Flora Brovina

Flora Brovina (Srbica, 1949) is Kosovaars Albanees dichter. Daarnaast is zij vrouwenarts. Op 20 April 1999 werd Brovina tijdens de oorlog van Kosovo ontvoerd door acht gemaskerde Servische paramilitairen. het lukt haar zoon om contact te leggen met de internationale PEN. Deze organisatoe begon een wereldwijde campagne voor haar vrijlating. Op 9 December 1999 werd zij tijdens een showproces  beschuldigd van „terroristenactiviteiten“ in het kader van Artikel 136 van de Joegoslavische StrafCode. Zij bracht anderhalf jaar door in Servische gevangenissen, totdat zij dankzij de internationale druk werd vrijgelaten.

Flora Brovina schreef drie dichtbundels. De eerste bundel verscheen in Priština in 1973 en bevat 42 gedichten. Iin 1979 verscheen haar tweede dichtbundel. Haar gedichten gaan over het lot van vrouwen in de maatschappij, en in het bijzonder de rol van vrouwen als  moeders, als dragers en voedsters van het leven. Haar derde en laatste dichtbundel werd gepubliceerd in 1995. Haar gedichten getuigen van een grote zorg om het menselijk welzijn van elk individu, maar gaan meer nog over het lot van de mensheid, met een verlangen naar vrijheid en zelfbeschikking.

In 1999 werd aan Flora Brovina de Tucholsky Prijs toegekend door de Zweedse tak van de Internationale PEN. Deze prijs werd eerder toegekend aan onder meer schrijvers zoals Salman Rushdie, Adam Zagajevski, Nuruddin Farah, Taslima Nasrin, Shirali Nurmuadov en Vincent Magombe. Daarna volgde prijstoekenningen van onder meer de Amerikaanse PEN en de Heinrich Böll Foundation in Berlijn. In 2000 werd haar in Rotterdam persoonlijk de Free Word Award overhandigd door J.Bernlef, voorzitter van de organisatie Poets of All Nations.

Verslag van de prijsuitreiking kijk hier.