De oorsprong van eruditie

 

Teki Dervishi

"De oorsprong van eruditie"

Geachte Sh.,
Je vroeg mij om voor een Nederlandse Stichting een essay te schrijven over "de intellectueel in crisistijden". Dat essay heb ik jou niet gestuurd, hoewel je zult begrijpen hoe graag ik als broodschrijver opdrachten ontvang.
Maar een essay over "De intellectueel en de crisis" schrijven?! Waarom zou ik? Ik ben immers toneelschrijver. Moeten kunstenaars ook betogen en intellectuele teksten schrijven? Helaas worden ze soms daartoe gedwongen. Terwijl kennis toch iets diepzinnigs, oneindigs vooronderstelt. Kennis vraagt om uitleg. Het schrijven van een essay vereist het gebruik van een internationale woordenschat. Hoe kan iemand, die geen vreemde talen beheerst, weten hoe je woordenboeken en encyclopedieën moet gebruiken? Neem het woord "encyclopedie". Is dat een Albanees woord?! Mag iemand het gebruiken die geen vreemde talen kent? Of neem het woord: "poëzie". Is dat een Albanees woord? Mag iemand het gebruiken die geen vreemde talen kent?
Kennis haalt men niet uit het woordenboek. Je moet om te beginnen iets weten. Vervolgens heb je woorden nodig om datgene wat je weet uit te drukken. Friedrich Nietzsche meende dat "stijl" de "gedachte" is. Wij plukken de kennis uit woordenboeken, teneinde onze individuele ervaringen te overstijgen.
Voor de verschillende wetenschappers is de bibliotheek hun laboratorium . Een dissident heeft bibliotheek noch huis. Tot mijn vijftigste had ik geen woning: Ik werd waar ik ook zwierf voor vreemdeling aangezien, voor iemand zonder vaderland. Ook vandaag de dag leeft de helft van het Albanese volk in de diaspora. In plaats van bibliotheken in hun woningen er op na te houden, richten ze organisaties op. Zodra deze in instituties veranderen weten zij, dat zij de aanzienlijke kans lopen een herhaling van de "Kristallnacht" uit de jaren dertig te zullen meemaken. Iemand die geen nationale vrijheid heeft kan niets hebben, laat staan bibliotheken. Is het niet bekend dat al tijdens de Byzantijnse barbaarsheden oorspronkelijke perkamenten in de Albanese taal werden verbrand? Of dat het Ottomaanse Rijk, zes honderd jaar achter elkaar palimpsesten (teksten beschreven op oude teksten) heeft verbrand? Weet men dan niet dat degenen die Albanese boeken hielden vervolgd werden zoals "heksen" ten tijde van de Inquisitie? Iedereen weet hoe de laatste tien jaar hele Albanese bibliotheken openbaar in as werden gelegd. Nationale archieven en bibliotheken werden geschonden en vernietigd. Alleen al in april en mei 1999 werd tachtig procent van de huizen in Kosova platgebrand. Hoeveel boeken zouden ermee zijn verbrand?
Tot 1985 schreef ik slechts toneelrecensies en soms recensies over dichtbundels. Verhandelingen schreef ik niet, want ik meende dat geleerdheid een geheel van gesystematiseerde kennis diende te zijn. Had ik in die tijd mijn kennis over diverse wetenschappen gesystematiseerd? Nee! Ik dacht dat geleerdheid een soort beroep is. Dat kennis in scholen en uit boeken worden vergaard. Geleerdheid is, kortom, geen geschenk voor de uitverkorenen. Kennis kan slechts zijn ontstaan dankzij het zware werk van een permanent leerproces, en uiteraard van de predispositie van de drager ervan.
Waarom, zo kun je je afvragen, heb ik de duizenden essays die ik heb geschreven niet in boeken vergaard? Omdat mijn krantenartikels met veel kennis aangevuld zouden moeten worden voordat ze het waard zouden zijn om in boekvorm te verschijnen. Ik wacht dus af, totdat de "crisistijd" van de intellectuelen afgelopen is!
Tot 1985, ik was toen 42 jaar, leefde ik in de overtuiging dat kennis de filosoof toebehoort, zoals kunst aan de kunstenaar. Zelf verlangde ik nimmer om filosoof te worden. Ik wilde kunstenaar, dan wel romanschrijver, dichter, toneelschrijver, te worden. Waarom? Ik weet dat zelf niet. Hoe kon ik het ook weten, ik, die pas op zijn zeventiende mijn eerste literaire teksten publiceerde, in tegenstelling tot Shelley die al op zijn zestiende beroemd werd. Hoeveel boeken zou ik tot dan hebben kunnen lezen, terwijl ik literaire stukken schreef die meteen goed werden bevonden door zowel redacteuren als lezers? Het is mijn tragiek dat ik na veertig jaar schrijverschap, op een elitair gezelschap na, slechts als journalist bekend sta en niet als romanschrijver of toneelschrijver. Hoe graag zou ik als schrijver bekend staan, gelijk een aantal goede Albanese schrijvers, zoals bijvoorbeeld Kadare.
