooit zo koud gehad. Grote commotie tussen de ervaren passagiers en een nacht in een hotel vlakbij Barajas. Toen kwam een vrouw en bood een rit naar Madrid, ze zou met een taxi gaan. Maar we waren nog niet in een kroeg of ze liet weten dat haar werk bestond uit het verkopen van land in Paraguay aan Europese investerders. Ik reageerde met te praten over de gestolen grond van de indianen, over agrarische hervormingen, over mensenrechten in Paraguay en zo voort. Kortom: ik moest zelf weten hoe ik in Barajas op tijd moest zien te zijn. Maar daar had ik de hele nacht voor, en het is me gelukt. Alles was nieuw voor me, dus had ik niet zo veel tijd om te beseffen dat ik Uruguay had achtergelaten. Het zou een uitstapje zijn voor een paar jaar, maximaal vier of vijf, dacht ik.

Het duurde nog drie jaar tot dat de militairen weg waren, maar ik was net in Europa, mijn eerst nacht in Madrid. De volgende ochtend moesten we om elf uur klaar zijn om in het vliegtuig te stappen. Nee dus! Om één uur 's middags kregen we wat te eten en maar wachten tot vijf uur, toen plotseling het toestel klaar was. En weer een opstand van sommige passagiers die wilden niet instappen. En weer ik aan het schreeuwen voor een ander vliegtuig! Maar de piloten zeiden dat ze niet zouden vliegen in een toestel dat bestemd was om neer te storten. Niets restte mij dan gewoon in te stappen. De landing in Frankfurt was zo zachtjes dat niemand het had gemerkt. Daar kreeg ik het aanbod van een Nederlandse jongen om mee te rijden naar Nederland. Het aanbod duurde totdat hij een telefoongesprek met zijn ouders had. Dus: naar de trein. Maar hoe zeg je in het duits: ¨Un boleto, solo ida, para Amsterdam¨? In Mainz vroeg ik aan een langharige met een rugzak of hij Spaans verstond. En ja hoor, een beetje. Eenmaal in Keulen aangekomen kreeg ik te horen dat er geen treinen meer naar Amsterdam vertrokken. Ik ging slapen in een telefooncel en een half uur later had ik mijn eerst konfrontatie met een Duitse politieagent. Ik dacht: ¨Nu ben ik er geweest¨. Maar nee, die man zei, nadat hij mijn paspoort en ticket had gezien, dat ik in een café moest gaan zitten.

Als je in Uruguay aan een tafel zit dan is dat JOUW tafel, zeker als er meer tafels vrij zijn. Ik vroeg een koffie, ging zitten aan een tafel, en toen kwam er een jongen, glimlachte tegen me en ging aan MIJN tafel zitten. Hij begon een krant te lezen en koffie te drinken. Een poosje daarna kwam een wat oudere man, met een koffie, en ging óók aan MIJN tafel zitten. Die oudere man begon een conversatie in het Duits, Engels, Frans en noem maar op. De andere viel in slaap en begon te snurken. De oudere begon om die reden de jongen te slaan. En ik maar kijken zonder te weten wat te doen. Vroeg in de morgen nam ik de eerste trein, rechtstreeks naar Amsterdam. Toen ik daar aankwam, drie dagen na mijn vertrek, vroegen mijn vrienden: ¨Waarom duurde het zo lang? We dachten dat je gevangen was genomen. Had maar gebeld!¨. Ik kon slechts stamelen: "Jongens, ik heb de laatste twintig uur niets gegeten omdat ik voor de rest van mijn leven maar vijftig dollar heb, wie denkt er dan aan bellen! En weet je? Ik wil gaan slapen.

Ik schrijf al vanaf mijn 16e of 17e levensjaar. Toch kwam mijn eerst en enige boek pas in 1981 uit. In 1982 vluchte ik naar Nederland. Vanaf dan begon ik wat te doen aan theater en gedichten. Ik werd serieuser, maar eerlijk gezegd ook iets beter: Ik combineer mijn poëzie, volstrekt bewust, met mensenrechten, terwijl ik voorheen wellicht meer revolutionair ben geweest. Wat niet wil zeggen, dat ik dit vergeten ben: de wereld moet anders. AIDA, Amnesty International en Greenpeace moeten verdwijnen, wat zal kunnen als de wereld zelf beter is. Dat is mijn doel. Sinds mijn verblijf in Nederland werk ik sporadies hier en daar, schrijf en lees ik hier en daar, begin ik elk jaar een nieuw blad, waarna ik er uitgeschopt word of het blaadje falliet gaat. Toch schrijf ik nog steeds en word ik hier en daar zo nu en dan nog uitgenodigd."

