De intellectueel tussen aarzelen en handelen
Naime Beqiraj
De intellectueel tussen aarzelen en handelen
Kujtim L. loopt de weg van de kroeg tot de tenten van plastic zeil langs afgebrande huizen. De ruines hiervan met starende ogen spreken veel meer dan de woorden. Dit is een deel van de historie die zes maanden geleden gebeurde. De kroeg die hij met oud-leerlingen en vrienden bezocht ligt nu in puin net als het grotendeels van de huizen in zijn stad. Het ergste is dat de leraar heeft leerlingen, collega's verloren. Erger nog is het feit dat men van velen het graaf niet weet. Dat was een ramp die de wereld deed schudden. Louter dan een ongeluk was de ramp een storm of een droom die de Albanezen in drie maanden doorstonden. Dat was een ongedefinieerde storm. Het was erger dan een orkaan.
De stank van de verschroeide gebouwen begint langzamerhand te verdwijnen, maar de stank van het vuil wordt onverdraaglijk. Ook vandaag, dezelfde routine: het geklaag van de vrouw die in de rij moest wachten om humanitaire hulpgoederen te krijgen, want ook haar familie zoals de meeste families in deze stad alleen met dit soort hulp leven, de beloften van de NGO-s dat ze vóór de winter hun wat stevigere barakken zullen brengen en de kinderen van de wijk die proberen met vreemde soldaten te communiceren. Hier wonen ijverige mensen, op de dag van morgen waarop het enigszins anders lijkt. Onveranderd blijven alleen de schoorstenen van de huizen, die hoewel verbrand rijzen in de richting van de hemel alsof ze die vasthouden om niet te storten. Een Albanese spreekwoord zegt: "Van het huilen van de moeders kan zelfs de hemel storten".
Daarom, prevelt in zichzelf Kujtim, durf ik niet om mijn huis en mijn enorme persoonlijke bibliotheek te noemen die de Serviërs hebben afgebrand, als ik denk aan de pijn van de moeders die hun zonen hebben verloren.

Op z'n Albanees voelt hij pijn en trots voor zijn vroegere leerling Besnik Lajqi die samen met anderemaatjes bij Rugova e Pejës sneuvelde op 19 april 1999, in de strijd voor de vrijheid van Kosova. Besnik, een jongen met trage en voorzichtelijke bewegingen, tien jaar geleden toen hij voor zijn eindexamen stond, vuur vatte telkens als de vrijheid van Kosova ter sprake kwam. Zijn dromerige ogen plotseling schitterden, klaar om te vertrekken. Men stelde de vraag: Wanneer?
De leraar die niet voorbereid was om verklaringen te geven, in het nauw gedreven door de houding van de leerlingen, probeerde het bloed van Besnik tot rust te brengen. Hij dacht dat hij als intellectueel gematigd moest zijn. De intellectueel is geen vechtlustige geest. Hij bezit geen revolutionaire kracht. Hij bouwt zijn argumenten op uit meerdere argumenten en dilemma's. De twijfel ligt in de fundamenten van zijn handelingen. Hij kon niet handelen tenzij hij erg overtuigd was dat zijn handeling gegrond en terecht is. Vooraal ten aanzien van jongeren. Inmiddels waren er meer dan tien jaar voorbij gegaan sinds de Servische minderheid zelfs die beperkte autonomie die de Albanezen vroeger hadden gehad, had ontnomen. Over de straten van Kosova vertrokken protesten en demonstraties in de hoop het vaderland ermee te kunnen helpen. De gebeurtenissen berokkenden telkens schade aan de etnische Albanezen. Enkele maanden na deze gebeurtenissen viel de Berlijnse muur. Viel het communisme. Toen Servië de verval van haar bondgenoot, de Sovjet Unie, zag, maakte haar bezettingsdoelen kenbaar die ze reeds langer dan een eeuw in een gedenkboek had opgesteld. Begint de oorlog in Kroatië en in Bosnië. Begint de arrestatie van jongeren, degenen die in het Joegoslavische leger dienden keerden in lijkkisten terug. Een aanzienlijk aantal jongeren zag zich genoodzaakt om naar de westerse landen te vluchten. Zo deden ook zijn vroegere leerlingen. Enkel Besnik en een paar gelijken bleven achter. De leraar en zijn vroegere leerlingen voelden het gemis van de vrienden die thans in asielzoekerscentra verbleven. Onze beste jongens heeft ons Europa weggenomen, dachten ze vaak. Ze ontsnapten aan de voorgespelde dood, maar als je hen een stukje brood, een bed en de taal van een land geeft, hoe menswaardig is zo'n leven? Dit schreef de leraar later aan zijn vriend in het Westen Alfred L.. Een aantal van de brieven van zijn vriend ontving hij niet, want zelfs de post werd door de Servische politie gecontroleerd en als oplossing hiervoor werden de brieven aan hem naar een andere stad in Kosova geadresseerd. De telefoongesprekken, brieven en boeken van Alfred L. waren de enige raam dat de leraar en een paar van zijn vrienden met de wereld hadden.
