Gedicht Bidarkodja (waar-niet-binnen)

Bidarkodja (waar-niet-binnen)

De dichters hebben gezegd:
"Vreemd! Jullie hart krimpt niet ineen, jullie ziel krijgt niet genoeg van deze bedorven luchten, deze stinkende wateren!" en ook:
"Het paradijs is daar waar je niets wordt aangedaan,
waar niemand zich met een ander bemoeit."

Het heeft een natuur
die alles bevat.
wat je minnende hart kan verlangen.

Nee, de lucht stinkt er echt niet,
het water is heus te drinken.
Afgezien daarvan,
alles is er met verstand geregeld.

En de mensen
zijn er trouw aan de wet,
wetten die ook humaan zijn:
de kristallisatie van verstand en ervaring.

Een samenleving
die open en soepel is,
bestand
tegen aardbevingen en de schokken van beweging en verandering.

Niet alleen de steden,
zelfs alle dorpen
zijn uiterst beschaafd:
zozeer dat zijn geschiedenis
(mits gezuiverd van alle hebzucht,
geweld,
imperialisme,
onderdrukking)
de ontwikkeling naar de vrijheid weerspiegelt.

Maar,
bij God! -
waarom is het dat in dit paradijs,
hoe komt het toch
dat juist hier de vreugde voor mij
een verboden vrucht is!?
Jaren wonen in een huis dat niet van mij is
gaf mij "duizend inzichten fijner dan een haar":
zoals dit :
in ballingschap
kun je van geen stukje de bezitter worden,
moet je wel een bedelaar blijven,
of noem het een "ongenode gast"
aan een tafel
van neerbuigende vriendelijkheid
waaraan noodgedwongen
de schamele meute van vreemdelingen mag aanschuiven.
En verder
staat het nu
vast voor mij
en is het mij duidelijk geworden
dat vreugde
alleen te vinden is
in het scheppen:
op een deur,
een muur,
een plek,
en op een bloem,
een blad,
een ding
het teken van een hand,
van jezelf,
te zien.
En dat zij er niet kan zijn
zolang niet
een bloem of een tegel
door mijn hand is neergezet
in een tuintje of op een stukje muur van een huisje
in dit paradijs.
Ik kijk en ik zie
op geen enkel ding
door mensenhand gemaakt
in Bidarkodja
een teken van mijzelf:
en geen enkel ding
is op deze manier
hier van mij.

Ja,
dit is het paradijs,
daar waar
je niets wordt aangedaan,
Maar
-helaas-
bemoeit ook niemand
zich met mijn zaken.
Ik vind niemand met wie ik iets gemeen heb
in deze gemeenschap druk met eigen zaken en een eigen wereld,
en aan wiens hart ik mijn droefheid toefluisteren kan.
O heerlijk moment als ik dit paradijs verlaat
om naar huis te gaan
waar het hart ligt van mijn eigen hel!

Geschreven op 22 februari 1997
Vertaald door Hans de Bruijn)