Interview Amir Afrassiabi

"Geboren in 1934 in Isfahan, Iran, heb ik mijn eerste kinderjaren in verschillende dorpen van de bergachtige provincie van Bakhtiari doorgebracht. De beelden uit die periode zijn scherp in mijn herinnering gesneden. Ik zie me nog als kind, veilig achter de balustrade van onze veranda, kijkend op het dorpsplein. Dit kijken is me blijkbaar eigen geworden. Ik ging terug naar Isfahan toen ik 10 jaar oud was. Na een lerarenopleiding gaf ik drie jaar les op de basisscholen van de dorpen rond Isfahan, voordat ik als lid van de jeugdorganisatie van de verboden communistische partij gearresteerd en ontslagen werd. Ik studeerde architectuur aan de Rijksuniversiteit Teheran en daarna aan de Graduate School van de Architectural Association, School of Architecture in Londen. In Iran had ik mijn eigen architectenbureau. Ik trouwde toen ik nog student was. Ik heb vier zonen.

Sinds 1986 verblijf ik als politiek vluchteling in Nederland. Ik werkte een paar jaar bij de gemeente Den Haag als stedenbouwkundig ontwerper en bij Technische Universiteit Delft als gastdocent. Sinds mijn jeugd ben ik bezig met poëzie maar door mijn werk als architect had ik weinig tijd voor literatuur. In Nederland gebruikte ik mijn vrije tijd om poëzie te schrijven en literatuur te bestuderen. Door niemand en door iedereen ben ik gevormd. In elke dichter zie ik iets wat mij aanspreekt en misschien ook iets dat mij niets zegt. Mijn lievelingsdichters zijn de Iraanse dichters Khayam (10e eeuw) met zijn kwatrijnen, Hafez (15e eeuw) met zijn ghazelen en Nima (20e eeuw) met zijn moderne gedichten. Van de Nederlandse poëzie spreken de gedichten van Gerrit Kouwenaar en andere Vijftigers van Eva Gerlach, K. Michel, Tonnus Oosterhof, van Hans Faverey en Dirk van Bastelaere mij het meeste aan.

Ik denk dat de onderwerpen of thema’s in mijn werk cirkelen rond de onverklaarbare kwestie van waarheid en werkelijkheid en ballingschap. Hoewel ik geen balling ben in dit land, ben ik het wel op deze aarde; een balling die niet weet waarvandaan hij is gekomen en waarnaar toe hij zal gaan. Geen klaagliederen. Ik probeer het te begrijpen door het een vorm te geven in poëzie. Ik geef een paar voorbeelden uit mijn gedichten. Soms is de waarheid die donkere, onzichtbare en onmogelijke (’Bij het feest van de nacht is het licht een ongenode gast’) en soms probeer je de waarheid van het werkelijke te ontkennen en te vervangen door een verbeelde waarheid van het onwerkelijke (’De deurbel gaat. Iemand zoekt mij. De deur wordt niet geopend.’) De werkelijkheid gaat verloren in taal. In het gedicht "Het geluid", krijgt het geluid een betekenis door de hiërarchische rangorde die het krijgt op het schoolbord. Maar het is alsof het niet meer bekende werkelijke geluid in opstand komt en aan het eind van het gedicht de woorden niets dan dwalende objecten op de bladzijde zijn (’Dit geluid … als de zwarte woorden blijven dwalen op de witte bladzijde’).In "Daar stond de iep" is de persoon van het gedicht op zoek naar de waarheid en in die zoektocht vergeet hij de werkelijkheid, zoals de wijze man uit oude verhalen die lopend naar de hemel keek en het gat voor zijn voet niet zag. Hetzelfde thema komt in andere gedichten voor (’Daar stond de iep in het zonlicht en ik – erfelijk belast – zocht er iets achter’).

Ik moet zeggen dat ik de thema’s van de gedichten niet vooraf bedenk en wat ik over elk gedicht nu zeg is gewoon één mogelijke interpretatie.
Het thema ballingschap komt terug in de personificatie van een gebrandschilderd beeld gevangen in een ruit in het gedicht Brandschilderingen: ‘wiens tijd kan dat zijn wie is het die daar zo in zijn beeld gevangen zit?’ Of iemand zit in de tram en wat hij werkelijk ziet wordt vervaagd door wat hij achter zich niet ziet ‘Je zit in de tram tegenover dat glazen paneel in de middendeur’. Ik wil het liefst doorgaan met het schrijven van poëzie maar ik heb ook andere plannen. Ik wil de Perzische moderne poëzie bij de Nederlandse lezers en de Nederlandse poëzie bij de Iraanse lezers introduceren. Mijn huidige activiteiten in het kader van het project Literatuuruitwisseling Perzisch/Nederlands van de Iraanse Stichting voor Cultuur en Kennis gaan in die richting. Wat mij echt plezier geeft is het dichten in het Nederlands en Perzisch."