Vertrek
Misschien verliezen we onze gedaantes
en enkele van onze vingers,
laten we onze stemmen
achter op tafel
of vergeten we onze lippen
die hangen aan de wind
Misschien vragen we het aardewerk wel
naar de herinnering aan haar vingerafdrukken
of sluimert het in onze voeten,
ondergedompeld in hoop.
Misschien zien we een verstijfd lichaam
in een grove spiegel
en mieren
die goud smokkelen
naar de grotten van de goden.
Misschien tellen we onze gebroken levens
en luisteren we naar de pijn
die dit kleine hart te gronde heeft gericht.
Misschien verliezen de ochtenden hun glans
of verpakken we het geheugen
in zakken van vergetelheid.
En misschien verwijderen we ons in stilte
van de aarde,
voelen we ons dichter
bij onze voorouders.
We geven aan de kreet
door onze kelen een uitweg.
Misschien blazen we onze gedichten
nieuw leven in op trottoirs,
in treinwagons
of in de drukte van cafés.
Misschien vragen we de doden
om een mooiere dood
voor ons wezen
en misschien, wie zal het weten,
verenigen we ons in één geest
zodat het gedicht voltooid kan worden.
Uit: Een middag wit als melk
Uitgeverij Bornmeer, 2002