Dichter: Juan Heinsohn Huala

korte levens (vidas breves)

IV

ieder had zijn eigen angst

mannen en vrouwen
geheimen
het leven was moeilijk te verbergen

de cipiers
begonnen de dood namen te geven

in hun handen
liet de huid
gezichten en plaatsen los

het leven
in de kern afgebroken
hield de dood niet tegen

gevallen helden
op drift door de wereld
sindsdien

IV

cada cual tuvo su miedo

hombres y mujeres
secretos
era difícil ocultar la vida

los carceleros
fueron dando nombres a la muerte

en sus manos
la piel
derramaba rostros y lugares

la vida
quebrada en su centro
no contenía a la muerte

heroes caidos
a la deriva por el mundo
desde entonces

Vertaling: Igma van Putte

…een reis zonder einde
gevallen helden
op drift door de wereld
sindsdien

"Eind 1977 was het zover. We waren klaar om het land te verlaten. We zouden eerst naar Buenos Aires reizen en vandaar naar een – toen nog – onbekende bestemming. Mijn vader was, na zijn vrijlating, naar Buenos Aires gevlucht. Hij wachtte daar op ons, een jaar lang. Eerst moesten mijn moeder en mijn zus met de bus het Andesgebergte oversteken. Een maand later zouden mijn twee broers en ik dezelfde weg volgen. Een andere broer moest alleen in Santiago achterblijven, hij mocht niet met ons verder reizen. Voor diegenen die uiteindelijk weg konden, mocht er niks meer fout gaan.
Voor de tweede keer in minder dan zes maanden namen we afscheid van elkaar. Nu was het afscheid moeilijker. We hadden onze geboortestad, onze vrienden, familie en een aantal compañeros die, ondanks alles, trouw waren gebleven, verlaten. Veel van onze dromen en van onze toekomstverwachtingen lieten we toen achter, aan het begin van de reis. In het geweld van die dagen was er niet veel dat je kon redden en meenemen. In Santiago woonden we maandenlang verspreid op verschillende adressen. Het gezinsleven hadden ze ons ook ontnomen. En nu zouden onze moeder en zus naar een ander land vertrekken en samen met mijn vader op ons wachten.

Vier jaar lang hielden we het in Chili uit na de militaire staatsgreep van 11 september 1973. We hielden het uit dankzij de kracht van mijn moeder. Meer konden we niet doen. Vader zat in de gevangenis, mijn vrijgelaten broer kon nergens terecht voor werk of studie en een andere broer was naar het zuiden van Argentinië vertrokken. We zaten als gezin gevangen in een land dat ons negeerde, alsof we niet meer bestonden. Voor mij en Rigoberto, een jaar ouder dan ik, was verder studeren niet mogelijk. Alleen mijn jongere broer en zus studeerden nog. Hoe hebben we die periode doorstaan? Mijn moeder pakte alles aan en maakte gebruik van elke gelegenheid die zich voordeed om de situatie thuis dragelijk te maken. Waar heeft ze de kunst van het overleven geleerd? Hoe kwam het dat andere mensen hun veiligheid in gevaar brachten om ons in die periode te helpen? Wat maakte hen zo sterk om, zoals mijn moeder, toch door te zetten? Waren ze niet bang voor de militairen en hun onderdrukkingsapparaat van martelingen en dood?

Nu was het uur van vertrek gekomen. Wat stond ons te wachten aan de andere kant van de Andes? En daarna, waar zou deze reis ons heenbrengen? En wanneer zou het gezin weer bij elkaar zijn? En wat zou er gebeuren met de broer die alleen achter moest blijven? Op de vastgestelde datum vertrok onze bus naar Buenos Aires. Bang, verlaten, radeloos, werden we klein, zeer klein in de ongelooflijk stille schoonheid van de Andes en in de onmetelijkheid van de pampa. De bus bracht ons steeds verder, de afstand tot thuis was niet meer te meten. Thuis bestond eigenlijk al lang niet meer. Er was zo veel kapot gegaan in hun handen. Zouden ze dat ooit kunnen begrijpen?
Het Andesgebergte is de mooiste poort die ik me kan herinneren. Huilend gingen we er doorheen, het was de tweede fase van een lange reis. Achter de bergen lag de wereld en deze, dat zouden we snel merken, zat niet te wachten op gebroken zielen."

