Jaarverslag 2002
1. de gevluchte kunstenaar
Hoewel het aantal vluchtelingen in de loop van vooral de laatste twee jaar drastisch is teruggelopen, wil dat niet zeggen, dat in 2002 minder gevluchte kunstenaars contact hebben gezocht met AIDA. In 2002 heeft AIDA opnieuw ruim veertig nieuwe kunstenaars leren kennen, die om verschillende redenen belet vroegen. Dit belet heeft betrekking op aspecten van hun kunstenaarschap, dan wel die van hun asielaanvraag. AIDA maakt met alle nieuwe kunstenaars uitgebreid kennis. De meeste kunstenaars zijn op het moment van kennismaking met AIDA heel recent in Nederland en meestal nog in afwachting van een beslissing op hun asielaanvraag. Toch vindt AIDA het belangrijk om de kunstenaars in een zo vroeg mogelijk stadium te leren kennen, opdat zij in ieder geval zo snel mogelijk hun kunst kunnen beoefenen. AIDA leert de kunstenaars kennen, in ieder geval via correspondentie, maar vaak door een bezoek van de kunstenaar aan het kantoor. Naast de instroom van nieuwe kunstenaars blijft AIDA – in meer of mindere mate – contacten onderhouden met de gevluchte kunstenaars, die AIDA in de afgelopen vijftien jaar heeft leren kennen. Inmiddels bestaat dit netwerk van kunstenaars uit meer dan duizend kunstenaars.
Met betrekking tot de asielprocedure van kunstenaars zijn de contacten soms kort en intensief, in ander gevallen juist een ‘contact van de lange adem’. Hoewel AIDA nimmer het werk van de advocaten doet, komt het regelmatig voor, dat AIDA belangrijk aanvullende informatie kan verstrekken, die ondersteunend kan werken voor de behandeling van zijn asielaanvraag. Een duidelijk voorbeeld van een kortlopende, maar intensieve interventie is die geweest ten behoeve van de asielaanvraag van de medewerker van belangrijke Iraanse literaire tijdschriften, Moabab Miralaei. De verstrekte informatie heeft overduidelijk meegewerkt aan het besluit om hem een verblijfsvergunning te verstrekken (20 december 2002). Het meest sprekende voorbeeld van een ‘contact van de lange adem’ is de aanvraag om een verblijfsvergunning van de sculpturist, dan wel ambachtelijk reparateur van oude harnassen, Gotscha Lagidse. Hij kreeg – eveneens in december 2002 – na zeven jaar een verblijfsvergunning.
Het meeste werk van AIDA bestaat uit het bemiddelende werk op het terrein van de kunsten. Beeldende kunsten en Schrijven zijn de disciplines, die om intensieve begeleiding vragen. Musici of theatermakers lijken minder behoefte te hebben aan bemiddeling via AIDA, alhoewel ook met betrekking tot deze disciplines soms vragen om hun worden gesteld, zoals bijvoorbeeld het verzoek om een dramaturgische beoordeling van een meegenomen manuscript van een toneelstuk. De kunstenaars komen uit Afghanistan, Irak, Iran, Mongolië, Congo en Ethiopië, maar ook vanuit de achterlanden van de voormalige Sovjet-Unie (Litouwen, Oekraïne, Georgië en Armenië). De meeste kunstenaars hebben van het bestaan van AIDA gehoord via de rechtsbemiddeling of lokaal vluchtelingenwerk. Het contact leggen met AIDA, wanneer je kunstenaar bent, is min of meer vanzelfsprekend geworden. Organisaties als Vluchtelingwerk Nederland, Amnesty International en de VON (Vluchteling Organisaties Nederland) hebben AIDA standaard in hun helpdesk staan als dé organisatie voor gevluchte en vervolgde kunstenaars. De bemiddeling voor deze kunstenaars is soms van korte duur, maar neemt meestal veel tijd in beslag. De belangrijkste overwegingen voor kunstenaars zijn: een schreeuwende behoefte aan materialen, mogelijkheden om te exposeren, contacten met het Nederlandse culturele circuit. Voor schrijvers is inmiddels een goed functionerend traject uitgezet, waar ik later op terug zal komen. Voor beeldende kunstenaars is dit niet het geval. Het werk van AIDA begint meestal met het helpen ordenen van het verleden en het begeleiden van de presentatie door de kunstenaar in het heden, de nieuwe situatie in Nederland. De website van AIDA is hierbij een uitstekend hulpmiddel. Kunstenaars zien niet alleen op een praktische en visuele manier hoe divers de verschillende kunstenaars voor hun tijd zich presenteren. Instellingen en organisaties in Nederland kunnen op een snelle en verhelderende manier kennis maken met de kunstenaars om wie het gaat. Alle kunstenaars die in 2002 met een ‘portret’ op de website van AIDA zijn gezet, werden vanwege deze presentatie van zich zelf en hun werk nog hetzelfde jaar gevraagd voor een tentoonstelling.
