Gedicht ‘Verloren appel’

Ze hebben haar
Een donker paarse kleed aangedaan
Haar haar was afgesneden
En haar huid geschaafd
Zoals ze haar brachten met keten en zweep
Stond ze op de trap en zei:
"Maar ik zeg steeds
Al lange tijd is jullie maan dood
ik heb het met mijn eigen ogen gezien
vier omineuze vogels
brengen de maan in hun snavels
nu, wanneer zal jullie verdriet melk worden
en de oude hemel het gaat drinken
en de maan weer opkomen"
Ze huilde verdrietig
Ze hebben haar gestenigd
En met een zwarte doek
Haar ogen bedekt
Ze zei: "Nu, door de zevende deur kwam een demon binnen
En gijzelde de zeven maagden van de aarde
In hun slaap
Maar de zevende maagd
Met een rode appel vluchtte met de winden
Nu loopt ze in de schaduw van de wilgen
Als jullie even de ogen sluiten
Verdwijnt ze"
Zij lachte vrolijk
Ze hebben haar gek genoemd
Ze bespuugden haar
Ze hebben haar gestenigd
En ze trokken haar over de grond
Tot aan een donker pleintje
Maar geen van hen heeft
De vier omineuze vogels gezien
Op de muur er tegenover
Of een fee
Die verdwaald tussen de kiezelstenen
Naar de verloren appel zocht.

(geschreven in 1993)