In de eerste brief die hij aan Alfred verzond, schreef hij hem niet over zijn stad, die de ergste vernielingen tijdens de laatste oorlog in Kosova opliep. Ook niet over de huizen die in de puin liegen. Hij schreef ook niet over zijn bibliotheek van tien duizend boeken die in as waren vergaan. Evenmin over het gebombardeerde postkantoor en het gebrek aan water en licht. Zijn brief begon hij met de woorden van Faust: "Verdient het leven, en de vrijheid" [vrije vertaling, Sherefedin]. Zijn leerling, zijn idool, Besnik was vermoord. Als held. Aan zijn vriend schreef hij een korte brief. Een droevige brief. En toch zonder de angst dat een derde het kon lezen.
Dit zijn de eerste maanden van bevrijding van het Servische geweld. Na al die moorden voelen mensen de vrijheid. De terugkeer van de Albanezen naar hun haard in Kosova overschreed alle voorspellingen van de internationale gemeenschap. In de Dukagjini Vallei (Kosova) waar meer dan 800.000 Albanezen wonen, in slechts zes weken de tijd is 90% van de gevluchte Kosovaren teruggekeerd, en niet in zes maanden zoals het unhcr had voorspeld. Experts beweren dat 80% van de dorpen in deze gebieden van Kosova gelijk met de grond zijn gemaakt. De wonden van Besnik en zijn maatjes van het UÇK, jonge idealisten voor de vrijheid, zijn nog niet gedroogd, en toch, namens verdiensten in de oorlog begint een anarchie te ontstaan die in zich vooral de woede inhoud die tijdens de lange jaren van Servische totalitaristische en anti-Albanese overheersing is gegroeid. De professor kan geen kracht vinden om dit verschijnsel te besstrijden, die als eigenschap in het kanonrecht [gewoonterecht, Sh] noch in de traditie van de Albanezen te vinden is. Hij hoefde één keer zijn stem te verheffen toen iemand bijna minachtend tegen hem zei: "Jij hebt geen geweer met de hand aangeraakt, houd je ten minste stil". De professor die zich nog steeds niet bevrijd had van de gruwelijkheden van de oorlog en de vlucht, zweeg. Hij had ook ooit gezwegen en juist daarom had hij de kritiek van Besnik en zijn vrienden aan zijn hals gekregen. Hij wiste evenwel dat de intellectuelen als wezens gefaald hadden, want hun taak is niet om de collectieve psychologie te creëren, maar om de waarheid te vertellen ongeacht de prijs die ze daarvoor moeten betalen. De intellectuelen in Kosova en overal op de Balkan zijn immer missionarissen van de illusie of van de leugen. De oorzaak hiervan zal waarschijnlijk in het gebrek aan religie liggen, want hier heeft God niet gewoond. Elke overwinning op God is tegenstrijdig met de menselijke moraal en daarin zijn alle vormen van zonde toegestaan die Dante omschrijft als negen categorieën van de misdaad. Het verbod op de religie is gesanctioneerd zelfs in de grondwet, zoals in Albanië het geval was. Het gebrek aan geloof valt ook nu te merken ondanks de bestaande vrijheid om God aan te bieden. Ten tijde dat zijn leerlingen voorbereidingen trokken voor de bevrijding van Kosova, hij aarzelde. De professor, de idool van al die leerlingen en idealisten wist dat in de geschiedenis van de mensheid, de intellectuelen zich nooit in de oorlog zich hebben ingezet. Intellectuelen zijn mensen met een andere sensibiliteit. Zij moeten hun werk doen, zowel in vredestijd als in tijden van oorlog. In oorlogsomstandigheden lukt hem niet om de esthetica van Hegel aan zijn leerlingen uit te leggen, niettemin moest hij zich ten dienste van de oorlog moeten stellen. [???!!!- Sh]
Er zijn ook anderen die niets hebben gedaan en dat soort mensen zitten met een gewetensconflict. En degenen die met militaire vocabulaire en uniformen die ze op straat hebben gekocht, blijven onafgebroken anderen stigmatiseren. Waaruit al die haast om deze of de andere partij te stigmatiseren? Anderzijds, waarom de race achter functies in naam van de verdiensten in de oorlog? De professor letterkunde die ooit, voordat hij door de Serviërs werd gevangen gezet zich ook met het schrijven van gedichten had bezig gehouden, meent dat hij iets kleins voor het vaderland, alsnog heeft gedaan [of: verricht - Sh]. Zonder betaling, jaren achter elkaar, heeft hij over Göte en Fishta [Gjergj Fishta, een bekende Albanese dichter, - Sh] aan zijn leerlingen heeft onderwezen. Hij ondersteunde zoveel getalenteerde leerlingen, ondanks het feit dat hij constant onder de dreiging van Servische liquidaties en aanslagen heeft geleefd.
