Oorlog

Oorlog

door Erman Doric

Ik ben sinds enkele dagen geleden, net als alle andere Nederlanders, medeverantwoordelijk zelfs medeplichtig voor alles wat er in de oorlog in Irak gebeurt. Een oorlog die op dit moment gaande is. Onze regering heeft ons ingeschreven op de lijst van de landen die de oorlog van de regering Bush steunen. Nederland vormt samen met landen als Albanië, Eritrea, Engeland, Italië, Nigeria en Roemenië het front achter het besluit deze oorlog te beginnen.

We doen mee aan een oorlog die volgens het handvest van de Verenigde Naties niet legitiem is. De grondwet van de VN die we hebben getekend zegt dat een oorlog tegen een ander land niet legitiem is tenzij het gaat om de zelfverdediging van een directe aanval op eigen land of als er sterke bewijzen zijn dat je met een oorlog een aanval op eigen land kunt voorkomen. Het is aan ieder duidelijk dat de oorlog in Irak aan geen van de twee voorwaarden voldoet. Alle andere argumenten zoals het vermoedelijke bestaan van massavernietigingswapens, een regime dat onmenselijk wreed is tegen ieder die zijn mening tegen spreekt, een dictator die snel de ruimte moet maken voor een betere leider voor het Irakese volk zijn goede argumenten, zijn nobele argumenten. Deze argumenten geven echter geen legitimiteit voor de oorlog van de regering Bush. Juist daarom was een grote meerderheid van de internationale gemeenschap vertegenwoordigd in de VN veiligheidsraad tegen de oorlog en voor de voortzetting van de wapeninspecties. Toch heeft onze regering, namens ons allen, toegezegd dat we Bush steunen in zijn oorlog.

Ik dacht dat ik woonde in een westerse maatschappij. Een maatschappij die de democratische orde en de mensenrechten hoog in het vaandel heeft staan. Maar tot hoever reikt onze overtuiging vraag ik me vandaag af? Tot de grens met België en Duitsland? Of tot de grenzen van Europese Unie? Stopt het belang dat we hechten aan democratie en mensenrechten aan de grenzen van onze economische en religieuze bondgenoten. Moeten de minder economisch en politiek rijke landen maar naar onze pijpen dansen of anders gaan we ze uitroepen tot de derde wereld landen, banaanrepublieken, minder beschaafde samenlevingen, de niet democratische regimes. Ik vraag me af hoe het komt dat we in het verleden, altijd met ons mond vol democratische leuzen, een oorlog die op onlegitieme gronden berust een agressie noemden. En nu is het opeens alleen maar een oorlog. Is dat zo omdat we daaraan steun geven? Geldt de internationale rechtsorde voor ons en onze bondgenoten niet als het ons goed uitkomt?

De oorlog! Zijn we ons eigenlijk echt, diep in ons hart, bewust van wat een oorlog betekent, van waar we aan medeplichtig zijn? Hebben we met zijn allen de tijd genomen om ons te verbeelden wat voor ellende we veroorzaken? Laten we een paar dingen duidelijk stellen. Op dit moment zijn we als Nederlanders medeplichtig aan de bombardementen van een stad waar ongeveer 5 miljoen mensen wonen. Dat is ongeveer als je de bevolking van Amsterdam, Rotterdam. Den Haag en Utrecht bij elkaar neemt. Er vallen bommen op de Binnenhof, de Leidsplein, op de Dam. De Coosingel is verwoest, de Erasmus brug moet als een strategisch doelwit vernietigd worden. Dat is wat nu gebeurt in Bagdad. Een echte oorlog. Een oorlog kun je voelen, zien, ruiken. Een oorlog treft ieder. Zelfs de "slimme bommen" zien geen verschil tussen een kind, een baby, een moeder of een soldaat. Onze bommen vallen ook op burgers en onschuldige slachtoffers.

Een oorlog betekent dat jouw kind vandaag vermoord wordt. Je moeder is verscheurd door een bom die net voor de deur is gevallen. Je buurman bakker is vermoord toen hij brood aan het verkopen was. Je oom en je tante zijn weggeveegd en er is nog enkel een plas bloed overgebleven op de plaats waar ze voor het laats op deze aarde liepen. De hoofden worden van het lijf afgerukt. Er zal in die huizen van je geliefden en bekende nooit meer het gelach van het kind door het huis klinken. Haar of zijn vrinden zullen niet meer langskomen om samen de Idols te kijken. Want je kind, je moeder, je buurmaan, je familielid is er niet meer. Dit is wat een oorlog betekent. Dit is waar we als Nederlanders aan medeverantwoordelijk en medeplichtig zijn. Heiligt het doel de middelen?

Laten we het tot ons doordringen dat we ook op dit moment bezig zijn het leven van een ander mens te verwoesten. Alles wat van hun is en niet van ons bombarderen we plat. En waarom doen we hieraan mee? Waarom steunen we de oorlog van regering Bush? Omdat als het moet, dan kiezen we maar voor onze bondgenoten. Het internationale recht is dan niet meer belangrijk, de schending van de mensenrechten is ons niets meer waard. We staan achter de regering Bush die naar de rest van de wereld niet luistert. We zijn vergeten dat uitgerekend die regering de afgelopen jaren alle VN initiatieven onder hun voet heeft getrapt. Het milieubehoud, de productie van de landmijnen en het instellen van een internationaal gerechtshof zijn allemaal afspraken die de regeringen van een aantal banaanrepublieken, zoals we die graag noemen, gezamenlijk met de regering Bush, onze bondgenoot, niet hebben getekend. Toch hebben we daar vrede mee. Dat zijn onze vrienden en in deze gevallen telt de democratie en de wereldveiligheid minder zwaar. Wegen onze economische en politieke doelen zwaarder?

Ik vraag me af hoe we gaan reageren als, over een jaar of vijf, een Irakees wiens kinderen en vrouw we vandaag vermoord hebben zich opblaast op de Dam of op het Binnen Hof. Hoe gaan we hem bestempelen als een terrorist, een dreiging voor onze veiligheid en ons welvaart? Zien we niet in dat onze daden van vandaag de oorzak zijn van zijn daden van morgen? En wat doen we daarna? Gaan we weer drie minuten stil staan om onze doden te herdenken en vervolgens zijn land nogmaals plat bombarderen?

Laten we ons niet voor de gek houden dat we met deze oorlog niets te maken hebben, dat het niet onze verantwoordelijkheid is, dat het ver van ons bed af ligt. Bedenk goed of je vandaag met een geruste hart en een schoon geweten naar je werk kunt, de boodschappen kan gaan doen, je auto door de was straat kunt rijden. Ik kan het niet. Want uiteindelijk mogen de democratie en de wereldvrede niet met twee maten worden gemeten. De wereld rechtssysteem mag niet door willekeur bepaald worden. Als ik echt het beste voor de ander heb dan kan ik mijn oren en ogen niet dicht sluiten voor het geweld dat in mijn naam aangedaan wordt aan een ander. Dan wil ik aan mijn worden ook actie geven. Dan ga ik mijn stem laten horen.