Gedicht Een stoptrein
Een stoptrein: Madrid-Alcalá
voert me nog verder van jou.
Jij bent niet bij me
en dat doet me verdriet.
Station na station
glijdt de trein
door een droog landschap
beschimpt door het roestende ijzer van een autokerkhof.
Kranen in doodstrijd onder een wolkeloze hemel,
hoogspanningmasten, kabels…
Te midden van deze rommel
rijzen bakstenen blokken,
verwelkt en treurig
als de onnatuurlijke dood die hen omringt.
Een ongewone hitte voor deze tijd van het jaar
gaat als een razende tekeer
tegen de kale bomen,
tegen de rails,
tegen de reizigers die dommelen
in het rood en grijs van hun stoelen,
tegen mij en mijn herinneringen…
Het is vier uur 's middags
en de stad toont haar eerste huizen.
Het station:
passagiers die in- en uitstappen,
jassen en tassen die mijn blik door kruisen,
de warmte en de vermoeidheid op dit uur…
Ik betreed het perron
en berg een boek op
dat ik niet eens gelezen heb.
Je blijft aan mijn zij.
Ik zoek de uitgang en een telefoon,
ik draai een nummer en… flash!
je verdwijnt zodra de stem die mij verwacht
antwoordt aan de andere kant.
Nu ben je slechts de schim
die door deze verzen zweeft.
