Gedichten I

Nee, ze hoort niet meer in de kooi

Tatti tatti
trippel loopt ze
Paran paran
tadam springt ze
Telkens weer botst ze – hier – tegen de muur/wand
De muur/wand van mijn borstkas
Tatti tatti
loopt ze
Paran paran
springt ze

Haar hoofd botst – hier – tegen het plafond van mijn borstkas

De liefde heeft benen gekregen in mijn hart
Vleugels
Benen
Vleugels
Benen
De liefde heeft vleugels gekregen in mijn hart

Nee deze vogel hoort niet meer in de kooi
Deze vogel hoort niet in de kooi
Ik moet haar vrijlaten.
Ik laat haar vrij.

Haar hoofd botst – hier – tegen het plafond van mijn borstkas

De liefde heeft benen gekregen in mijn hart
Vleugels
Benen
Vleugels
Benen
De liefde heeft vleugels gekregen in mijn hart

Nee deze vogel hoort niet meer in de kooi
Deze vogel hoort niet in de kooi
Ik moet haar vrijlaten.
Ik laat haar vrij.
 


De zee verdrinkt

O hei hé
Blauw hoog blauw
O het blauwste blauw
Weer ben je gekomen!
Slaaploos wil je mij weer!
Onrustig ben ik weer!
En zie wat je doet
Met mij en de zee


Duizend maal heb ik je gezegd
Onrust
Onrust
Mijn onrust
Maakt de zee ziek!
De zee verdrinkt
De aarde verdroogt

De vissen gaan dood
De aarde wordt zonder zee
De lucht wordt fantasieloos
Wat doe je met ons
O blauw
Blauw
Blauw!
Zie dat is weer de zee
Dat haar onrustige passie aan ons ontleent!
Welkom ziel van mijn poëzie
Welkom
Ik lig bij je vannacht
Drink
Drink met je ziel
Drink van mijn lippen
Al het blauw

De storm van poëzie

Met elke nipper van mijn ogen
Springt hier een ster eruit
Met elke beweging van mijn hoofd
Vliegt een pauw.
Met elk woord uit mijn mond
Vindt een mooie kanarie haar stem terug
Met elke beweging van mijn hand
Wordt de zon verplaatst.
Met elke glimlach van mijn lippen
Bloeit een amarante.

Lieve Neda!
Kijk:
Het is de storm van poëzie en
Ik
Ben weer
Mijn pen en papier kwijt!

* Neda: een meisjesnaam