Door de Albanese élite uit te schakelen heeft Servië getracht om de Albanese hersenen 200-300 jaar terug te spoelen. Aangezien de laag waartoe hij behoorde zich niet heeft gebogen voor de wrede onderdrukking van de nationale vijand, hoe kan hij zich buigen voor een soort anarchie. De intellectuelen, schreef hij in een brief aan Alfred L., kunnen niet door de knieën gaan. Zij kunnen met dilemma's zitten, zij kunnen zich niet uitspreken, maar ze kunnen niet toestaan om te worden gedirigeerd door iemand die minder weet dan zij. De strijd die die jongere idealisten voerden was gerechtigd. Als nationalisten hebben ze zich in de strijd betrokken en het werk gedaan die ze moesten doen, maar ze waren niet de organisatoren daarvan. Ze hebben een reële strijd gevoerd omdat het besef van de vrijheid voor hun reëel is geweest.
Een nationalist kan niet worden gelogen, hoewel de leugen een reëel element van de Balkan-psychologie is. Terwijl de Serviërs de leugen voor politieke doeleinden hebben gecreëerd, daarop hebben ze een staat als systeem en institutie gesticht. De Serviërs hebben de leugen als realiteit gefabriceerd en op onwaarheden gebaseerd, ze hebben de leugen op de wereld verspreid en hele bibliotheken gevuld met waarheden die op leugens berusten. Bij de Albanezen is de leugen ontstaan als een institutie voor intern gebruik en heeft gediend voor het creëren van fictieve realiteiten die mensen hebben gebruikt en zich ermee gevoed. Hiermee hebben ze zich geweerd tegen het geweld en bepaalde dimensies van het leven, door bepaalde realiteiten te creëren die het leven mogelijk hebben gemaakt. Bij de Albanezen wordt de waarheid gepresenteerd middels de figuurlijke spraak, waarin men in de kern heeft de boodschap geplaatst. Zodoende heeft een meta-taal, een meta-tekst en geen tekst bestaan. Iedereen die de Albanese traditie kent dit verschijnsel is bekend. De waarheid vertel je niet. Die is vanzelfsprekend. De leugen wordt verteld, gesproken. Maar de boodschap is niet expliciet en ook niet tekstueel uitgedrukt. Iemand moest enorm wijs zijn om de waarheid te vertellen.
In alle Balkan-gebieden had de leugen meerdere dimensies. De leugen werd gewaardeerd als een vaardigheid en werd niet gezien als een ondeugd of zonde. In werkelijkheid heft iedereen de leugen bevat als een bestaansvaardigheid. Deze werd in allerlei situaties tot een code van zelfbedrog geheven, daarop werden realiteiten gebouwd die ook vandaag de dag niemand durft met de ware naam te noemen, omdat wie dat doet riskeert niet zoals ten tijde van het communisme toen het recht op meningsuiting werd veroordeeld, maar wordt veroordeeld als iemand die een fictie afbreekt, als wordt gezien voor ketter.
