Gedicht Terugkeer naar de zoetste nacht

Er zijn vogels in het station
Vogels die de bestemming van de mensen overvliegen,
Hun haast, hun angsten, hun dromen
Vogels die ook de schaduw
Van mijn ogen overvliegen

Het is bijna nacht
En ik kan me je lippen voorstellen
In een menigte van woorden, geroep en gelach
Ik kan me je voorstellen
-tussen de lichten en het slapende water
van de grachten-
terwijl je probeert te ontcijferen
welk mysterie verborgen ligt
in je eigen verlangen.

Een geween van treinen
Maakt de sporen doof
Maar ik ben verdiept in deze hemel van ijzer
En ik glimlach omdat jij naar mij gekeken hebt

Dan ben ik dankbaar
Dat ik je ontmoet heb
Voor je handen,
Je mond
Je borst
Voor het licht van je ogen

Maar vooral
Voor de kalmte die je in mijn geest zaait
Voor de vrede en de vriendschap
Die je mij schenkt

Nog een roep van ijzer
Kondigt de trein aan
Die me naar jouw armen zal brengen

Ik stap in
Ga zitten tussen anonieme gezichten
Open een boek
En verlies me in het bewegende landschap

Maar weer verlies ik me in je blik
Zet mijn ogen uit
En ik droom je

Tot de volgende omhelzing