Diverse gedichten I
Bazaar
Zij hadden ons
In stukken gesneden
En opgehangen
Ergens
Zoals aan de gevel van de bazaar
Het rook naar water
Wij en de lente brandden
Verwikkeld in elkaar
Het waaide
Wervelde in onze adren
Stroomde uit onze oogkassen
Jij kwam
Zette stukken van handen en benen naast lippen en ogen
Jij bracht jouw gezicht
Naar iets dat een wang bleek te zijn
Plaatste
Een kus
Als kersenbloesem
Op een wang die een wang bleek te zijn
Liefde
Liefde is een mens
Soms verdrietig
Soms hartelijk lachend
Stelt ons teleur
Soms
Opent zijn armen….
Legt zijn handen op onze wangen
Of neemt ze op en legt ze op onze borsten
En wij genieten
Soms
Staat het zweet op het voorhoofd van zijn hart
Hij wil
Duiken in een koele bron
Wij zijn het
Pijn
Pijn?
Er was geen pijn
Zelfs geen gehuil kwam uit de keel
Die afgesneden was zoals handen en benen en borsten en tongen
Jij kwam dichterbij
De wind stopte
In de bazaar geen geluid
Ik wier knieën nog niet op het onderbeen vast zaten
Liep achter mijn oren
Ik zag met mijn vingertoppen
Pijn?
Er was geen pijn
De pijn, kwam
Weet je
Toen ik bloeide door jou
Toen mijn bloesems
Rood werden zodat zij de ogen verblindden
En jij jouw ogen dicht deed
Kaars
Ik brand
De kaars
En de fles wijn
Er is nog een druppel van de nacht
Een slok van mij
Tegen de ochtend
Val ik in slaap en laat de dag wachtend op mij
Gapen
Ontwaken begint
In de middag van de slapeloosheid
Tot de zonsondergang van het waken
Jij komt de kaars branden
En de fles wijn
Er is nog een druppel van de nacht
Een slok van mij
