Faraj Baryraqdar
Faraj Baryraqdar is op 5 februari 1952 geboren. De dichter werd op 31 maart 1987 gearresteerd en in 1993, na zes jaar eenzame opsluiting en martelingen, veroordeeld tot 15 jaar cel. Faraj Bayrakdar was opgepakt in verband met vermeende activiteiten voor de Partij van Communistische Actie, een groep kritische intellectuelen, die in meerderheid bestaat uit alawieten, de religieuze minderheid waartoe ook president Assad behoorde. Het actieprogram van de Partij komt in het kort neer op een streven naar vrijheid en gelijkheid voor iedereen. Een paar jaar eerder was Faraj Bayrakdar al gearresteerd voor het uitgeven van een literair tijdschrift, waarvoor hij geen toestemming aan de autoriteiten had gevraagd. Maar die gevangenschap duurde slechts een paar maanden.
De leden van de Partij van Communistische Actie werden onderworpen aan een zware martelcampagne van systematisch slaan en afranselen, onderworpen aan de beruchte en bekende Syrische electrische stoel en vreselijke electrische schokken. Alle politieke gevangenen leden daarbij onder psychologische martelingen.
Op 16 november 2000, verleende de nieuwe president van Syrië, die in het voorjaar zijn overleden vader is opgevolgd, amnestie aan zeshonderd politieke gevangenen, onder wie Faraj
Bayrakdar. Zonder voorwaarden is hij vrijgelaten. Faraj over zijn tijd in gevangenschap: 'Poëzie is democratisch tegenover de schrijver en zijn lezer, poëzie heeft nooit mijn gevoelens afgenomen maar gaf me ruimte voor een verrassende en onmetelijke vrijheid.'
Voor deze gelegenheid heeft Faraj een cyclus speciaal voor deze gelegenheid geschreven gedichten voorgedragen:
Telegramgedichten.
Vertaling: Richard van Leeuwen
1. Opening.
Als ik inadem
is het slechts uit verbazing.
Als ik uitadem
is het slechts om in de nayy te blazen.
Als ik leef
is het slechts opdat het leven de dood waardig is.
2. Geeuwen.
Ooit glimlachte de aarde.
Het was Syrië.
Maar nu…
Moet je eens zien!
Zie eens hoe ze geeuwt.
En hoe ze niets dan as
inademt en uitademt.
3. Heildronk.
Ik heb hem gezien:
Hij ontdeed zich van zijn hart.
Hij nam het vast met beide handen,
hield het omhoog… omhoog…
En riep:
'Op je gezondheid, vrijheid!'
En hij beukte het stuk
met de dichtstbijzijnde ster.
4. Geur.
Hij zei: 'De bloem spreekt.'
Zei zei: 'Hoe dan?'
Hij legde het uit in een kus,
twee kussen,
drie.
Ja…
Het was een lange uitweiding,
maar de bloem
verspreidde haar geur in een stilte
die de afgunst van de woorden wekte.
