Getuigenis

Getuigenis

Vandaag heb ik mij iets uit laten leggen over de liefde
over zomaar de liefde
vreemd dat men mij, als dichter van liefdesverzen, nog iets uit moest leggen
maar ik kende haar niet zo zacht zo zomaar
veranderlijk van dag

Vandaag gaat de dood van deur tot deur
zomaar een onverwachte gast
vreemd dat zomaar de dood live langs alle huizen gaat
tot in details van dag tot dag.

Vandaag ben ik een klein protest tegen
de leugens, tegen de afzwaaiers.
Vandaag zwijg ik waar ik niet over kan zwijgen
vandaag zwijg ik in grote woorden

Vandaag heb ik een onvergeeflijke honger
naar het bloed van onschuldigen, naar het failliet,
naar de beschietingen van het gelijk, vandaag bezing ik
de verslindende liefde, vandaag ben ik de hete adem
die door de woestijn trekt en haar het weten ontneemt
vandaag ben ik gewetenloos, vandaag trek ik als een divisie

van bron naar bron naar bakermat

en vandaag zal ik haar als een ongekende gloed
verwoesten met staal op staal, met vuur op vuur, met
paddestoelvormige woorden.

Dat eenieder mijn daden aanschouwt en weent. Vandaag
zwijg ik. Vraag mij niet om mijn stem, vandaag
ben ik een gure wind.

Vandaag dans ik van vernietiging en liefde
vandaag til ik mijn acht benen op, vandaag wikkel ik
al mijn armen, van horizon tot horizon tot
in je mond. Vandaag beadem ik opnieuw de aarde.

En elke dag bezing ik de liefde, zomaar de liefde
de stelselmatige liefde, de rauwheid en de
stille omgang van de dood.

Milla van der Have

Grondslag

er is meer macht in het woord dan in de dood
dan in ontvolkte leegte. Er is nalatenschap
voor wie zwijgt en voor wie spreekt
een steekspel van verzwegen beelden.

het is
een zegetocht, een zegetocht, zij zeggen
niets zij zeggen

het is
intifadah intifadah verzet
nuke the world en knock ‘m dead
het is of dit of het is er kan er maar één het is
voor of tegen het is voortdurend dood en het is
een eenvoudige verdeling van x-as y-as parabool het is goed of het is slecht het is
na ons de verzonnen zondvloed
na ons de verschroeide aarde

het is aarzelende napalm
ik meet de doden op

hemelgericht zijn zij

maar ik beklaag de bitterwarme aarde
ik berouw de uiteengereten liefde, de
wervelschade. Ik ben de brokstukken
van de wolkbreuk, de losgeslagen ledematen
in het oude zand.

Ik ben dat wat namen
geeft aan de winter. Ik ben wat overblijft.

Ik bevolk het onverwachte
met steen, met struik, met hand en graf
en op iedere hoek in iedere stad een
treurdicht als nalatenschap;
geef ik de dood
grondslag, zeggingskracht

Milla van der Have