Logboek deel 2

 

Logboek deel II

Yes! De kop is eraf. Op 26 september j.l. zijn we bij elkaar geweest. Vijf van de zes Leidse kunstenaars (er was er eentje aan het werk in Frankrijk), alle zes kunstenaars (ja, ook de Soedanese kunstenaar uit Hasselt -niet Zwolle-) uit het buitenland,
Herman Divendal van AIDA , Ferry Rigault met stagiair als mede-organisator van het project, en tot slot de schrijver die een boekje gaat maken over het project.
In het tuinhuis van Kunstcentrum Haagweg 4 -waar de bijeenkomst zou plaatsvinden- werd ik ‘s ochtends erg gelukkig van het mooie weer. Met vooruitzicht op een lunch in de tuin, lekker buiten, kon ik me enigszins ontspannen. Zo kort voor het moment waarop mensen zouden komen vond ik het toch wel erg spannend. Zouden ze het kunnen vinden? Ferry op het station met een bordje waarop ‘Op basis van…’ om de kunstenaars na een lange reis op te vangen. Standby per mobiel bereikbaar. Had ik genoeg eten gekocht? In welke talen zouden we gaan communiceren? En wat nou als mensen die aan elkaar gekoppeld zijn, het helemaal niet met elkaar kunnen vinden?

 

 

Al die vragen, die ik natuurlijk al vele malen de revue had laten passeren, werden opeens zo voelbaar. De ‘spanningsvelden’ zo duidelijk.
We zijn allemaal kunstenaar, dat is wat ons bindt. Maar wat is dat eigenlijk? Kunst kent vele vormen, er kan een -in dit geval bijna letterlijke- wereld van verschil liggen in opvattingen, werkwijze en uitingsvormen. Dat maakt het project zo interessant. Maar het gaat hier wel over mensen die zich allemaal kwetsbaar voelen en hopen te kunnen samenwerken. Ik ben zo verschrikkelijk nieuwsgierig.

Tijdens de koffie (op een na was iedereen op tijd -dat was in ieder geval redelijk goed gegaan-) begon ik met een inleidend verhaal. Eerst Nederlands, dan Engels. Voor de meesten was het goed te volgen. Twee kunstenaars uit Azerbeidjaan spreken weinig Nederlands en ook geen Engels, gelukkig kan de kunstenaar uit Georgie het Engelse verhaal vertalen in het Russisch. Het is moeilijk om lijn te houden in het verhaal, er is ook zoveel informatie. Maar het ijs lijkt gebroken te worden doordat er door iedereen gelachen wordt om de uitleg van de titel van het project. We zijn allemaal kunstenaar. Maar op basis waarvan? Misschien heb je vanaf je vierde te horen gekregen dat je zo verschrikkelijk goed kan tekenen en dat je daar iets mee moet. Misschien heb je op je vijftiende een heel bewuste keuze gemaakt. Maar misschien is het een negatieve keuze…kon je nou eenmaal geen kapitein, kok of dokter worden en ben je ‘dus’ maar kunstenaar geworden.

Gelukkig word ik in het verhaal regelmatig geholpen door Ferry met wat praktische
aanwijzingen en door Herman met informatie over bijvoorbeeld de verschillende fases in status die de gevluchte kunstenaars doorlopen (of doorlopen hebben).
Tijdens de lunch (in de zon) is er dan uiteindelijk ruimte voor persoonlijke gesprekken.
De laatste kunstenaar arriveert (ze was verdwaald met de auto). Herman maakt foto’s.
Documentatie-mappen gaan open, opgerolde schilderijen worden opengevouwen, vragen worden beantwoord met woorden, knikjes, handen en voeten.
Foto drieluik een liggende en twee staande fotoos
We maken een rondgang door het Kunstcentrum langs de ateliers van de kunstenaars die hier werken en die aan het project meedoen. Eindelijk wordt het iets minder abstract allemaal. Iedereen lijkt zich plotseling iets voor te kunnen stellen bij het samenwerken. Alsof het toch zo is dat het zien van de ‘werkplaats’, het ruiken van hout, verf en andere materialen bij iedereen werklust oproept.
Oftewel…we gaan aan de slag en laat dat werk maar spreken.