Het bereik van het Servische verstand
Miodrag Stanisavljevic
HET BEREIK VAN HET SERVISCHE VERSTAND
Notities over de Servische intellectuelen
Verstand zal niet worden versmaad
maar mag niet leiden tot verraad
(Richtlijn van de Leider
voor Servische bollebozen)
1De verwoesting van de taal
Geen mens heeft het volgende paradoxale verschijnsel opgemerkt: in de tijd dat de "Servische nationalistische golf" op haar hoogtepunt was, kwam het tot de grootste verwoesting van de Servische taal. De ridders van het "bedreigde Servendom" en de ridders van de "eendracht der Serven" zijn de grootste castreerders. Luister eens naar het lexicon van al die leden van de Academie, die atavisten met hun borstelige wenkbrauwen, gebogen over "moeder Servië", van al die holle bla-bla-redenaars, oorlogshondenfokkers en -tamboers, van al die opgeblazen kikkers – onze voorzitters en vice-voorzitters, van al die twiststokers en vurige vergelders, die aasgieren van journalisten, van al die nationale vernieuwers en beschermers van de haardsteden. Moord ontspruit het gemakkelijkst in de ziel van een verwoeste taal. Het verwoesten van een taal heeft een heel praktisch doel: de menselijke taal zo dicht mogelijk bij de onomatopoëtische spraak van vuurmonden brengen. Oorlog is de triomf van de eenstemmigheid van mensen en oorlogstuig.
(november 1991)
In-tank-tuelen
In het Strava-centrum1 kwamen Servische intellectuelen, kenners van het Servische vraagstuk, bijeen voor hun tweede congres. Of, zoals de filosoof Mihailo Markovic hen noemde, "onafhankelijke intellectuelen met een patriottische oriëntatie". De echte conclusies van die duistere vergadering werden een paar honderd kilometer verderop geschreven: 700 vermoorde mensen, duizenden gewonden, platgebrande dorpen, een verwoest ziekenhuis, een vernielde drinkwatervoorziening… Welk intellect kan deze feiten rechtvaardigen, welke wijsheid kan ze verkopen? Geen enkele, nooit. Van zijn leven niet. In het Strava-centrum zaten ook geen intellectuelen (laten we de betekenis van dit woord toch maar behouden). In het Strava-centrum waren IN-TANK-TUELEN en T.V.LEKTUELEN bijeen. Voorstanders van kanonnengebulder, zaaiers van dood en verkrachting. Predikers van de roze Servische dageraad, die het hele volk gek maken. Servische nationalisten, voorsprekers en kenners van de Servische zaak. Zodra het woord "Servendom" viel, begonnen ze te kwijlen. (Die in-tank-tuelen zijn uiterst gevoelige schepsels.) Er zaten werkelijk geen intellectuelen in het Strava-centrum. Er waren geesten uit stoffige folianten gekomen, onvruchtbare, ledige geesten die zichzelf beu waren. Maar er is iets wat die onvruchtbaarheid bevrucht: onmacht, uw naam is natie, uw achternaam staat. Waarover spraken en droomden die boosaardige, onvruchtbare oude mannen? Natuurlijk over groot-Servië, dat voor hen een substituut is voor de grote gedachten die ze nooit hebben gehad. Over uitbreiding van het territorium en verschuiving van de grenspalen, wat ook een kwaadaardig surrogaat is voor die mislukte oude mannen, die de grenspalen en horizonten in de kunsten en wetenschappen geen millimeter hebben verschoven. En over de staatsvorming van het gehele Servische volk. Die onheilspellende mythe over het volk dat zogenaamd een speciaal talent heeft voor het creëren van staatsvormen, een artistiek talent dat andere, omringende volkeren missen, is voor die onvruchtbare oude mannen slechts een vervangingsmiddel voor hun eigen gebrek aan talent. Alles wat ze in hun leven niet hebben kunnen scheppen, projecteren die Servischgezinde oude mannen op het `genie van het volk'. Ik ben Serviër, dus ik besta. Ik wil geloven dat er in het Strava-centrum echt geen Servische intellectuelen waren. Alleen de CPU van de verschrikking is daar verslakt.
