Over Juan Heinsohn
Juan Esteban Heinsohn Huala
door Herman Divendal
9 november 2004
Juan Esteban Heinsohn Huala. De naam zegt het al. Het is een naam om op te bouwen. Ik zal u vertellen hoe ik Juan heb leren kennen
Ik wist van het vanaf ongeveer 1996 af van het bestaan van deze man. Mij was bekend dat hij als medewerker was verbonden aan de Stichting Dunya in Rotterdam. Om in vaktermen te spreken: ‘Juan deed in dichters’. Elkaar echt leren kennen en vanaf dan vriendschap sluiten gebeurde in 2000. In dat jaar organiseerde AIDA een serie literaire concerten, "De Reis", waarin dichters en musici met elkaar optraden. In één van de drie geplande concerten zouden Spaanstalige dichters met muziek uit Mongolië optreden. Intendant Ramon Haniotis uit Uruguay stelde onomwonden, dat kameraad Juan mee moest doen. Met andere woorden: Juan die ik tot dan slechts kende als organisator vóór dichters, bleek zelf ook dichter zijn.
Om elkaar wat beter te leren kennen vertelde hij ons het verhaal van zijn reis. Ik citeer:
"Eind 1977 was het zover. We waren klaar om het land te verlaten. We zouden eerst naar Buenos Aires reizen en vandaar naar een – toen nog – onbekende bestemming. Mijn vader was, na zijn vrijlating uit de gevangenis, naar Buenos Aires gevlucht. Hij wachtte daar op ons. Voor de tweede keer namen we afscheid van elkaar. Nu was het afscheid moeilijker. We zouden onze geboortestad verlaten, onze vrienden, familie en een aantal compañeros die, ondanks alles, trouw waren gebleven. Vier jaar lang hadden we het in Chili na de militaire staatsgreep van 11 september 1973 uitgehouden. We hielden het uit dankzij de kracht van mijn moeder. Meer konden we niet doen. We zaten als gezin gevangen in een land dat ons negeerde, alsof we niet meer bestonden. Alleen mijn jongere broer en zus studeerden nog. Hoe hebben we die periode doorstaan? Mijn moeder pakte alles aan en maakte gebruik van elke gelegenheid die zich voordeed om de situatie thuis dragelijk te maken. Waar heeft ze de kunst van het overleven geleerd? Hoe kwam het dat andere mensen hun veiligheid in gevaar brachten om ons in die periode te helpen? Wat maakte hen zo sterk om, zoals mijn moeder, toch door te zetten? Waren ze niet bang voor de militairen en hun onderdrukkingsapparaat van martelingen en dood?
Nu was het uur van vertrek gekomen. Wat stond ons te wachten aan de andere kant van de Andes? En daarna, waar zou deze reis ons heenbrengen? Op de vastgestelde datum vertrok onze bus naar Buenos Aires. Bang, verlaten, radeloos, werden we klein, zeer klein in de ongelooflijk stille schoonheid van de Andes en in de onmetelijkheid van de pampa. De bus bracht ons steeds verder, de afstand tot thuis was niet meer te meten. Thuis bestond eigenlijk al lang niet meer. Er was zo veel kapot gegaan in hun handen. Zouden ze dat ooit kunnen begrijpen? Het Andesgebergte is de mooiste poort die ik me kan herinneren. Huilend gingen we er doorheen, het was de tweede fase van een lange reis. Achter de bergen lag de wereld en deze, dat zouden we snel merken, zat niet te wachten op gebroken zielen."
Tussen Juan en mij is het niet bij dat ene programma gebleven. Na 11 september 2001 organiseerden wij de manifestatie "Voorbij het geloof". En in maart 2003 was het weer raak. Het werd het website – programma "Duizend bommen en granaten -Oproep tegen het vergeten". Hoe het verder gaat met Juan? Zijn Stichting Dunya wordt door de huidige politiek en wat slordigheden van zijn bestuur onder zijn voeten gesloopt. Maar Juan zal doorgaan, daar ben ik van overtuigd. Doorgaan met organiseren. Maar vooral met dichten. Het woord is aan Juan.
