Gedicht ‘Afscheid Voor Nazanin Nezam Shahidi’
We hebben de ogen van het huis gesloten
En we hebben haar handen
Met het witte laken bedekt
De glazen beelden van de hoekjes
verwijderd
De blijvende geuren en het angstige fluisteren
De gesprekken en de groene liederen
Die waren gekomen
Uit de spleten van de dromen
We hebben de ogen van het huis gesloten
De zon opgerold
En in een hoek gezet
De gordijnen dichtgedaan
En de lucht van het huis doorgebladerd
Op zoek naar de eenzaamheid van een vrouw
Die een oud boek op haar schoot had
En een dunne maansikkel
Op haar voorhoofd
We hebben het geluid van alle voetstappen
Van het trappenhuis geveegd
Het was eenzaam achtergebleven
De kraan
Die druppel na druppel
De tijd moest meten
En een vergiftigde kakkerlak
Op de witte tegels
Om op een spoor van leven te wijzen
En de stilte
Als een dunne tak van mist
Kwam naar boven rond ons bewustzijn
We hebben de deuren dichtgedaan
Alle sleutels drie maal in het slot gedraaid
En we hebben gezwaaid
Naar een schemerig huis in schaduwen en wind
En met koffers vol steen
Gingen we onder
In de winternacht.
(geschreven in maart 1994)
