Logboek Deel 1
Logboek
- eerste aflevering -
Resi v.d. Ploeg

Een logboek over de contacten die ik heb met zes gevluchte kunstenaars in Nederland voor het project ‘ Op basis van…’.
Op 30 juli 2001 verstuur ik de eerste brieven naar de kunstenaars (en in sommige gevallen ook naar hun contactpersonen). In de brief worden ze uitgenodigd om mee te doen aan het project. Ik heb de brief in het Nederlands geschreven…shame on me.
Maar het is lastig, want er zijn twee kunstenaars afkomstig uit Georgië, twee uit Azerbeidzjan, een uit Ethiopië en een uit Iran. Ik heb geen flauw idee in welke taal ik met hen kan communiceren. Ik gok erop dat ze bij vrienden of begeleiders terechtkunnen met vragen over de tekst, want er staat veel informatie in.
Twee augustus krijg ik een eerste reactie per e-mail. Enthousiasme, maar wel veel beperkingen in de tijd waarop gewerkt kan worden. De volgende dag een telefoontje van een andere kunstenaar. Een zelfde soort verhaal. Hij wil graag mee doen, maar heeft doordeweeks verschillende verplichtingen. Ik betrap mezelf erop dat ik bij de Nederlandse collegae uitgegaan was van allerlei zaken die moeten gebeuren naast kunstenaar zijn (baantjes, opdrachten, kinderen, etc.). Van mensen die in een asielzoekercentrum wonen bestaat toch het beeld dat een week lang kan duren omdat ze zo weinig te doen hebben (weinig mogen soms). Daar gaat m’n eerste veronderstelling aan gruzelementen (ik hoop dat er nog vele zullen volgen).

Na mijn vakantie begin september, heb ik van iedereen een bevestiging binnen. Iedereen doet mee! Ik krijg zelfs een telefoontje van een agoog van AZC Drachten die de brief had zien liggen op het bureau van iemand anders; ze weet nog een goede Soedanese kunstenaar in AZC Zwolle, of hij ook mee kan doen. Ik vind het echt jammer haar teleur te moeten stellen -want ik zie geen kans om op korte termijn nog een extra koppel te formeren- ze is zo enthousiast.
Er zal flink georganiseerd moeten worden om alles rondom (verplichte) stempeldagen, taalcursussen en krantenwijken te laten plaatsvinden. Even op en neer naar bijvoorbeeld Drachten is geen kleinigheid. Maar het gaat door!
De kunstenaar uit Ethiopië belt me op. Hij wil graag een afspraak maken om langs te komen, hij heeft nog veel vragen. We spreken af, waarbij meteen duidelijk wordt dat we als organisatie goed moeten nadenken hoe we voor de eerste bijeenkomst regelen dat iedereen goed aankomt op het station. We lachen over de telefoon wanneer we in een soort Engels bespreken waaraan we beiden te herkennen zijn. I’m black, zegt hij. I’m white, zeg ik terug.
Maar via een nauwkeurige omschrijving van onze kleding op de ochtend dat we elkaar op het station van Leiden gaan ontmoeten, vind ik de man met black jacket en blue jeans and ‘no hair’.
We praten op mijn atelier over het project. Eigenlijk wil hij het liefst meteen aan het werk. Geef me maar materiaal en een onderwerp, zegt hij, dan kan ik schilderen. Ik leg hem uit dat het project uitgaat van samenwerking en dat alles pas gaat beginnen na een eerste bijeenkomst met alle kunstenaars die betrokken zijn.
![]() |
![]() |
Hij laat foto’s zien van een paar van zijn schilderijen. Ook van een groep kunstenaars waarmee hij een opleiding heeft gevolgd. Hij vertelt dat ze allemaal uit Ethiopie zijn vertrokken. Hij geeft ook aan dat hij niet zeker weet of hij wel gefotografeerd wil worden voor het boekje dat we willen maken. Als het alleen in Nederland verspreid wordt, vindt hij het goed, begrijp ik.
Na anderhalf uur lopen we terug naar het station. Het was goed om handen, voeten en mimiek toe te kunnen voegen aan het communiceren en ik denk dat hij snapt wat de bedoeling is van het project.
Op 16 september belt de man uit Georgie. Hij en zijn vrouw zouden samen meedoen aan het project. Hij vertelt dat zijn vrouw gezondheidsproblemen heeft en dat het moeilijk voor hen is opvang te regelen voor hun baby. Hij wil zelf nog wel meedoen, maar zijn vrouw ziet er vanaf.
Jammer. De informatie die ik heb over haar werk, heeft me erg nieuwsgierig gemaakt. Dus ik keek uit naar haar bijdrage. Maar ik ben blij dat de man nog wil.
Ik denk aan de Soedanese kunstenaar uit Zwolle…misschien is er toch een plek voor hem…


