Dan vallen er doden in plaats van woorden
Dan vallen er doden in plaats van woorden
door Juan Heinsohn Huala
Rotterdam, maart 2008
Als de beschaving, de redelijkheid, het gezond verstand, in handen van een derde persoon of instituut wordt gelegd, ver buiten de eigen verantwoordelijkheid van de deelnemers aan de sociale, culturele, politieke en maatschappelijke dialoog, dan is er geen dialoog mogelijk.
Als iemand ervoor kiest om afstand te doen van de eigen verantwoordelijkheid ten aanzien van de eigen woorden en daden, dan zouden anderen uiteraard het recht hebben om hetzelfde te doen en bij het leveren van hun bijdrage aan de “ontstane dialoog”, ook hun eigen verantwoordelijkheid in handen van een derde persoon of instituut te leggen. Hierbij wellicht zelfs een beloning verwachtend van hogere krachten en een plek in een van de vele paradijzen verlangen. Denk bijvoorbeeld aan Mohamed B.
Natuurlijk kan je ervoor kiezen om de vrijheid van meningsuiting te gebruiken om mensen en groepen te beledigen, hun waardigheid aan te tasten, ze in een hoek te zetten en belachelijk te maken. Dit verkondigend als een van je democratische rechten, en verwachtend dat een derde je de verantwoordelijkheid uit handen neemt bij het bepalen of je woorden en daden regels of grenzen overtreden of niet. En dan nog zou je willen dat wie zich door jouw woorden of daden aangesproken of aangetast in zijn waardigheid voelt, zich moet gaan houden aan de maatschappelijke principes van een gezonde dialoog. Denk hierbij aan Geert Wilders, bijvoorbeeld.
Maar wie zich aangesproken en beledigd voelt, of in zijn waardigheid aangetast, mag er dan ook voor kiezen om zijn reactie buiten de grenzen van de eigen verantwoordelijkheid te zetten. En dan krijgt toch de rechter zijn rol. Die moet gaan bepalen wie in “de dialoog” de regels heeft geschonden. Als de noodzakelijke dialoog tussen mensen met verschillende culturele achtergronden en religies volgens dit principe gaat verlopen en als de deelnemers in dit proces zich aan de eigen verantwoordelijkheden ontrekken, dan zullen er – om de Rotterdamse dichteres Jana Beranová te citeren – doden in plaats van woorden vallen.
Het gekke is ook dat diegene die graag de vrijheid van meningsuiting misbruikt voor zijn of haar eigen belang, verwacht dat de mensen, groepen en religies, doel van zijn woorden en daden, gaan reageren binnen de normen van het algemeen fatsoen. Normen die hij of zij zelf niet meer respecteert of naleeft. Wat voor respect, wat voor dialoog verwacht je van me als ik, in jouw ogen, woorden en daden, het toonbeeld ben van de barbaar? Wil je met me in dialoog gaan of wil je me ergens “breken” met jou gelijk? En dan verwacht je nog applaus, felicitaties en bloemen van me?
Als de actuele dialoog in ons land op de bovengenoemde basis wordt voortgezet, mogen we gerust verwachten dat er nieuwe slachtoffers op de dodenlijst bijgeschreven zullen worden. Zo voeden we de traditie van stille tochten. Maar het is niet de basis voor een open, toegankelijker, participatieve en respectvolle maatschappij.
Juan Heinsohn Huala, dichter, kunstenaar, cultureel organisator, Rotterdam.
*“Als niemand luistert naar niemand / vallen er doden / in plaats van woorden”. Jana Beranová