De leugen op de Balkan bereikt de illusie van de mythe of van een mythische bewustzijn. Het gaat om een nieuw soort mythisch bewustzijn want de ware mythes zijn zeer hoge en sublieme waarden die in dienst van de waarheid zijn en die de mensenhersenen en verstand niet kunnen bevatten. Terwijl deze zijn antimythes en heten leugens. Helaas de Balkan stikt van destructieve mensen en wellicht is het enige gebied waar criminelen als nationale helden zich voordoen. Terwijl ordinaire oplichters in de beschaafde wereld hun plaats in de gevangenis zouden vinden, op de Balkan ontpoppen ze zich in helden en mensen gaan ze als zodanig zien. Het probleem is dat je niet achter kunt komen of dit het product van onwetendheid is of van de angst dat, indien zulke mensen hun beoogde beloning niet krijgen, de schade die ze kunnen aanrichten nog groter kan zijn, want er is geen institutie die deze laag mensen aan banden kan leggen of de plaats die ze in de beschaafde wereld toegewezen zouden krijgen. Helaas is er op de Balkan geen institutie die de leugen zou bestrijden en de misdadigers in al deze conglomeraat zondaars op de juiste plaats zou krijgen, want als je een mens als een slechte mens kwalificeert, moet je ook van een geschikte mechanisme beschikken om zo iemand te bestrijden. Op de Balkan, dus, wordt de kwaad gedoogd bij gebrek aan mechanisme om deze te bestrijden. Ik herhaal dat als het geloof de nodige vrijheid zou hebben, men zou de morele instituties hebben gecreëerd om de immoraliteit en de kwaad te bestrijden. Bij gebrek aan een dergelijke institutie hebben het goede en het kwade in een onderlinge pact naast elkaar kunnen leven. Beiden hebben elkaar gemeden en nooit in de juiste betekenis van het word bestreden. Balkan was wellicht het enige gebied op de wereld waar het goede en het kwade vreedzaam hebben samengeleefd. Niettemin heeft het kwaad de voorkeur genoten en op de Balkan geheerst. Het kwaad was het sterkst. De gerechtigheid, de goedheid, de moraal, zijn altijd zwakker en broos geweest. De angst in deze contreien was een vorm van bestaan. De leugen als illusie werd hier gebruikt zelfs voor het goede doel. Dit hebben zowel goeden als kwaden gebruikt. De goeden hebben het gebruikt om zich van het kwade te beschermen door op deze manier een illusie te scheppen waarin men heeft getracht om een gebied te creëren om daarin te kunnen leven. Zo hebben ook de Albanezen geleefd. De goeden hebben de leugen gebruikt om te overleven. Daarom terecht oordeelde een Albanese dichter (Ramadan Musliu) dat de geschiedenis van de Balkan-volkeren opnieuw moet worden geschreven want deze is geschreven door degenen die het monopool op de wetenschap hadden. Het enige wat men van de geschiedenis in handen krijgt is een soort enthousiasme, aldus een Duitse schrijver. Hij had eraan toegevoegd dat het patriottisme de geschiedenis ontaardt. Op deze manier werden onder de vlag van het rechts de antifascisten aangevallen, onder de vlag van het links en de meritocratie werden de ware vaderlandstrijders vervolgd en geëxecuteerd. Een Albanese schilder (Edi Rama) die tevens Albanese Minister van Cultuur is, door de woorden "links" en "rechts" die op de Balkan zo intens zijn geëxploiteerd onder aanhalingstekens te zetten, benadrukt dat beide woorden, onder andere, belichamen een van de meest eigenaardige eigenschappen van de totalitaire wijze van het kritisch denken die bestaat in het bestrijden van de vooroordelen van het individu en niet van zijn argumenten.
In een andere brief gericht aan Alfred L., schreef de professor letterkunde, dat men tot nu toe, in het westen, door het lezen van reisverhalen van buitenlandse auteurs de indruk heft gekregen dat de Albanezen een exotische volk zijn. Pas nu zien ze Kosova onder een andere licht. De Engelsen, de Amerikanen, de Duitsers…ontdekken een ander Kosova, een Kosova die verschilt van datgene ze in de boeken hebben gelezen die meer dan honderd jaar lang de Slavische volken hebben geschreven, waarin ze de Albanezen als een exotische volk met een bagage leugenzucht en beschrijven en typeren als een volk dat primitiever is dan de anderen. Dit hebben ze nader uitgewerkt, vooral om het recht te legitimeren om over hen te heersen namens een beschaving uit de tijden dat het koloniale recht nog bestond om de primitieve volkeren door een beschaafder volk te laten heersen. Dit is dus gedaan om de beheersing van Kosova te rechtvaardigen. De Albanezen beschikten echter van geen vorm van exotisme. De Albanezen zijn een pragmatisch volk, met een grondwettelijk canon zoals beschaafde volkeren met een eigen staat hadden. Maar dit werd niet bestudeerd door de wetenschappers-intellectuelen die het communistische tijdperk produceerde. Dezelfde linkse intellectuelen hebben de indruk gewekt dat de Albanezen een exotisch volk zouden zijn, en in plaats om het tegendeel te bewijzen, hebben ze zich gehaast om zich in de Slavische culturen te integreren, waartegen ze zich minderwaardig voelden.