2. De gevluchte schrijvers en journalisten
Zoals bekend wordt verondersteld heeft AIDA de afgelopen jaren hard meegewerkt om een helder netwerk op te bouwen voor de schrijvers en journalisten. Gevluchte journalisten kennen hiervoor hun eigen organisatie “On File”, die dankzij de bezielende coördinatie van Nino Zalica en de begeleiding van met name Judith Neurink in 2002 een paraplu is geworden voor de gevluchte journalisten om op een professionele manier zich bezig te houden met het inbedden van hun journalistiek verleden in het Nederlandse schrijverscircuit.
AIDA heeft intensief contact met On File over de maandelijkse programma’s van On File. AIDA heeft On File daarnaast in 2002 aan een penningmeester kunnen helpen.
Het intercultureel beleid voor schrijvers (literatuur en poëzie) heeft in 2002 vaste vorm gekregen. Centrale spil is de medewerker ‘intercultureel’ bij het Fonds voor de Letteren. In september 2002 heeft het bestuur van het Fonds voor de Letteren ondergetekende aangesteld als beleidsadviseur. Begin oktober 2002 heeft het Fonds een publieksavond georganiseerd met introductiedossiers van twee schrijvers en acht dichters. De meeste dichters en schrijvers komen in contact met het Fonds voor de Letteren via de Stichtingen Dunya (Rotterdam) en AIDA. Naarmate het Fonds voor de Letteren zich op dit terrein meer profileert, zal het werk van organisaties als AIDA en Dunya ten behoeve van schrijvers kunnen afnemen. Dat neemt niet weg, dat veel bemiddeling wordt geboden aan allerlei instellingen. Het Fonds voor de letteren focust zich – uiteraard – vooral op de uitgeverswereld, terwijl regelmatig vragen binnenkomen van instellingen, die zich bevinden op het terrein van de mensenrechten. Goede samenwerking, zo blijkt, voorkomt dat de instellingen lopen te winkelen, en dubbel werk gedaan wordt om de ‘klant’ te helpen.
3. Bemiddeling voor Nederlandse organisaties en instellingen
Wie iets met buitenlandse kunstenaars wil neemt contact op met AIDA. Wie niet van AIDA heeft gehoord, heeft na drie-vier telefoontjes rondbellen elders gehoord, dat het raadzaam is om zich tot AIDA te wenden. De vragen zijn zeer verschillend – de vragen door media laat ik op deze plaats buiten beschouwing, ik kom hier nog op terug -, en vragen meer of minder tijd en aandacht van AIDA.
Een tienjarig bestaan van een Regionale Vluchtelingenwerk Afdeling wenste om die reden een tentoonstelling met werk van beeldende kunstenaars uit drie verschillende werelddelen, bij voorkeur wonend in hun provincie. Een ander Regionaal Vluchtelingwerk wilde de viering van haar tienjarig bestaan opfleuren met drie dichters uit verschillende taalgebieden, die in staat zouden zijn om gedichten niet alleen voor te dragen in hun eigen taal, maar ook in de Nederlandse taal. Bovendien vroeg men om de bereidheid van hen om te discussiëren over de vraag “hoe een dichter zich de vreemde taal eigen maakt”. Verschillende tentoonstellingsorganisaties wilden, resultaatgericht, een bepaalde kunstenaar, of een bepaalde thematiek voor een geplande tentoonstelling, of een bepaalde regiovertegenwoordiging, bijvoorbeeld Sudanese kunstenaars. Enkele kunstenaars en instellingen benaderden AIDA met het verzoek om de opening van een tentoonstelling te verrichten of van AIDA te horen, wie dat zou kunnen komen doen. Personen of instanties zochten via AIDA contact met gevluchte kunstenaar om een uitdrukkelijke reden. Deze redenen verschillen enorm en hebben te maken met de benaderingswijze van het thema, dat de verzoekende instantie als programma of project om handen heeft, zoals:
