María Elena Cruz Varela
María Elena Cruz Varela werd in 1953 geboren in de Cubaanse stad Colón. Hoewel ze geen academische opleiding heeft gevolgd, heeft ze zich door haar volharding en door hard werken weten op te werken tot een groot dichteres met wereldfaam. Haar literaire werk bestaat onder meer uit `Mientras la espera el agua' (1986) en `Afuera está lloviendo' (1987). In 1989 ontving ze in Cuba de Nationale Poëzieprijs voor `Hijas de Eva'.
Haar conflict met Fidel Castro begon in november 1990, toen ze de dictator een brief stuurde waarin ze zei het in geen enkel opzicht eens te zijn met wat er op het eiland gebeurde en dat de leus `socialisme of de dood' een achterhaald idee behelsde. De brief werd nooit beantwoord, maar betekende wel een directe aanvaring met het Castro-regime. Cruz Varela is in mei 1991, als voorzitter van de oppositiegroepering `Criterio Alternativo', een van de ondertekenaars van het `Manifest van de Tien'. In dit document dat door negen andere intellectuelen werd onderschreven, wordt de dictator gevraagd democratische maatregelen te nemen en een `nationaal debat' aan te gaan waaraan alle Cubanen deelnemen.
Op 21 november van datzelfde jaar, nadat in haar huis in Alamar (ten oosten van Havana) verschillende volksbijeenkomsten tegen het regime hadden plaatsgevonden en nadat er een serie, naar de mening van de autoriteiten `subversieve' artikelen van haar hand was verschenen die in de hoofdstad was verspreid, vallen paramilitaire bendes van het regime Cruz Varela in haar huis aan, samen met een paar vrienden en haar twee kinderen van 16 en 11 jaar oud.Tijdens haar arrestatie wordt de dichteres geslagen en beledigd. Volgens iemand die bij Cruz Varela de lunch gebruikte, `werd ze bij haar haren gepakt en trokken ze haar zo vanaf de vijfde verdieping de trap af, terwijl ze haar sloegen'. Ze zeiden tegen haar: `Eet je stinkende propaganda op!', en ze verplichtten haar een van de papieren door te slikken die ze had verspreid. Uiteindelijk werd ze onder zware bewaking met een gevangenwagen naar de post van de Cubaanse politieke politie gereden.Op 27 november werd ze voorgeleid en veroordeeld. Het vonnis luidde twee jaar gevangenisstraf voor `onwettig lidmaatschap en laster'. De dichteres werd overgebracht naar de Combinado del Sur-gevangenis.
