Inleiding van het boekje

Op Basis Van…

door Ferry Rigault Coördinator Cultuur op Drift

Het plan voor ‘Op Basis Van…’ werd geboren in het voorjaar van 2001 tijdens een gesprek dat ik had met de Leidse kunstenares Resi van der Ploeg. Ik was met haar gaan praten omdat ik hoorde dat ze een beeldend kunstproject had georganiseerd met buurtbewoners en bewoners van het Leidse Opvangcentrum voor Asielzoekers en dus misschien wel in was voor een nieuw project. "Zie je het zitten om mee te werken aan iets waar zowel Leidse als gevluchte beeldend kunstenaars bij betrokken zijn?” was mijn vraag aan haar. Resi reageerde meteen positief want zij vond dat kunstenaars ook een maatschappelijke verantwoordelijkheid hebben. Ik had zelf op dat moment niet duidelijk voor ogen wat voor project het zou moeten worden maar al brainstormend kwamen we op het idee om te proberen Leidse en gevluchte kunstenaars gedurende een week samen te laten werken op basis van een van tevoren bepaald thema. Verder pratend zagen we het steeds meer zitten en we besloten dat we hier verder aan zouden gaan werken. Resi vond het ook belangrijk dat over heel het project een boekje zou komen want de kunstenaars zouden belangeloos mee moeten werken en op deze manier hielden ze er toch nog iets moois aan over.
Maar hoe nu verder? Contacten met Leidse kunstenaars waren er voldoende maar die met gevluchte kunstenaars echter niet of nauwelijks. Daarom zochten we contact met Herman Divendal van de stichting Aïda die deze contacten wel had. Hier bleek tot ons genoegen dat de VVK, het Voorzieningsfonds voor Kunstenaars, al een aantal jaren een subsidieregeling had waardoor gevluchte kunstenaars in het atelier van een Nederlandse kunstenaar konden werken. Materiaal- en reiskosten werden dan vergoed en ook Aïda speelde hier een rol in want zij droeg uit haar uitgebreid bestand de gevluchte kunstenaars voor. We waren bij Aïda duidelijk op het goede adres en Herman was zo mogelijk nog enthousiaster dan wij.
Vervolgens verdeelden we de taken. Ik ging met name proberen de financiën rond te krijgen want een dergelijk project zou aardig wat geld kosten. Resi en Herman zouden zich met de kunstkant van het project bezighouden. Dat betekende o.a. de selectie en het benaderen van de kunstenaars en het vaststellen van het thema. Resi had ook goede contacten met het Centrum voor Beeldende Kunst en ze zou informeren of het CBK het resultaat van de samenwerking ten toon te wilde stellen.
Ik stuurde subsidieverzoeken naar verschillende fondsen, de VVK en de gemeente Leiden. Het VSB Fonds Den Haag e.o. (nu Fonds 1818) kende een substantieel bedrag toe, Aïda had nog een aanzienlijk tegoed staan bij een Amsterdamse drukker dat we konden gebruiken om het boekje te laten drukken en ook de gemeente Leiden kwam over de brug. Resi stelde het thema ‘Op Basis Van…’ voor oftewel laat zien op basis waarvan je kunstenaar bent. Een lekker ruim thema waar iedereen wel wat mee zou kunnen maar ook een heel essentieel thema wanneer je twaalf kunstenaars met verschillende achtergronden aan elkaar koppelt.
Ze had ook al een lijstje van Leidse kunstenaars in gedachten, een lijstje dat om verschillende redenen een paar keer werd veranderd. De vijf kunstenaars – Resi was zelf de zesde – die uiteindelijk werden benaderd, reageerden positief.
Maar nu nog de gevluchte kunstenaars. Uit het bestand van Aïda werden na een middag zoeken zes kunstenaars geselecteerd. Een belangrijk uitgangspunt was dat het kunstenaars moesten zijn die nog niet zo lang in Nederland waren en mogelijk geholpen zouden zijn bij de samenwerking met een Nederlandse collega. Maar om de samenwerking productief te laten zijn werd er ook goed gelet op de aard van het werk en op de discipline. En we wilden ook mannetje-mannetje en vrouwtje-vrouwtje koppelen wat bijna gelukt is.
Toch gebeurde de finale koppeling meer op intuïtie dan op bovengenoemde criteria. Herman speelde hier een essentiële rol in. En dat je op je intuïtie kan vertrouwen kwam uit want de samenwerking verliep zonder noemenswaardige problemen. Wel moesten wat zaken aangepast worden. Zo hadden we gehoopt dat in een zelfde periode er gewerkt zou kunnen worden. Maar door allerlei praktische redenen was dit niet mogelijk. In de week die we geprikt hadden, hadden sommigen andere verplichtingen. Dan maar verspreid over twee weken en dat ging ook prima. Afspraken op maat noemden we dat. En de week werd teruggebracht naar vijf dagen, kort maar krachtig.
We hadden er ontzettend veel zin in maar waren tegelijkertijd erg onzeker of het wel zou slagen en dat alles zou lopen zoals we hoopten.

En het werden vijf bijzondere, intensieve dagen waarin veel is gebeurd. Er is hard gewerkt wat uiteindelijk resulteerde in een aparte tentoonstelling in het CBK.
Maar er is ook veel gepraat. Op basis waarvan ben je kunstenaar en maak je keuzes in je werk? En op basis waarvan bepaal je je werkwijze, materiaalkeuze en dagindeling? Deze vragen vormden een uitgangspunt voor persoonlijke gesprekken over het leven van ieder als kunstenaar. Er zijn over en weer adviezen gegeven, technieken gedeeld en inzichten verworven. Over de inhoudelijke, maar ook over de zakelijke kant van het kunstenaarschap.
Ieder koppel had de vrijheid om zelf te bepalen hoe de samenwerking er uit zou zien en hoe om te gaan met het thema. Wat betreft het eindresultaat is van tevoren alleen maar aangegeven dat het ‘presenteerbaar’ moest zijn.
In het werk dat het heeft opgeleverd was soms duidelijk zichtbaar hoe de samenwerking vorm heeft gekregen, soms was het wat minder in het oog springend en heeft een van de kunstenaars bijvoorbeeld -in reactie op de aanwezigheid van de andere kunstenaar- heel ander werk gemaakt dan anders. U kunt in dit boekje zelf uw conclusies trekken.

De koppels waren:

- Els Snijder en Mustafa Hussain
- Jan Kleingeld Lasha Okreshidze
- Paul Overdijk en Rasim Husseinov
- Eric de Best en Wondesen Hilmram
- Resi van der Ploeg en Wava Rustamova
- Fleur van den Berg en Persheng Warzandegan