- De ontmoeting van kunst, media en migrantenculturen;
- Buitenlandse kunstenaars uit verschillende werelddelen die een persoonlijk relaas zouden kunnen houden over – om maar een ongebruikelijk onderwerp te noemen – ‘Mijn Rusland’;
- Dichters die een gedicht (of gedichten) hebben geschreven over een specifiek onderwerp, zoals over een persoon (Nazim Hikmet), of een stad (Istanbul);
- Schilderen, tekenen en boetseren als sociaal kunstzinnige therapie bij genezings- en/of ontwikkelingsprocessen;
- Bijeenkomsten voor gevluchte kunstenaars over ‘kansen voor kunstenaars op de markt’;
- Mogelijkheden ter ondersteuning van projecten met goede doelen, bijvoorbeeld de financiële ondersteuning voor de productie van een muziek-CD. De opbrengst van deze CD zal gaan naar een alternatief revalidatiecentrum voor ex-politieke gevangenen;
- Het promoten van een Europees platform voor culturele debatten, die vragen stellen aan het begrip grenzen tussen naties, regio’s en mensen;
- Educatieve programma’s naast de andere activiteiten rond een bepaald thema; hiertoe wordt meestal om schrijvers gevraagd;
- Vragen om hulp over juridische kwesties, zoals ‘gezinshereniging’, of ‘het verkrijgen van een mogelijkheid om in het buitenland voor een korte periode deel te kunnen nemen aan een tentoonstelling en deze bij te kunnen wonen’;
- Verzoek om expertise bij de research voor verschillende filmproducties, zoals het filmproject ‘Onbegrensd’ (door River Films) en de documentaire over herinneringen (door Tamara Miranda);
- Het verzoek van Nederlandse culturele organisaties of culturele zelforganisaties om te bemiddelen in de vraag om een ‘culturele partner’ te vinden in Amsterdam, dan wel een locatie in Amsterdam voor de uitvoering van een specifiek programma.
4. Modelvoorbeeld: Beeldende Kunst – Cultuur op Drift, “Op basis van….”
De contacten met instellingen en organisaties kunnen leiden tot programma’s, waarbij AIDA als partner betrokken raakt. Zulke gelegenheden worden door AIDA aangegrepen om inhoudelijke ideeën over ‘multicultureel programmeren’ op een programmatische manier uit te werken. Ik geef hieronder een voorbeeld op het gebied van de beeldende kunsten:
In december 2001 heeft een succesvol project op het gebied van de Beeldende Kunsten plaatsgevonden. Dit project heeft zoveel impact gehad, dat de organisatie in 2002 een boekje over dit project heeft uitgebracht, zodat een breed netwerk op de hoogte gesteld kon worden van het proces van dit project. Het project “Op basis van” kent een voorgeschiedenis: sinds 1997 wordt in Leiden eens in de twee jaar het festival Cultuur op Drift georganiseerd. Het is een festival dat culturele activiteiten voor en door verschillende culturen presenteert. AIDA heeft vanaf het eerste festival een belangrijke rol in de voorbereidende fase van elk festival en in de aanlevering van buitenlandse kunstenaars. Elk festival proberen de organisatie van “Cultuur op Drift” en AIDA (als partner) een specifiek onderdeel uit. In 2001 is dit het experiment “Op basis van” geweest. Het experiment wilde nieuwe vorm uitproberen van directe koppelingen tussen Nederlandse en buitenlandse kunstenaars. Het aanleggen van zulke koppelingen is in 1994 geïnitieerd door AIDA. In 1995 heeft AIDA het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars (VvK) als partner gevonden voor de uitvoering van dit zo geheten ‘Buddy Project’, de directe steun van een Nederlandse kunstenaar aan een buitenlandse collega voor een afgesproken periode, volgens afgesproken instructies. Dit Buddy Project verloopt bij vlagen succesvol, maar heeft als zodanig weinig uitstraling.
