Kunst in oorlog II

Kunst in oorlog

Chris Keulemans – samensteller kunst in oorlog

De grachten kruipen door de dode stad,
als evenvele volgevreten slangen
en de barok verzakte huizen hangen
moe op elkaar, de kelders altijd nat

Utrecht was een spookstad, toen Theo van Baaren dit schreef.

Het was 1941 en de bezetting verduisterde het leven in de straten. De luxe waar het stadshart tegenwoordig van glimt en fonkelt was nog ver te zoeken. Niemand wist hoe lang het zou gaan duren. De sfeer in de gedichten uit die jaren is bedompt en zwanger van onheil.
Oorlog neemt het leven weg uit de stad. Niet alleen de mensen gaan dood, maar ook de bedrijvigheid, het flaneren en het dronken of verliefde lachen dat tussen de muren weerkaatst. Ik heb de afgelopen jaren steden bezocht waar een oorlog heerste of net voorbij was. Steden als Sarajevo, Prishtina, Beirut en Ramallah. Aan de schichtigheid of apathie van mensen merkte ik hoe ernstig het weefsel van het alledaagse leven beschadigd was, dat hele samenspel van vanzelfsprekendheden waar je niet bij stil staat als alles gewoon zijn gang gaat.
Maar achter de gordijnen van verduisterd Utrecht schreven mensen gedichten. In Sarajevo maakten de meisjes zich op voor ze zich op straat waagden, omdat ze te trots waren om onverzorgd te worden aangetroffen, mocht een sluipschutter ze neermaaien. In Ramallah was het theater een van de eerste gebouwen die werden opgeknapt toen de Israëlische tanks eenmaal uit de straten waren verdwenen. Die koppige, onuitroeibare hang naar schoonheid is wat ik in deze twee weken van Kunst in Oorlog wil laten zien. Overal tref je die aan. Men zegt wel dat kunst geen eerste levensbehoefte is. Ik heb mensen ontmoet die dagelijks aan hun schildersezel stonden, onheilspellend mooie video’s monteerden of hun eigen versie van de Decamerone schreven terwijl ze al weken leefden van droge rijst.
En kunst is niet alleen schoonheid. Het is ook een overlevingsstrategie, een vorm voor de mogelijkheidszin. Zolang de verbeelding niet dood is wordt het nooit helemaal stil op straat. Nu wij krijgen aangepraat dat ook Nederland in oorlog is – niet alleen in Uruzgan, maar ook in de schimmige strijd met het terrorisme – wil ik kunstenaars naar Utrecht halen die weten wat oorlog is en weigeren toe te geven aan de doem, de intimidatie en de verwoesting van het leven in de stad.
Worden het twee weken van triestheid en ellende? Ik denk het niet. Ik gok dat de kunstenaars uit al die verschillende landen elkaar misschien niet verstaan, maar wel heel goed begrijpen. En ik hoop dat de bezoeker die zich wat dieper in het programma waagt te voorschijn komt met het mooiste wapen dat er is: het besef dat het leven in onze steden wel kwetsbaar is maar uiteindelijk onverwoestbaar.