Juan Esteban Heinsohn Huala werd op 28 mei 1958 geboren in La Unión (Chili). Thans woont en werkt hij in Rotterdam. Na aanvankelijk een opleiding in de beeldende kunsten te hebben gevolgd in Buenos Aires (Argentinië) heeft hij gaandweg zijn liefde in de poëzie gevonden. In Nederland is hij een geliefde 'allochtoon'. Zat hij in 1991 al in de "Adviescommissie Allochtonen van de Rotterdamse Kunststichting"", later werd hij projectleider van menig Rotterdams Cultureel project. Sinds 1996 is hij projectleider bij de Stichting Dunya en het Dunya Festival, een van de spaarzame poëzie-evenementen waarin buitenlandse dichters op het podium kunnen schitteren.

De reis van de verandering
Latijns-Amerika (Chili)

De acteurs:
Zangeres: Ino Kruysen (Nederland)
Naam groep: Ino y compañía
Musici/instrumenten: Alfredo Pechler (Paraguay) /cajón (percussiekist) en klein-percussie
Reinhold Westerheide (Duitsland)/gitaar
Afra Mussawisadeh (Iran) /daf (raamtrommel)
Roxane Steffen /contrabas
Dichters: Amir Afrassiabi (Iran)
Shakila Azizzadeh (Afghanistan)
Amir Chitzan (Iran)

Reisjournalist: Paul Veld (Nederland), producer 'geluidseffecten'

Première woensdag 20 september 2000, Arsenaaltheater Vlissingen
Liedvoorbeeld – sfeerbepaling voor de avond:
Luchín (Tekst en muziek: Victor Jara, Chili)

Frágil como un volantín Als een vlieger net zo teer
en los techos de Barrancas boven daken van Barrancas
jugaba el niño Luchín speelde klein jochie Luchín
con sus manitas moradas met zijn paarsverkleumde handjes
con la pelota de trapo met de bal van oude lappen
con el gato y con el perro met de hond en met de katten
y el caballo lo miraba. en het paard dat naar hem keek.

En el agua de sus ojos Vol verbazing was het glanzen
se bañaba el verde claro van zijn heldergroene ogen
gateaba su corta edad klein van stuk kroop hij daar rond
con el potito embarrado met zijn kontje in de modder
con la pelota de trapo met de bal van oude lappen
con el gato y con el perro met de hond en met de katten
el caballo lo miraba; en het paard dat naar hem keek.

el caballo era otro juego Ook het paard was nog zo'n spel
en aquel pequeño espacio in die hele kleine ruimte
y al animal parecía en het leek alsof het dier
le gustaba ese trabajo in dat werk wel plezier had
con la pelota de trapo met de bal van oude lappen
con el gato y con el perro met de hond en met de katten
y con Luchito mojado; en met Luchito druipnat.

si hay niños como Luchín Zijn er kinderen als Luchín
que comen tierra y gusanos die ook aarde en wormen eten
ábramos todas las jaulas laten wij de kooitjes openen
pa' que vuelen como pájaros zij als vogeltjes gaan vliegen
con la pelota de trapo met de bal van oude lappen
con el perro y con el gato met de hond en met de katten
y también con el caballo… en het paard hoort daar ook bij…

Over Luchín (Victor Jara/Chili)

Dit lied dateert van 1971. Jara heeft het geschreven nadat hij in één van de krottenwijken van Santiago Luchín had zien spelen: een tweejarig jongetje, met z'n ouders en zeven andere kinderen wonend in een houten huis met twee kamers. Met de mest en de trekarbeid van het paard viel wat geld te verdienen: daarvan leefde het gezin.

Over Victor Jara

Victor Jara is begonnen als schrijver en regisseur. Later legde hij zich steeds meer toe op het schrijven en zingen van liedjes: eerst volksliedjes, daarna ook geëngageerde maatschappijkritische liederen. Door de kombinatie legde hij de basis voor de Nueva Canción Chilena. Over het belang van het zingen van volksliedjes zoals 'Het vogeltje' heeft hij zelf gezegd: 'Wij, Chilenen, zijn vrolijk, geestig en we hebben veel gevoel voor humor. Iets wat ons zo eigen is mogen we niet vergeten'. Door Jara's grote inzet voor de socialistische partij was hij een gevaarlijk tegenstander voor de militaire junta van Pinochet. Met duizenden anderen werd hij op de dag van de staatsgreep opgepakt. In het voetbalstadion van Santiago werd hij zingend vermoord. Jara is sindsdien een symbool van de rol van de Chileense kultuur in het verzet in binnen- en buitenland. Helemaal achter op het reusachtige kerkhof van Santiago bevinden zich twee eenvoudige graven met alleen maar een naam en een datum: de graven van Victor Jarra en Pablo Neruda. Het lijkt alsof de autoriteiten ze hebben willen verstoppen. Dag aan dag worden er bloemen op beide graven gelegd. De politie haalt ze steeds weer weg, maar dat is eigenlijk onbegonnen werk. Telkens liggen er weer bloemen op.