In “Op basis van” werden zes Leidse kunstenaars voor een korte, maar intensieve periode (minimaal vijf, maximaal tien dagen samen werken in het atelier) gekoppeld aan zes gevluchte kunstenaars. Deze laatste groep woonde verspreid over heel Nederland en had nog niets of weinig ondernomen op het gebied van hun werk. De buitenlandse kunstenaars verbleven minder dan een jaar in Nederland in afwachting van een verblijfsvergunning. Elke Leidse kunstenaar werkte samen met één buitenlandse collega. Beide kunstenaars moesten onder de werktitel “Op basis van” onderzoek doen naar elkaars artistieke achtergronden, welk proces vertaald moest worden in presentabele kunstwerken. De kunstwerken van de zes koppels werden in een groepstentoonstelling gepresenteerd in het CBK (Centrum beeldende Kunst) te Leiden. De afsluiting vond plaats met lezingen en debat door onder meer de kunsthistorici Kitty Zijlmans en Sebastian Lopez. Het project heeft in november 2002 veel publiciteit gehad, zowel in de plaatselijke als landelijke pers (Volkskrant, Algemeen Dagblad). Het boekje over dit project heeft AIDA in 2002 gericht verstuurd naar culturele organisaties en instellingen met belangstelling voor cultuur. Dit heeft in 2002 geleid tot voorbereidende besprekingen met kunstenaars in Enkhuizen, en met kunstenaars in Groningen. In navolging van “Op basis van” zullen in 2003 soortgelijke projecten van start gaan.
5. De vervolgde kunstenaar – acties
In 2002 heeft AIDA meerdere malen haar stem moeten verheffen om protest aan te tekenen tegen flagrante schendingen van de rechten van kunstenaars om vrij hun mening te uiten. AIDA voert zulke acties bij voorkeur samen met andere organisaties, of sluit zich bij acties van andere organisaties aan. Ik noem enkele voorbeelden, die in het jaar 2002 hebben plaatsgevonden:
- De 72-jarige filmcriticus en manager van een Cultureel Centrum in Teheran, Siamak Pourzand kreeg een gevangenschap opgelegd van 11 jaar. In september legde AIDA voor zijn dochter Banafsheh Zand de contacten die zij voor haar korte verblijf in Nederland wenste. Bovendien regelde AIDA een interview dat verscheen in het dagblad Trouw (26 september 2002).
- De plotselinge verdwijning (op 10 februari 2002) van de correspondente voor Novaya Gazeta, Anna Politkavskaia tijdens haar aanwezigheid in Tsjetsjenië om onderzoek te doen naar de moorden op zes burgers. Op 14 februari werd zij gelukkig weer in Moskou aangetroffen.
- De aanklacht tegen de Turkse uitgever Fatih Tas van het Aram Publishing House. De staat eiste een jaar gevangenisstraf omdat hij essays van Chomsky had uitgegeven, die kritiek uiten op de behandeling van de Koerden door de Turkse overheid.
- Een oproep aan de Israëlische en Palestijnse PEN om op alle mogelijke manieren te protesteren tegen de recente golf van aanslagen op elkaars bevolking.
- Een actie in Nederland voor de Iraakse dichter Ali Albazzaz om niet langer te hoeven wachten op een verblijfsvergunning in Nederland.
- De gevangenisstraf (drie jaar en negen maanden) voor de Koerdische buschauffeur Sülhaddin Önen, vanwege het draaien van vrij op de markt verkrijgbare muziekcassettes.
- De gevangenisstraf (twee jaar) voor de cartoonist uit Panama Victor Ramos wegens belediging van de voormalige president.
6. Media en de brandhaarden in de wereld
In 2002 ontspoorde de politiek. Vervolgde kunstenaars blijven bovenal balling, anders, hoezeer zij zich ook uitgesloofd hebben om zich via een opgelegde inburgeringcursus of op een andere manier de Nederlandse cultuur eigen te maken. Dat neemt niet weg, dat media op dat moment kunstenaars zoekt, die zich hierover willen uiten. AIDA wordt wekelijks benaderd met een verzoek om namen te verstrekken, die zich – in verstaanbaar Nederlands – kunnen uitlaten over een onderwerp. De grote vraag gedurende het hele jaar 2002 betrof de vraag naar sprekers, die worstelden met hun geloof (de islam). Toen de Verenigde Staten in het najaar van 2002 openlijk begon met haar oorlogsvoorbereidingen tegen het internationale terrorisme, wensten de media vooral sprekers uit Irak. Vaak komen media met onaffe, rudimentaire ideeën voor items, die in lange telefoongesprekken leiden tot een concreet onderwerp.
7. De website www.aidainternational.nl, AIDA Nieuwsbrief, columns
AIDA heeft in maart 2002 en oktober 2002 een AIDA-Nieuwsbrief naar donateurs en bevriende instellingen gestuurd, waarin de activiteiten van dat moment worden belicht. In 2002 werd AIDA verzocht om columns te schrijven voor het (tweemaandelijkse) blad van de kunstenaarsorganisatie Arti et Amicitiae te Amsterdam, alsook voor het kwartaaltijdschrift van de gezondheidsorganisatie voor vluchtelingen Pharos. In elke column wordt een aspect van de problematiek of een portret van een kunstenaar geschetst. De belangrijkste ontwikkeling voor informatieverstrekking is de website geweest. De website van AIDA blijkt, zo kan eind 2002 gesteld worden, in een grote behoefte te voorzien. Het voldoen aan die behoefte is met eigenzinnigheid en daadkracht van AIDA om niet totstand gebracht.
