Zomerse nachten
Zomernachten in het Babagebergte.
Als de maan mijn eenzaamheid bemerkt
Vliegen honderden mussen op
Vanaf het strand van Ölüdeniz
In zwermen, als zandkorrels.
Fladderend met hun vleugels keren zij terug
En laten zich op hun nestjes neer
In de herberg van deze eeuwenoude olijfboom.
Onder de boom lig ik in mijn hangmat
Schommel zachtjes heen en weer
Een zachte bries uit de bergen
Voert mijn geest mee
Naar een betoverende sprookjeswereld.
De mussen krijgen elke dag van God hun deel
Zij hebben geen zorgen en verdriet
Trekken zich nergens iets van aan.
Wanneer de dag aanbreekt
En het licht valt over de vallei
Zingen zij allen in één koor
Keer op keer klinkt hun gefladder en getjilp
Ik word wakker van hun gekwetter.
Ik ben gezegend
Opnieuw tevreden en gelukkig.
Daarom bestaat voor mij niet
De kwelling van de jaloezie.
Mijn hart is levenskrachtig,
Sterk als onkruid.
