Gedichten I
Eeuwigheid
in de oude vermoeide
bloedsomloop van de aarde
waar brood op revolutie rijmt
is de droom van de violette
dageraad boven de donkere akker
ijlen van de eeuwigheid
Zonder Titel I
langzaam op je teentjes
kom je
net op het moment
dat droom jouw voetstappen hoort
jouw ogen smachten naar mij
als je net als een kat
onder mijn deken kruipt
halfwakker
kus je mijn zijden slaap
voordat je kleine handjes
zich om mijn nek slingeren
val je in slaap op mijn kussen
halfwakker
net als ik van dromen leeg loop
word ik vol van jou
Een bloementuin van tranen
het bitter van de ballingschap,
dat oud, verstikkend verdriet,
bijt jou in het hart.
het geloof
- weeskind van alle tijden -
in je handen:
het kan die zoete warmte
amper geloven
en plukt met gretige vreugde
de dauw van genegenheid
die opglanst tussen je wimpers.
en ik zag in je ogen
een bloementuin van tranen.
Herinnering
Als het geheugen van de tuin
van bloei en rijpheid is ontledigd,
spiegelen de gewonde bloemen
de doodsdrift der herinnering.
Prikkeldraad
het hoge fort
verblindt mijn vertrouwde ramen
bittere pijn
schendt mijn besloten tuin
prikkeldraad om mijn lijf
mijn bloed op de akker van vreemden
en alle zout van zeeën
in mijn ogen
mijn wang een bede
om tranen
zielsverwanten
als zielsverwanten
wortelgenoten
op het uiterst van de beloofde stilte
loste mijn verdriet
op in een zwarte wolk
maar ik vraag me af
zal om die mateloze pijn
de wolk uit eigen ogen wenen
of leent hij de niet te stelpen
tranen van zijn wederhelft
Mijn lotgenoot
mijn lotgenoot
is het epos van de handen
die nog keer op keer
een bloedige herinnering
begraven
mijn lotgenoot
is de mythe van Kaïn
die lijk na lijk na lijk
herhaald wordt
mijn lotgenoot
is het gebroken beeld van tederheid
in een decor van rouwmisbaar
mijn lotgenoot
is de elegie van de stokkende adem
aan de palen van de galg
mijn lotgenoot
wordt elke dag
op elke hoek van elke straat
tegen het ingedut geweten van de geschiedenis
terechtgesteld
Elke dag
elke dag
in de geluiddichte passage van de schreeuw
helpt de herinnering eigenhandig
iets wat gebeurde om zeep
elke nacht
bij de toenadering, helder als water
verstoort een steen
het denken van de vijver
de dolk sluipt binnen de rust van de spiegel
de kans rijdt ongrijpbaar voorbij
verdwijnt uit het geheugen
ooit
in de marge van een ademtocht
sterft een woede in de keel
maar
in het dilemma van de angst
kiest mijn dode geliefde
nog immer
voor opstand
De boom der gedachten
Ik bereikte het einde
van het pad dat vol was van vrees en twijfel
De herinneringen die mij belaagden
vonden hun eigen plaats,
net als de kleuren
in de zoom van de rok
die de herfst draagt
De bladeren van het zwijgen,
gewond door het juk van de tijd
dwarrelden tussen de onzichtbare takken
van mijn geheugen
De leegte groeide tussen de vingers van de boom der gedachten
Het geluid waarmee ieder blad stierf
getuigde van de terugkeer van het luisteren
Er druppelde geen martelaarsbloed meer uit
vingertoppen van oprechtheid
Pijn ging over in geloof
en ik wendde mij richting de valei van ultieme overgave