In het Kunstenplan 2001-2004 schreef AIDA over haar verlangen om een eigen website te starten. Hoewel de toekomst van AIDA via een parlementair besluit voor deze periode werd veiliggesteld, wil dit niet zeggen, dat er van gedachten gewisseld zou zijn over de plannen zelf van AIDA. De motieven voor een eigen website waren voor ons zelf duidelijk. AIDA wilde dit nieuwe medium gebruiken als podium voor de vervolgde en gevluchte kunstenaar. Naast portretten van individuele kunstenaars werd een agenda van activiteiten voor de verschillende kunstdisciplines opgemaakt. De website zou als bron van kennis kunnen dienen over de thema’s die raakvlakken hebben met “Kunst onder Druk”. De website kan een diversiteit aan essays via een overzichtelijke indeling aanbieden. Op deze manier kan de website een bibliotheekfunctie krijgen voor multiculturele activiteiten en intercultureel denken. Deze bibliotheekfunctie geldt niet alleen voor Nederlandse personen en instellingen, maar ook voor de buitenlandse kunstenaars zelf. Een duidelijk voorbeeld moge zijn, hoe verrast ex-Joegoslaven waren, toen zij op de website van AIDA het enorme overzicht zagen van de in het Nederlands gepubliceerde boeken en romans over of vanuit hun land van herkomst.
Culturele zelforganisaties van vluchtelingen zullen in de luwte van deze website hun eigen gedachtegoed en ideeën naar buiten kunnen brengen. Alle informatie kan openbaar naar buiten gebracht worden, zonder afhankelijk makende tussenstations als musea, galeries, theaterzalen en zo voort. In april 2001 is een bescheiden website op internet gezet. Dit maakte het mogelijk om op een niet-abstracte en buitengewoon praktische manier met een doelgerichte kennissenkring de opbouw van de bedoelde website gestalte te geven. In november 2001 had AIDA de structuur voor haar website opgebouwd. De website blijkt in een groeiende behoefte te voorzien (zie bijlage over statistieken van de website). In het jaar 2002 groeide het rechtstreekse bezoek van 200 naar 400 per maand. Deze stijgende lijn zet zich in 2003 voort. De website wordt als een echte werksite bezocht. Het bezoek vindt plaats van maandag tot vrijdag, vooral tussen 10.00 en 15.00 uur. Niet alleen het rechtstreekse bezoek mag er zijn, want maandelijks vinden gemiddeld 6000 bezoekers via zoekprogramma’s (vooral via Google) de weg naar de informatie op de site van AIDA. Gemiddeld blijkt iedere bezoeker daarna nog een blik te werpen op twee andere onderwerpen.
Projecten
1. Landelijke Gedichtendag Amsterdam
Vijftien samenwerkende instituten in Amsterdam hebben de maand januari benut om de laatste voorbereidingen te treffen voor de Landelijke Gedichtendag. Op 31 januari vond in dit kader in Amsterdam het programma Muze, bezing mij… plaats. AIDA heeft een belangrijke rol in dit samenwerkingsverband van literaire instituten. Zij neemt deel aan de kerngroep, als het ware het ‘dagelijks bestuur’ van de organisatie, door zich te belasten met het financiële ‘ beheer’ van het programma. AIDA heeft programma’s aangedragen voor de muziek- en het filmprogramma rond de dichtersmarathon. Voor de dichtersmarathon heeft AIDA als haar gast de Syrische dichter Faraj Bayraqdar ingebracht. De avond vond – met groot succes – plaats in De Rode Hoed te Amsterdam. De afwikkeling van dit programma werd in februari afgerond. De eerste vergadering voor het nieuwe jaar (januari 2003) vond in maart 2003 plaats, voor een gedichtendag onder het thema Dieren en Satiren.
Op dezelfde dag (31-01-2002) werd in het Tropenmuseum de “Kathinka van Dorp Poëzie Prijs” uitgereikt. Voor deze prijs komen personen en projecten in aanmerking, die een bijzondere verdienste hebben op het gebied van wereldpoëzie en/of poëzie-educatie. Op voordracht van de Stichtingen AIDA en Dunya (Rotterdam) werd Amir Afrassiabi genomineerd. Hij werd tweede.