(mei 1994)
Het cynisme van de intellectuelen
In Servië wordt iedere intellectueel, zodra hij zich ervan bewust wordt dat hij het in de algemene ellende beter heeft dan anderen, blijkbaar onvermijdelijk een cynicus. Cynisme ontstaat altijd uit de dialoog van een aangenaam verzadigd gevoel in de ingewanden en een onaangename ethische reflex. Het regime probeert daarom te zorgen dat een aantal niet direct regeringsgezinde intellectuelen het in het algemene slechte verhaal iets beter krijgt, want het weet dat zij dan cynici zullen worden. Cynisme ligt altijd goed in de markt en er is veel vraag naar. De fundamentele boodschap van de cynicus luidt: iedereen is even slecht en ze zijn alleen maar slecht opdat ik er een beetje beter van word. De cynicus stuurt daarom ijverig alles en nog wat, links en rechts, onder en boven in de war. Het resultaat van de actie van de cynicus komt het regime van pas: het leidt tot algemene desoriëntatie en verdoving van de verzetsreflex. Dat kan de cynicus niet schelen, voor hem is van belang dat er in de algemene poel van apathie een klein vlot ligt waarop hij aan zijn whiskytje met ijs kan nippen.
(juli 1994)
De belasting op het Serviër-zijn
De Vereniging van Letterkundigen van Servië is de laatste jaren een kweekvijver geworden van patriottische krachten en een seminarium van de zogenaamde Servische eendracht. De "Servische eendracht" leek verwezenlijkt, maar er bestaat een aantal idealen waarvan de verwezenlijking de kern van hun dood in zich draagt. Dat heeft de Vergadering van de Vereniging van Servoschrijvers onlangs bewezen. Als wij allemaal Servoroemers en Servoverdedigers en Superserviërs zijn, moeten er voor iedereen eerbewijzen en blijken van respect worden gevonden. (Het virtuele hoofdpunt van de genoemde vergadering luidde: hoe en door wie moet de belasting op het Serviër-zijn worden betaald?) Aangezien de verdiensten voor de "Servische eendracht" en verschillende andere belastingen op het Serviër-zijn alleen door de Serviërs kunnen worden opgebracht, zal er van de befaamde Servische eendracht duidelijk niets overblijven. De Servoverdedigende schrijvers zullen tot de vreemde conclusie moeten komen dat verdiensten in de strijd "tegen de ondergang van het Servische volk" alleen kunnen worden betaald als nog een deel van dat volk nog wat meer te lijden krijgt (nog een keer geplunderd wordt). Verwarring op verwarring. Maar hoe kan het anders als men fantoomverdiensten probeert te betalen in tastbare goederen? Verenigd in het zaaien van leugens, het zaaien van mist en het misleiden van het eigen volk, zullen deze duistere broeders elkaar nog lang opvreten, ruziënd om de buit van die leugens.
(januari 1995)
Academieleden wandelen diagonaal
De Belgradose leden van de Academie vormen, naar ik hoor, eigen anti-Haagse comités en commissies en bedenken anti-Haagse memoranda. In de Knez Mihajlostraat bespeurt men hun toegenomen levendigheid. Heeft u gemerkt dat academieleden diagonaal over de Knez Mihajlostraat kuieren? Niet links, niet rechts, niet in het midden, maar juist diagonaal. De reden is simpel: zo stellen ze een zo groot mogelijk aantal stervelingen in staat hen te zien en te ontmoeten. Er bestaat nog een reden voor deze soort beproeving: alle academieleden lijden aan een persoonlijke onsterfelijke verstijving van de nek- en schouderspieren, ieder is of aan de linker- of aan de rechterkant "geblokkeerd'. Nu, als twee academieleden uit tegengestelde richting door de Knez Mihajlostraat lopen, en als hun nek allebei aan de rechterkant vastzit, is het niet erg waarschijnlijk dat zij elkaar tegenkomen. En een gemiste ontmoeting tussen twee academieleden op maandagmiddag betekent een hele verloren maandag voor het Servendom. Als ze echter diagonaal lopen, is het wiskundig waarschijnlijk dat het Servendom die dag zal worden verlicht door hun ontmoeting en gesprek.