Ziedaar de ironie, om het woord absurd niet te gebruiken: ik ben een artiest die meer voor intellectueel dan voor kunstenaar wordt aangezien. Waarom is dat zo? Omdat de crisistijd voorkeur hecht aan kritiek.
De financiële noodzaak, i.c. de materiële crisis dwong mij om essays te schrijven, want schrijven is al wat ik kan. Dat mijn teksten essays werden is mij met geweld opgelegd: mijn hele creatieve leven heb ik in tijden van crisis geleefd, zowel sociale als politieke. Ik heb immers geleefd zoals alle Albanezen, zonder uitzondering. Welke Albanees heeft geen celstraffen uitgezeten om politieke redenen? Welke Albanees werd niet aan de inquisitieachtige censuur onderworpen? Zoniet elk individu, dan zeker iemand van de naaste familie. Ik ken tientallen leeftijdsgenoten die vandaag grote schrijvers hadden kunnen zijn, maar ze hebben er vanaf gezien. Of ze moesten wel, onder druk van het politie-regime (Ik was zelf een tikje volhardender). Jawel, door de politie, want zelfs de "creatieve stilte" werd gezien als protest, als demonstratie tegen het systeem. Zelfs de stilte werd aan censuur onderworpen. Je kunt je afvragen: hoe kan iemand de stilte censureren? De staats-literaire bureaucratie vormde haar eigen geweten volgens de standaard communistische redenatie: "Wie anders schrijft als wij, is tegen om te schrijven zoals wij; om die reden zijn ze stil: omdat ze tegen ons zijn; aangezien wij het volk zijn, staat het volk aan onze kant, dus zijn zij tegen het volk". En ga zo maar door.
De geschiedenis van de mensheid kent al met al geen periode die men niet "crisistijd" kan noemen. Blijkbaar heeft de crisis een positieve invloed op de creatieve gesteldheid van hen die volharden. Want "uit onmacht om de wereld te veranderen, bekritiseren de schrijvers de wereld". Terwijl de kritiek juist de permanente crisissituatie van de maatschappij als haar basis heeft. Zonder crisis geen kritiek. Zonder kritiek geen kunst, geen wetenschap. Niets.
De materiële crisis dwong mij om essays te schrijven, want alleen zulke stukken kon ik aan kranten verkopen. Tijdens mijn "creatieve periode" waren er veel schrijvers, en minder journalisten met een scherpe pen. Hoe vaak wilde ik niet een toneelstuk of roman schrijven en moest ik toch een kranteartikel schrijven, want dàt werd betaald. Voor een toneelstuk had niemand interesse. Voor een roman kon je geen uitgever vinden.
Iedere mens in de verkeerde positie spant zich uit noodzaak in om zichzelf te rechtvaardigen voor het feit dat hij anders handelde dan hij gewenst zou hebben. Ik troostte mijzelf met de essays van T.S. Eliot, die ik leerde kennen via de schitterende vertaling van Qerim Arifi zonder te weten dat hij een intellectueel van groot formaat was. Later bewonderde ik de intellectuele eloquentie van Borges, die schreef dat hij zich de hemel als een grote bibliotheek voorstelt. Ik heb mij altijd verbaasd hoe het mogelijk is dat een intellectueel van het kaliber van Sartre ook toneelstukken schreef. "Les mains sales" heb ik met tegenzin gelezen. Ik vond het niet mooi, omdat ik van een auteur als Sartre niet gewend was om in de taal van een artiest ideologische aspiraties waar te nemen. De troost die mij hielp om mijzelf te rechtvaardigen voor het feit dat ik essays schreef werd compleet na het lezen van "De naam van de roos" van Umberto Eco. Volgens mij is hij de meest erudiete intellectueel van onze tijd. Hij is tevens een groot artiest, nietwaar?
Men zal zich zeker afvragen in welke taal ik de boeken van Engelse, Italiaanse, Duitse enz. auteurs gelezen zal hebben. De Albanese lezers weten beter: Alle bekende auteurs van de wereld, zowel de vertegenwoordigers van het modernisme als die van het postmodernisme, zijn in de Albanese taal gepubliceerd.
Waar bewaren de Albanezen hun boeken als men hun bibliotheken verbrandt? Ja, waar bewaren ze de wapens als de politie constant huiszoekingen bij hen verricht? Tijdens de vervolging en op de vlucht hebben de Albanezen eerder nog boeken in de Albanese taal meegenomen dan geld en kostbare sieraden. Zelfs in deze dramatische situaties voelden ze geen behoefte om boeken van buitenlandse auteurs mee te nemen. Deze zullen ze immers vroeg of laat in alle bibliotheken van de beschaafde wereld kunnen vinden. Dit toont de eeuwigdurende afkeurende houding aan van de bezetters jegens de Albanese cultuur.