In februari 2002 heeft AIDA de dichter Faraj Bayragdar voorgedragen aan de Stichting Poets of All Nations voor de Free Word Award.
In september 2002 wordt AIDA verzocht om eveneens documentatie aan te leveren voor de dichter Simon Moleke-Nije uit Cameroen, die dankzij interventie van AIDA via een verblijf in Ghana een verblijfsvergunning heeft gekregen in Polen. De voordracht van Faraj Bayraqdar werd op 1 maart 2003 gehonoreerd. Hem zal een gastverblijf aan een Nederlandse universiteit worden verleend voor een periode van zes maanden tot een jaar. Ongeveer gelijktijdig ontving AIDA van Simon Moleke het bericht dat hij in Warschau was onderscheiden voor zijn verdienstelijk werk voor de mensenrechten.
2. Paradise Lost? – Theater uit Midden- en Oost-Europa
Van 8-18 februari 2002 heeft het Festival “ Paradise Lost?” plaatsgevonden. Het bestond uit acht theaterproducties uit vijf Oost-Europse landen. De voorstellingen waren te zien in de schouwburgen van Arnhem, Groningen, Haarlem, Rotterdam, Utrecht en in Felix Meritis in Amsterdam, die hiertoe samenwerken binnen de Max Wagener Stichting. AIDA heeft- als deelnemende organisatie aan de Max Wagener Stichting – deelgenomen aan de voorbereidende vergaderingen, maar speelde geen rol bij de uitvoering van het festival
3. KAVKAZ – Foto’s uit Tsjetsjenië
Kavkaz is een samenwerkingsproject van AIDA met Amnesty International, Artsen zonder Grenzen, Pax Christi en anderen. In samenwerking met de Tsjetsjeense gemeenschap in Nederland hebben deze organisaties een fototentoonstelling samengesteld (februari-augustus 2002, Verzetsmuseum Amsterdam), waarin het land niet alleen geassocieerd wordt met beelden van oorlogen, slachtoffers, en een verwoest Grozny. Ook het ‘verdwenen’ Tsjetsjenië is in beeld gebracht, de broederschappen en clans, de oeroude cultuur en de overleving daarvan tijdens de overheersing door de Sovjet-Unie. Internationaal vermaarde fotografen, zoals Thomas Dworzak, Stanley Greene en Yuri Kozyrev hebben werk geleverd naast de Nederlandse gelauwerde fotografen als Ad van Denderen, Leo Erken en Eddy Wessel. De tentoonstelling is begeleid door een voor dit doel samengesteld boek, dat door Amnesty International is uitgebracht. Het boek “Gevangene van de Kaukasus – Tsjetsjenië in beeld, poëzie en verhalen” is door de prikkelende rol van AIDA, om met name veel ruimte op te nemen voor artistieke in plaats van essayistische bijdragen, een voorbeeldig exemplaar geworden voor de ‘ behandeling van zware onderwerpen’. Op 20 februari 2002 heeft een officiële opening plaatsgevonden met een speciaal voorprogramma. Tijdens deze druk bezochte bijeenkomst spraken de Russische journaliste Anna Politkovskaja, de Franse filosoof André Glucksmann en de fotograaf Stanley Greene over hun ervaringen in en betrokkenheid bij Tsjetsjenië. In zijn algemeenheid is de inbreng van AIDA om via culturele programma’s politiek beladen onderwerpen onder de aandacht te brengen voor de samenwerkingspartners buitengewoon verhelderend geweest. Het tentoonstellingsproject heeft, tot slot, geleid tot de directe mogelijkheden die AIDA heeft kunnen bieden voor Ad van Denderen, om de research te kunnen plegen voor zijn project “Go No Go – de grenzen van Europa”. ‘Go No Go’ is het indrukwekkende levenswerk (een boek, een tentoonstelling en een videoportret, april 2003) over de vluchtelingenstroom naar Europa.
4. Radio Rietfluit – een communicatie initiatief voor Afghanistan
Radio Rietfluit is een initiatief om het gesprek tussen Afghanen in ballingschap en Afghanen in eigen land op gang te brengen. Afghanen in ballingschap zouden het cultureel erfgoed, onderwijs materiaal en andere informatie uit kunnen dragen en terug brengen naar hun land. Tevens zal radio Rietfluit een podium kunnen bieden voor eigen kunstuitingen, artikelen en debat onder elkaar. Afghanen in Afghanistan zullen via Radio Rietfluit contacten kunnen herstellen, en via internet gelijkwaardig mee kunnen communiceren over rehabilitatie en wederopbouw. Radiozenders zullen kunnen dienen om het merendeels analfabete deel van de bevolking te bereiken en te betrekken bij dit proces.