Ino Kruysen over de repertoirekeuze:

Ik zing deze liederen omdat ik telkens weer gegrepen wordt door de prachtige teksten, omdat de beeldspraak in de teksten zo herkenbaar is.
De teksten beogen de feitelijke omstandigheden te ontstijgen, willen een geestelijke vrijheid verwerven. Zij willen een hart onder de riem zijn, iedereen aanmoedigen om de krachten te bundelen, troost te vinden bij elkaar. Alleen de waarheid zal vrij maken, een warheid die gevonden zal worden dankzij de kracht van de geest, de verbondenheid tussen allen, de liefde die bindt en oneindig is.
De gekozen beeldspraak in de liederen is zo glashelder, dat het elke franje overbodig maakt.

Zangeres: Ino Kruysen (Nederland)

Ino Kruysen (Nederland) werd geboren in Den Haag. In een familie waar verschillende artistieke winden waaiden, kreeg zij ruimschoots de vrijheid om haar vocaal talent te ontwikkelen. Zij volgde haar studie klassieke zang aan het Koninklijk Conservatorium te Den Haag. In londen vervolgt zij haar studie stemvorming bij de beroemde opera zangeres Gita Denise. Gedurende haar verblijf in Engeland werd ze uitgenodigd om het Findhorn Spring Festival in Schotland te openen. Naast haar solo-optredens trad Ino op in verschillende theater produkties. Zij vertolkte o.a. de rol van Andromeda in de Methamorphosen van Ovidius. Hierin werkte ze samen met Rob van Rijn, Tatiana Radier en Piet van der Pas. Zij trad meerdere malen op voor radio en tv.
Haar passie is de 'Canciones Latino americanas'. In Augustus 1998 verscheen haar debuut cd 'Vals del Equilibrio', een album met 'canciones' uit Latijns-Amerika. Hierop vertolkt zij Victor Jara (Chili), Silvio Rodriguez (Cuba) en Irene Farrera . Wanneer Silvio Rodriguez zelf deze vertolkingen van zijn werk hoort, stuurt hij haar een verzameling liederen over de zee. De karakteristieke 'canciones Latino americanas' zoals Ino haar liederen noemt, zijn enigszinds te vergelijken met het franstalige 'chanson' van Jaques Brel. Naast het spelen met Ino y Compañía treed zij op met de theater- produktie 'A hand in the dark' dat zij samen met actrice Amanda Wolzak maakt. Hierin mengt zij nummers van Al Jarreau, Zapp Mama met Chileense liederen, poezie van Ariel Dorfman en dichters uit Australie. Met hun vocalen en uiteenlopende percussie instrumenten doorkruisen zij de continenten Noord- en Zuid Amerika, en Australie.

Dichter: Amir Afrassiabi (Iran)

"In ballingschap ben je niets, niemand. Of ben je iets onzichtbaars. Iemand op de drempel. Ook als de deur niet dicht is weet je zelf niet hoe je naar binnen moet. En buiten is het echt koud.
Je kunt ook niet terug. Toekomst en heden zijn beiden gesloten. Verleden bestaat niet meer. Het enige dat je kunt doen is een bestaan opbouwen. Precies hier, waar je staat, ergens tussen heden en verleden. Een vierde tijdseenheid, tijdsdeel of tijddefinitie. En een derde plaats (ruimte), tussen hier en daar, die noch daar is noch hier.
Om dit te kunnen doen moet je deze nieuwe tijd/ruimte ontdekken, definiëren, leren kennen, wat of hoe dan ook.
Je begint metaforen te maken, te verzinnen. Een lijn, bijvoorbeeld, een oneindige onzichtbare lijn die zichtbare oppervlakten definieert. Landen en steden zijn de oppervlakten, begrensd door deze lijn waarop of waarin jij resideert (hoe kan je in een lijn resideren?). Jij bent dus op de grens gebleven, aan de periferie. Het maakt niet uit waar je woont (in het centrum van Rotterdam bijvoorbeeld) en wat je doet (een leuke baan bij een leuke gemeente, bijvoorbeeld). Waar je bent en wat je doet ben je vastgeplakt aan de periferie (aan de lijn?). Je mag of kan echter niet naar voor en achter bewegen.