(februari 1995)
Overdenkingen van kraaien
De Belgradose fascisten (die nog niet op de lijst van Goldstones onderzoek staan) krassen als onrustige kraaien tegen het Haagse tribunaal. Het proces tegen Tadic is, zegt een van hen, een zuiver anti-Servische farce, die Tadic is een onschuldige jongen, "hij weet niets van het leven." Hij weet niets van het leven, maar des te meer van de dood. Een van die intellectuelen overpeinst in het openbaar: als we de drie officieren, "de bevrijders van Vukovar", uitleveren, wie zal dan morgen het patriottische werk doen in Kosovo? De patriotten zullen volkomen gedeprimeerd en ongemotiveerd worden. Ergo, de misdadigers van gisteren moeten beschermd worden en zeker niet uitgeleverd aan anti-Serviërs, om te voorkomen dat we het elan van de misdadigers van morgen verminderen. Servië zal nog jongens nodig hebben die zich gemakkelijk bloeddorstig laten maken, want zij zijn de directe uitvoerders van de historische staatsvormende werkzaamheden. Uitlevering van Šljivcanin en zijn kameraden zou voor Servië "het doorzagen van de tak waarop men zit" betekenen. De tak waarover die kletsmeier van een fascist praat is een rotte tak van een eenzame eik, waarop alleen drie reusachtige aasgieren kunnen zitten.
(mei 1996)
Tijd zonder schaamte
Ik ben Kid Genocide
'k Word beschermd door St. Vitus2
Ik ben staatsvormend van aard
Daarom ben ik in de oorlog veel waard
Wat ik niet te vuur en te zwaard overwin
probeer ik te krijgen met gegrien
Ik ben Kid
schaamte ken ik niet
Ik heb in lange tijd niet meer zoiets schaamteloos en klagerigs gelezen als de Declaratie tegen genocide op het Servische volk, die is ondertekend door "60 aanzienlijke Serviërs" en gezegend door de opperpriester. De club "democraten van het genocide type" (een uitdrukking van Stojan Cerovic) smeekt en bezweert de wereld cynisch-huilerig de Serven te beschermen tegen "genocide en exodus". Echte jeremiades – alleen is Jeremia deze keer die kanonnier waar het Šumadische lied over zingt, de Jeremia die Vukovar, Dubrovnik, Sarajevo en andere steden heeft beschoten. Jeremia heeft dat volgens die aanzienlijke academieleden gedaan als `zelfverdediger' en hij is erg verbolgen dat die wereld hem ondanks zijn `historische verdiensten in de strijd voor een humaan mensdom' niet heeft toegestaan zijn werk af te maken. Voor Jeremia's kanonnen ontvluchtten honderdduizenden mensen die niet tot `het eigen volk' behoorden hun huizen, maar dat is geen genocide en dat kun je geen exodus noemen, want die vluchtelingen zijn, zo zeggen Jeremia's inspirators, slechts een `zwervende stam op doorreis', en vluchten ligt in hun aard. Die anderen zijn `later gekomen', `niet-staatsvormende' volkeren, en Jeremia behoort tot een oud staatsvormend volk en hij heeft het goddelijk recht ruimte vrij te maken voor zijn Grootstaat. Omdat het dwaze avontuur met het trekken van de grens langs de lijn Karlobag-Ogulin-Virovitica niet slaagde, toen het plan `lijst'3 (voor het schilderij van de grote Leider) niet slaagde, toen het dreigement dat `de moslims, als ze zich niet onderwierpen, zouden verdwijnen als volk' niet slaagde, begonnen onze staatsvormers en staatsvergiftigers met het opstellen van de huilerige Declaratie. Toen het oproepen van angst niet slaagde, probeerde men medelijden (bij de wereld) en zelfmedelijden (bij de eigen natie) op te wekken. Angst en medelijden zijn echter zo verdeeld dat ze geen tragisch effect oproepen. En het wekken van zelfmedelijden (dat weten we uit de rituelen met de beenderen) is een inleiding tot nieuwe waanzin.
(mei 1997)
Zullen we kruisvaarders worden?