De initiatiefnemers zochten eind 1999 contact met AIDA, omdat zij op de hoogte waren van de expertise van AIDA op dit terrein vanwege haar activiteiten gedurende de oorlog in ex-Joegoslavië. Deze activiteiten bestonden, vanaf december 1992 tot het eind van de Kosovo-oorlog (1999) uit: steun aan onafhankelijke media “Press Now”, de oprichting van de organisatie van schrijvers in ballingschap “ex-Yu-PEN”, het uitwisselingsproject van Nederlandse schrijvers met schrijvers in de Balkan “Write Now”. Aanvankelijk was AIDA slechts aanbieder van kantoorruimte. De ervaring en deskundigheid deed AIDA zelf besluiten om zich meer aan het project te binden. AIDA is in 2002 een partnerschap aangegaan om het project Radio Rietfluit te begeleiden. AIDA heeft aangeboden om in de opbouwfase tot aan de oprichting van een zelfstandige Stichting de formeel juridisch verantwoordelijke persoon van het project te zijn. AIDA heeft haar expertise ingezet om een overzichtelijke (en voor alle betrokken partijen: inzichtelijke) financiële huishouding van het project op te zetten, zodat in de systematiek daarvan zowel verantwoord gebudgetteerd wordt, als in de uitgaven duidelijk blijft op welke moment Radio Rietfluit haar gelden investeert voor de in Nederland lopende projecten en op welke moment in Afghanistan zelf, of anders wel ten behoeve ervan.
De eerste stap werd gezet door presentatie van het plan aan de Afghaanse gemeenschap in Nederland. Dit heeft plaatsgevonden tijdens twee conferenties (16 februari 2002 te Amsterdam, 23 februari 2002 te Ede). Deze presentaties hebben geleid tot verkennende besprekingen met individuen en groepen in Nederland die een aandeel in het project Radio Rietfluit kunnen zijn.
Vervolgens heeft Radio Rietfluit verkennende gesprekken gevoerd tijdens conferenties in Denemarken (Kopenhagen, april 2002) en Pakistan (Pershewar, mei 2002). Doel van deze gesprekken was enerzijds om contacten te leggen met vergelijkbare of identieke initiatieven uit andere delen van de wereld (Engeland, Verenigde Staten en dergelijke), anderzijds onderzoek te doen naar Afghaanse Culturele Organisaties in ballingschap (i.c. in Pershewar, Pakistan).
Als derde stap heeft Radio Rietfluit in oktober (4-23/10/2002) zelf twee seminars georganiseerd, een in Kabul (Afghanistan) en een in Pershewar (Pakistan). Deze ‘fact finding mission’ heeft geleid tot een indrukwekkend rapport, “The Potential for Community Radio in Afghanistan”. Dit rapport is openbaar toegankelijk via website www.radioreedflute.net en wordt aldaar openbaar becommentarieerd. Maar het rapport dient vooral als basis voor een beleidsplan en een plan van aanpak voor de toekomst
5. “Vertellers en vertalers”
In januari 2002 heeft AIDA samen met de ‘Stichting Mondiaal Centrum Haarlem’ en ‘World Series/ Stichting Four in One, Utrecht’ een aanvraag ingediend bij het Fonds voor de Podiumkunsten. Deze aanvraag werd in maart op basis van een beoordeling door de commissie muziek afgewezen. De drie partners zijn bij elkaar gebleven om een nieuwe route uit te zetten. In september 2002 is een nieuwe aanvraag ingediend – en gehonoreerd – voor uitvoering in het seizoen 2003.
Het project Magie: Verhalen van Muziek kan gezien worden als een vervolg op de succesvolle serie literaire concerten De Reis die AIDA in 2000 samen met Mosaique Vivant heeft georganiseerd. Ethiopische musici traden op met Nederlandstalige dichters, Centraal-Aziatische musici met Spaanstalige dichters, en Latijns-Amerikaanse muziek met Perzischtalige dichters. In het project “Magie: Verhalen van Muziek” zullen vertellers en musici met elkaar op het podium communiceren. Vier vertellers zullen verhalen over de relatie tussen muziek en magie. Het scala loopt van sjamanen tot toverfluiten, van liefde tot dood, van contrabas tot ghaita, van Surinaamse mangrove bossen tot de Russische toendra, van de Senegalese binnenlanden tot de Molukse archipel. Vier vertellers uit vier culturen worden begeleid door composities van vier componisten. Een tiental muzikanten zullen de vertellers hun verhaal tot klinken brengen. De musici hebben hun wortels in Senegal, Marokko, Turkije, Oeigoeristan, ex-Joegoslavië, Iran, Duitsland en Nederland. “Magie, verhalen van muziek” zal op 22 juni 2003 in première gaan.