Alleen langs de lijn, links op rechts.
langs de weg
een dwarse lijn
waarlangs je kan bewegen
maar niet langs de weg

een tweezijdige slagboom
houdt je op sleeptouw

Jij begint daar op een huisje te bouwen. Natuurlijk heeft een huis een volume, het is driedimensionaal, een lijn niet. Toch moet je je huisje op de lijn bouwen. Je merkt dat de lijn begint te zwellen. Hij tast, plaatselijk, de oppervlakten steeds verder aan en legt, tijdelijk, beslag op de gewone tijd, dat wil zeggen: verleden en heden. Dan merk je dat je niet meer alleen bent. Je constateert de aanwezigheid van talloze huizen op de lijn. Een groeiend stiefmoederland van ballingen. De reusachtige gloednieuwe ballingschap die haar definitie vereist. Ware het niet in realiteit, dan wel in woorden om ook in realiteit te worden. En het is ook zo: 'Alle dingen zijn door het Woord geworden en zonder dit is geen ding geworden, dat geworden is'. (Johannes I-3).

En je merkt dat

overal
blijven de stemmen uit de rand van de dag
ongehoord
de rand wordt overvloeid met geluiden
en het centrum
belaagd door overvloeide rand
kijkt ademloos toe

Dan merk je weer, dat je hierdoor een stem, een identiteit verdiend hebt, waarvan je de kosten natuurlijk moet betalen.

Vitrall (geschilderd glas)

een wereld
aan deze kant van het raam
een andere aan de andere kant

het beeld tussenin
maakt van elke wereld de andere -
die moedervlek daar
op de hoek van je wenkbrauw
links is van de ene kant
rechts van de andere

en het glas
verblijfje van tijd
wil niets weten van voor en achter
dat het daarheen kan breken
dat het hierheen kan breken

nu de verblijftijd
wiens tijd kan dat zijn wie is het
die waarzo in zijn beeld gevangen zit?

Amir Afrassiabi is geboren in 1934 (Isfahan, Iran). Hij woont en werkt in Nederland sinds 1986. Amir heeft studies verricht in literatuur, wiskunde en architectuur. In deze laatste studierichting is hij afgestudeerd. Sinds de jaren Vijftig werden zijn verhalen, gedichten en essays in verschillende litaeraire tijdschfiten in Iran gepubliceerd. Sinds 1986 zijn zijn publikaties voortgezet in Perzischtalige literaire tijdschriften over de hele wereld. Hij heeft vier dichtbundels op zijn naam staan, "Najaarspraatjes" (1962, Iran), "Met de zeevogels"(1993, Zweden), "Het station"(1998, Duitsland), "De onzichtbare lijnen"(verschijnt binnenkort). Zij zijn allen in het Perzisch.
Belangrijke nevenactiviteiten zijn: voordrachten van zijn gedichten in Nederland en Duitsland (in het Perzisch en in het Nederlands), Voorzitter van de Iraanse Stichting voor Cultuur en Kennis, Redacteur Poëzie van het (in Iran verboden, thans in Duitsland uitkomende) culturele maandblad "Gardoun", Redacteur van het literaire tijdschrift "Maks" in Zweden.

Dichter: Shakila Azizzada

elke dag

elke dag
in de geluiddichte passage van de schreeuw
helpt de herinnering eigenhandig
iets wat gebeurde om zeep

elke nacht
bij de toenadering, helder als water
verstoort een steen
het denken van de vijver

de dolk sluipt binnen de rust van de spiegel
de kans rijdt ongrijpbaar voorbij
verdwijnt uit het geheugen

ooit
in de marge van een ademtocht
sterft een woede in de keel

maar
in het dilemma van de angst
kiest mijn dode geliefde
nog immer
voor opstand

Shakila Azizzadeh is in 1964 in Afghanistan geboren. Zij heeft rechten gestudeerd aan de unviersiteit van Kabul. Daarnaast publiceerde zij korte verhalen in literaire tijdschriften. In 1985 belandde zij in Nederland. Zij studeerde in Utrecht op de universiteit Perzische literatuur. Van haar werk zijn een aantal gedichten en een toneelstuk in bloemlezingen gepubliceerd.

Dichter: Amir Chitzan

"impromtu I"

een blote tak
in de tuin
wijst dreigend
naar mijn hart

een afgezaagde boom
waarschuwt mij:
denk aan de wortels
de takken
zijn kwetsbaar

Amir Chitzan is in 1960 geboren in Iran. In Iran is van zijn werk één boek gepubliceerd en diverse korte verhalen in verschillende literaire tijdschriften. Hij verblijft in Nederland sinds 1993. Daar werd zijn dichtbundel 'Schets van de eclips' gepubliceerd door uitgeverij Innocenti (Utrecht). In voorbereiding: een roman, autobiografie, en korte verhalen. Thans studeert hij daarnaast klassieke gitaar op het conservatorium in Alkmaar. Hierin doceert hij ook.