De Albanezen zijn altijd pragmatisch geweest. Deze rol hebben ze gespeeld om te kunnen bestaan. Sommigen hebben baat erbij gehad om hen als folkloristisch te schetsen, ze hebben de bekende Albanese folkloristische dans "Shota", die met zwaarden wordt gedanst, gestimuleerd. Optredens met dit soort folklore werden wereldwijd aangemoedigd. Waarom organiseerde men geen tournees met theater en klassieke muziek? Natuurlijk, iemand had belang erbij om de Albanezen als een sprookjesvolk te tonen, om mensen te doen geloven: wij hebben, dus, een eigen Afrika binnen Europa! Het regime van Belgrado heeft constant gestimuleerd dit soort cultuur in Kosova. Zodoende lieten ze de Albanezen zien als een volk dat nog steeds de archaïsche dimensie niet had overschreden, als een volk dat in een museum is vastgezet. Dit is de reden waarom de beschaafde volkeren de musea bewaren, vooral als het om levende musea gaat. Jammer genoeg hebben wij als Albanezen vaker deze rol gespeeld want men eiste van ons om het te spelen. Wij hebben ons niet geweerd omdat we geen intellectuele kracht hadden om weerstand te bieden. Zelfs vandaag als je je daartegen verzet wordt je voor vijand van de nationale waarden verklaard, omdat je daarmee de natie en de folklore schade toebrengt. De dominante aanwezigheid vol mythomanie en folkloristische muziekinstrumenten is al enige tijd evident aanwezig zelfs op de enige nationale tv-omroep, terwijl toneelstukken niet allen niet worden uitgezonden, maar niet eens aangekondigd.
"Is dit soms vluchten voor de waarheid?", had Alfred L. hem in een van zijn brieven gevraagd. Het vluchten voor de waarheid is een vorm van vluchten voor de vrijheid. De waarheid heeft steeds minder sympathisanten. Bij de Albanezen is dit weer een soort levenspragmatisme. Dit is typerend voor verslaafde volkeren, van het lange leven en ervaring onder de slavernij. Het ergste is dat de geschiedenis en de beruchte Albanese reputatie zich herhalen, want bij ons alles geschied als gebeurtenis maar blijft niet als ervaring. De vrije burgers van Europa zullen deze positie van de Albanezen begrijpen. Datgene wat met de Albanezen is gebeurd, vooral deze laatste maanden, was rampzalig. Om Kosova, citeerde hij de Albanese dramaturg en publicist Artur Zheji, is in Europa een ware revolutie van begrippen ontstaan, dit alles binnen een zeer korte tijdperk. Kosova met meer dan 15.000 doden, honderden vermisten en duizenden gevangenen, reeds drie maanden, met een aantal uitzonderingen, is bevrijd van het Servische geweld. Servië zal nooit meer over Kosova heersen. Heden zijn ook weinig Servische intellectuelen te vinden die net als de psycholoog Milenko Karan verklaren: "Deze overwinning heeft het Albanese volk verdiend. Hij was compacter, moediger en slimmer. Wijzer". Tijdens de NAVO-bombardementen verbleef de oude psycholoog in Prishtina. Al langer dan zeven jaar geleden verklaarde hij dat wegens het agressieve beleid dat Belgrado in Kosova voerde, de rekening daarvan zullen de Serviërs die in Kosova wonen moeten betalen, hoewel ze het minst verantwoordelijk zijn voor het leed van het Albanese volk gedurende de laatste jaren. Hij was een van de weinigen die zich zo uitdrukte want zijn standpunt was ongewenst en gevaarlijk. Niettemin had hij gelijk omdat een aanzienlijk deel van de misdaden, brandstichtingen en vernielingen werden door de plaatselijke Serviërs aangericht. Uiteraard, met de zeggenschap van Belgrado. Daarom is nu de taak van de wereldberoemde psychologen en om de destructieve geest van dit beleid te onderzoeken.
De vlucht uit het rampgebied heeft in een klap een miljoen mensen op de vlucht gekregen. Net als in de bijbel komt de beloning uit de hand van God in de vorm van genade die de massale terugkeer teweeg brengt. Een wedergeboorte. Ze keerden terug, ongeacht dat ze geen plek hebben om terug te keren. Kosova is een voorbeeld van een mythisch land. Zelfs mensen die niet uit Kosova afkomstig zijn komen hierheen om Kosova te zien. In Kosova is de installatie van de toekomst begonnen. En dit alles wordt gedaan voor de kinderen van Kosova die geen schuld hebben voor deze wanorde.
vertaald vanuit het Albanees door Sherefedin Mustafa