6. Gelegenheidsprogramma ‘Weg, Wegen’
Projecten als “Op basis van” en “Vertellers en vertalers” zijn bij uitstek programma’s waarin AIDA vormen probeert te ontwikkelen waarin op een respectvolle manier met verschillende culturen geprogrammeerd kan worden. De twee genoemde projecten vergen voor de uitvoering ervan door hun omvang en complexiteit de nodige voorbereiding en organisatie. Maar het kan ook eenvoudig.
In september 2002 kreeg AIDA de gelegenheid om samen met de Stichting Perdu een schoonheid van een culturele avond te organiseren. Wisselend werden film, muziek, poëzie en voordracht ten gehore gebracht. Een thema dat tot de verbeelding spreekt levert op een gemakkelijke manier de op maat voor dat thema gesneden kunstenaars op.
7. Het Nederlandse debat over de islam
In 2001 heeft AIDA als reactie op de gebeurtenissen van 11 september 2001 samen met de Stichting Dunya het project “Voorbij het geloof” georganiseerd. Daarna voerde lange tijd het politiek gekrakeel van en over Pim Fortuyn de boventoon. Vanaf de eerste essays (juli 2002) van Ayaan Hirsi Ali heeft AIDA als een knipseldienst de publicaties in dag- en weekbladen vergaard. Het via de media gevoerde debat op schrift zou de opmaat kunnen betekenen voor een serie debatten met de intellectuelen die AIDA inmiddels kent.
‘Moslima’s, eis je rechten op’. ‘Alles lijkt geoorloofd om islamisten te stoppen’. ‘Allochtonen moeten snel hun blik verruimen’. ‘Nederland slikt te veel onzin van moslims’. ‘Alles van waarde moet zich verweren’. ‘Een allochtoon is niet wit te wassen’. ‘Blanke burger past geen borstklopperij’. Ziehier enige koppen van de krantenartikelen die het publieke debat (en de toon ervan) in 2002 beheersten over belangrijke onderwerpen als ‘Godsdienst en Staat’, ‘Allochtoon en Autochtoon, ‘Cultureel en Multicultureel’.
In december 2002 had “Knipseldienst AIDA” een documentatie van 170 pagina’s A-4 met essays en artikelen. In die tijd heeft AIDA een voorstel gemaakt voor een serie debatten en culturele evenementen, met als referentie Iran.
In het najaar van 2002 heeft AIDA in het organisatiebureau Alternative View een uitvoeringspartner gevonden. Contacten werden gelegd met het HIVOS. Zij hebben zich inmiddels bereid verklaard om het project onder hun naam en met hun financiën naar buiten te brengen. De verkennende besprekingen zijn begin 2003 voortgezet. In juni 2003 zal het eerste programma plaatsvinden.
8. Historische fotografie in Iran
Sommige contacten in het verleden ‘beklijven’ en leiden tot nieuwe projecten. Begin 2002 was Parisa Damandan voor de vierde keer gast van AIDA. Zij heeft haar tijd benut om met betrokkenen en belangstellenden van gedachten te wisselen over de door haar gepleegde research over de historische fotografie in Iran. Het betrof werkbesprekingen voor projecten die in Iran zelf worden uitgebracht, en gesprekken over activiteiten in Nederland. Deze gesprekken hebben geleid tot verschillende resultaten.
De tentoonstelling “Women Unveiled” zal in 2003 tentoongesteld worden in Amstelveen (februari 2003), Assen (mei 2003) en Leiden (november 2003). In het fototijdschrift “Freeye” worden over haar historische fotografie gepubliceerd (eerste en tweede kwartaal 2003).
Het Prins Claus Fonds heeft besloten om haar de opdracht te verstrekken een boek te publiceren over “ Portretfotografie in Iran”. Dit boek zal zowel in het Farsi als in Het Engels gepubliceerd worden.
Amsterdam, 25 april 2003
Herman Divendal