"Kosovo is het duurste Servische woord", "Kosovo is heilige Servische grond", "Kosovo is het Servische Jeruzalem"… De afgelopen jaren hebben wij tot vervelens toe deze en soortgelijke uitspraken van Servische intellectuelen aangehoord. Is de tijd gekomen dat we allemaal kruisvaarders moeten worden? Zij die hebben uitgeroepen dat Kosovo "heilige Servische grond" is (sommigen eisen dat dat ook officieel gemaakt wordt – waarschijnlijk door publicatie in het Staatsblad) hebben uit hun gedachten verbannen dat daarmee een heel directe, heel onheilspellende boodschap wordt gestuurd aan de mensen die daar wonen en waarvan er maar een handjevol – twee miljoen – zijn. En die boodschap luidt: het rondlummelen van niet-Serviërs op heilige Servische grond betekent bevuiling, schending van een heiligdom. Vertrap mijn heiligdom niet! Brabbel niet in een onverstaanbare taal in mijn heiligdom! Bouw geen huizen, stallen en kippenhokken op mijn heiligdom! Heiligdommen moeten zuiver zijn – per definitie. En de beste manier van reinigen is, zoals men weet, die welke al is uitgeprobeerd in Kroatië en Bosnië. (En men weet ook dat wie naar etnische zuivering grijpt, door etnische zuivering zal vergaan.)
(maart-juli 1998)
De stank van intellectuelen
De Servische intellectuelen zullen, als deze oorlog voorbij is, bij de ingang van hun woningen hoefijzers ophangen. Alle staatsgieterijen en -smederijen maken al op grote schaal hoefijzers. Kleine, middenmaat en grote. Gewone, van blik, van aluminium, maar ook van zilver en met heel wat verguldsel. Al naar gelang de verdienste en bijdrage tot de grote patriottische operatie genaamd "hoefijzer". Je moet de beeldende fantasie van onze leiders en legeraanvoerders bewonderen: de vorm van het hoefijzer is een uitdrukking van de omsingelende kracht die diffuse, overtollige elementen uitdrijft en door de mond van het hoefijzer naar andere ruimten dirigeert. Het hoefijzer was altijd al een gelukssymbool, en de wet van het volksgeluk luidt: de een zijn dood is de ander zijn brood. Om de effectiviteit van de krachtenbundeling van de geniale gedachte genaamd `hoefijzer' des te groter te maken, zijn er, zoals bij iedere grote onderneming van het hele volk, intellectuelen nodig. Overigens duidt het volk een intellectueel aan als `een man die goed beslagen ten ijs komt'. Het werk van een intellectueel in Servië komt neer op het rechtvaardigen van de bedenksels van de baas en de gevolgen van die bedenksels. Maar u vergist zich als u denkt dat zij bij het verrichten van dat werk hun hersens moeten pijnigen en de benodigde rechtvaardigingen moeten bedenken. De rechtvaardigingen worden hun toegezonden vanuit de paleiskantoren en hun wordt opgedragen die uit het hoofd te leren alsof het kinderversjes zijn. Iedere vraag die buitenlandse nieuwsgierigen hun kunnen stellen heeft zijn eigen vastgelegde antwoordversje. "Wat vindt u van de etnische zuivering?" vraagt, laten we zeggen, een journalistje uit Tasmanië. "Er is geen sprake van etnische zuivering," antwoordt de goed beslagen kenner-intellectueel slagvaardig. "De mensen vluchten met grote spoed want je weet nooit wat zo'n bom doet." Zo antwoordt iedere intellectueel ongeacht zijn plaats op de hiërarchische ladder en de nabijheid van de ruif van de baas. Bij mensen die hun schedels en tongen hebben verhuurd, treedt echter een onaangenaam verschijnsel op, zogezegd een soort ziekte. Omdat bij hen het hoofd en de hersens niet worden gebruikt voor enige denkactiviteit, komt het namelijk spontaan tot een proces van ontbinding van bepaalde moleculen en als begeleidend verschijnsel doet zich een karakteristieke geur, reuk en stank voor. Zodra je een van die kenners en knappe bollen aanraakt en overvalt met een vraag, neem je dezelfde specifieke geur waar. Het is mij overkomen dat ik in een gesprek met mensen die ik vroeger beschouwde als gezonde denkers mijn neus met mijn hand moest afschermen. Anderen echter zorgen dat ik niet verstomd sta. Zij zeggen meteen openlijk: Ik ben trouw aan de baas en ik stink gaarne, en hoe! Ik ben een ridder van de domste beweringen en ik riek patriottisch, en hoe! Gezegend zijn zij en wij met hen!
(mei 1999) 1strava = ontzetting. Woordspeling met Savacentrum, een congrescentrum in Belgrado.
2St. Vitusdag is de jaardag van de slag op het Merelveld (noot v.d. vertaalster)
3naam van het offensief in Bosnië waarin het Servische deel bij Joegoslavië zou worden gevoegd (noot v.d. vertaalster)
