Paradijsplein
De verstandige dictator
Het donkerbronzen standbeeld van Saddam Hussein wijst in de richting van Jeruzalem. Zoals elke verstandige dictator houdt hij zijn volk voor dat het grootste gevaar in het buitenland ligt. Het plein waar dit beeld over waakt is aangelegd door een parkarchitect met enige ambitie. Een halfronde haag van pilaren omringt Saddam. Twee langwerpige vijvers weerkaatsen het harde middaglicht. De heggen staan grauw onder een permanente stoflaag. Dit is het Paradijsplein. Een verstandige dictator geeft graag mooie namen aan lelijke dingen. Dat maakt zijn onderdanen al op jonge leeftijd onzeker over hun eigen oordeelsvermogen. Wie vervolgens toch beweert dat het helemaal zo mooi niet is spreekt hem tegen, en tegensprekers mag hij opsluiten.
Er staan een paar mannen met hamers tegen zijn sokkel te slaan. Dat haalt weinig uit. Een verstandige dictator zorgt in het hele land voor stevige sokkels en krakkemikkig gereedschap. Zo geeft de enkele vermetele zijn pogingen al op voordat hij zelfs maar aan de tenen van de dictator is toegekomen.
De parkarchitect blijkt het wandelpad naar het standbeeld precies breed genoeg te hebben gemaakt voor een Abrahams-tank. De coalitietroepen nemen het over van de mannen met hun hamertjes. Ze parkeren de tank zo dat ze samen de sokkel kunnen beklimmen. Het ziet er klungelig uit. Een verstandige dictator zorgt ervoor dat zijn landgenoten, als de oorlog dan toch eenmaal verloren is, niks kunnen doen zonder de vreemdelingen en omgekeerd, zodat bevrijders er uitzien als bezetters en gewone burgers als primitieve inboorlingen. Allebei krijgen ze het gevoel te collaboreren met iemand die niet te vertrouwen is.
Het aanleggen van de strop om zijn nek kost de nodige moeite. Een verstandige dictator laat zich niet zomaar kelen. Hoe meer moeite en tijd het ze kost, hoe meer de bevrijders en de opstandelingen zelf op beulen beginnen te lijken. Dit werkt ongemakkelijk op het publiek dat over de hele wereld zit mee te kijken, en dat in de afgelopen weken het Paradijsplein goed heeft leren kennen. Hier staat hotel Palestina, waar de overgebleven televisieploegen elke ochtend hun beelden van rookpluimen boven verder gelegen delen van de stad schoten. Een verstandige dictator biedt de media een fotogenieke onttakeling van het standbeeld voor de deur, zodat de laatste afrekeningen die zijn mannen intussen ver van de pleinen uitvoeren buiten beeld blijven.
Het duurt lang genoeg om zich een kleine massa te laten verzamelen. De aanwezigheid van publiek promoveert de slopers tot performers. Daar gaan ze zich naar gedragen. Elke handeling wordt nu symbolisch. Een soldaat van de coalitie klimt met een Amerikaanse vlag naar boven, die hij over het besnorde hoofd van het standbeeld legt. De verstandige dictator vindt het bijna jammer dat de soldaat deze blinddoek even later alweer moet verwijderen, op bevel van een officier die waarschijnlijk een pr-ramp wil voorkomen. Maar die heeft al plaatsgevonden.
Even veelzeggend is de Irakese vlag die Saddam vervolgens als een stropdas krijgt omgehangen. De vaderlandsliefde die de verstandige dictator zijn landgenoten heeft ingeprent is van het soort dat zichzelf in de hoogste top hangt en vervolgens naar beneden sleurt. De zelfmoord wordt op tijd verijdeld. Maar heeft eigenlijk ook al plaatsgevonden.
In de wurgende spanning van de laatste minuten voor het omvertrekken, die maar niet om lijken te gaan, is de paniek van de mensen op het Paradijsplein voelbaar. Ze willen zo graag, en ze zijn zo bang dat het alsnog mislukt. Als de dictator dan tenslotte toch bezwijkt is hij wel zo verstandig om niet helemaal van zijn sokkel te vallen. De brul van de menigte slaat om in iets tussen vertwijfeling, frustratie en hartstilstand. Een paar mannen willen hun woede nu al koelen, maar de verstandige dictator heeft ervoor gezorgd dat zijn gretigste tegenstander geen zwaarder projectiel heeft dan een lege kartonnen doos. Zodat het langst opgekropte gebaar van iemands leven het meest onbenullige wordt. Nog na zijn val vernedert hij zijn onderdanen.
Ook als hij tenslotte vertrapt wordt onder hun voeten blijft hij dat doen. Uitzinnige mannen zijn het, die hun hemd verscheuren om maar ergens mee te kunnen wapperen. Ze zien er uit als de laatste mannen aan wie je de toekomst van een beschaafde natie overlaat. Het ordenend principe van hun bestaan ligt in stukken op de grond, de kortsluiting in hun hoofd zou wel eens onherstelbaar kunnen zijn. Er valt overigens nergens een vrouw te bekennen.
Een verstandige dictator zorgt ervoor dat zijn standbeelden wel intimiderend groot zijn, maar niet overdreven kostbaar. De staven die er nog uit zijn schoenen steken bewijzen dat het brons van binnen hol was. Bovendien sleept hij altijd zoveel mogelijk anderen mee in zijn val. De barbarij heeft hij kundig overgedragen. Die zit nu op zijn hoofd, in de gedaante van zomaar een jongen uit Bagdad, en laat zich door zijn vrienden over de stoffige boulevard slepen. Die plundert nu de laatste distributiepunten voor rijst en bloem, waar geen bewakers meer staan. Die sjouwt nu met andermans ijskasten over straat. Die slaat een ontmaskerde fedayien met een houten plank voor zijn gezicht, op een ander plein met een andere mooie naam. Die verwoest nu alles wat er nog intact was in deze samenleving waar hem zo lang niets toebehoorde, en de verslagen dictator ligt zelfs aan stukken gehakt en door voorbijgangers bespuwd nog minzaam te glimlachen, omdat hij weet dat hij het niet veel verstandiger had kunnen aanpakken.
Chris Keulemans