Ik schaam me er niet voor om te stellen dat ik niet alle goede boeken heb gelezen die in de Albanese taal zijn verschenen. Want er zijn veel boeken in de Albanese taal geschreven (en vertaald). Het getuigt van een kosmopolitische houding – in de meest ongunstige betekenis van het woord -om de Albanese taal in een inferieure positie te stellen, om te zinspelen op de armoede van het hele Albaneestalige boekenfonds. Iedereen die erudiet wil worden kan genoegen nemen met het lezen van boeken in het Albanees. Wie zijn kennis met boeken in andere talen aan wil vullen: des te beter. De Albanese taal heeft de grootste auteurs van alle tijden uitstekend naar voren gebracht. Reeds als leerling op het gymnasium las ik de "Rubaiyat" van Omar Chajjam las en genoot ervan hoe deze in het Albanees klonken. Wat te zeggen over de Albanese vertaling van "Don Quichotte" van Cervantes, vertaald door het Albanese genie Fan Stilian Noli, moeten we daar nog een oordeel over vellen?
Ook de erudiete wetenschappen zijn bijzonder gespecialiseerd. Om mij te beperken tot de semantiek: Ik hoef slechts te verwijzen naar Eqrem Çabej als een van de bekendste taalwetenschappers ter wereld. Om colleges van hem te kunnen volgen had men uiteraard genoeg aan de beheersing van de Albanese taal. Taalwetenschappers als Eqrem Çabej, maar ook Selman Riza hebben opvolgers gevonden in taalkundigen als Rexhep Ismaili en Besim Bokshi. Ik ben op mijn beurt student bij Besim Bokshi geweest en heb mijn examens afgelegd bij Rexhep Ismaili.
In mijn verhaal "Wat verbrandde er met mijn geboortehuis" kan men lezen dat er in het huis maar één boek werd afgebrand, één boek! Daar gebruik ik niet het woord "bibliotheek", wat er in de verbeelding van mijn vriend uit Tirana ook verbranden mag. Hoe kan een schrijver een bibliotheek bezitten die in al zijn boeken als leidmotief een personage terug laat keren, die "gevlucht is uit zijn geboorteland, enkel om een plek te hebben waar hij naar terug kan keren"? De schrijver dus, die niet alleen geen plek heeft gehad om de boeken van andere schrijvers te kunnen bewaren, maar die zelfs zijn eigen manuscripten heeft moeten verbranden, in afwachting van de politie die dag en nacht het huis kon komen doorzoeken. In mijn woning heb ik niet eens mijn eigen gepubliceerde boeken. Degenen die naar mij komen en ernaar vragen omdat ze ze willen lezen weten dit. Ik moet op dit moment aan Anna Achmatova denken, aan iemand die nooit in haar leven, geen nacht, in hetzelfde bed heeft doorgebracht. Mensen die de ervaringen uit het leven (en niet uit de boeken) plukken, slepen in crisistijden geen boeken en geen relikwieën tijdens hun zwerftochten door de wereld. Zulke mensen zien het boek noch als een taboe, noch als een totem. Ik zie het boek niet zoals mijn moeder "Het heilige boek" zag. Zij kon het niet lezen, maar kuste het wel en zette het op versierde kasten in het huis waar ik als kind leefde. Wie wil leren kan overal om zich heen boeken vinden.
Wie geen weet heeft van de taaloorsprong van de boeken van mijn bibliotheek, negeert het onderwijs in de Albanese taal, de Universiteit van Pristina, waar ik zelf taal en letterkunde heb gestudeerd, of stelt op zijn minst het Albanese onderwijs in een inferieure positie ten opzichte van het onderwijs in de "grote talen".
Tot mijn dood zal ik niet weten of de "crisistijd" voorbij zal zijn, of ik ooit de gelegenheid zal krijgen om de discursieve schrijfkunst te ontvluchten en zal kunnen werken aan mijn toneelstukken en romans. De geleerden zijn niet altijd: de anderen. Terwijl wij slechts schrijven om alleen weer te geven wat we menen te weten. Alles zal afhangen van degenen die ons lezen, of die ons helemaal niet lezen.
Mijn grondmotief om te schrijven is de strijd om te overleven

vertaald vanuit het Albanees door Sherefedin Mustafa

Teki Dervishi is geboren in 1943 te Gjakova in Kosova. Als roman- en toneelschrijver, essayist en publicist is hij één van de bekendste Albanese schrijvers. Al na zijn eerste werken werd hij gezien als een ‘decadente’ schrijver. In die tijd betekende dat in Joegoslavië: ‘dissident’. Hij is meerdere malen gevangen genomen. Hij heeft onder meer drie jaar gevangen gezeten in de zeer beruchte, streng bewaakte gevangenis voor politieke dissidenten "Goli Otok" (Kaal Eiland). Hij schreef tot op heden dertig toneelstukken, zes romans, en vier dichtbundels. Voor zijn bijdrage koos hij de vorm van een brief.