Actie tegen dreigende uitzetting Albazzaz
Literaire actie tegen uitzetting Albazzaz
door Jim Postma
Haagsche Courant, 24 juni 2002
ROTTERDAM | Literair Nederland voert actie tegen uitwijzing van de Irakese dichter Ali Albazzaz. Vertegenwoordigers van literaire en andere culturele organisaties, journalisten, docenten, dichters en schrijvers, onder wie Bernlef en Gerrit Komrij, vragen met 170 handtekeningen de rechtbank in Zwolle om Albazzaz de verblijfsvergunning te verlenen, die hem al vijf jaar wordt beloofd doch onthouden. Ali Albazzaz durft niet terug naar Irak, omdat hij in het land van Saddam Hoesein vreest voor zijn leven.
De wallen onder zijn ogen spreken boekdelen. Dichter Ali Albazzaz (43) uit Irak zegt in perfect Nederlands: "Ik slaap hier al vijf jaar op een kussen van grote ongerustheid. Ongerust om morgen het land te worden uitgezet. Ongerust om weer in Irak wakker te worden. Ongerust om daar te worden gedood. En zeker om als dichter geestelijk te worden vermoord. Mond- en schrijfdood is dus het minste wat mij daar te wachten staat. Ja, daar kan je moeilijk van slapen".
Om te illustreren wat hem mogelijk boven het hoofd hangt laat Ali Albazzaz een krantenartikel zien. Daarin wordt melding gemaakt van de executie van de Irakese schrijver Hamied Al-Muchtar, nu zo’n twee jaar geleden. Deze schrijver-journalist werd verweten dat hij kritiek had op het regime van Saddam Hoessein. De nu haast vijf jaar in ons land verblijvende asielzoeker Ali Albazzaz moest uit zijn land vluchten vanwege zijn gedichten over de Iraaks-Iraanse oorlog.
De geheime politie van Saddam zoekt hem. Niettemin heeft de Immigratie en Naturalisatie Dienst (IND) hem als asielzoeker afgewezen. Binnenkort dient bij de rechtbank in Zwolle een laatste beroep om deze talentvolle Irakese dichter, die in het Nederlands schrijft, toch een verblijfsstatus te geven. Reden voor vele grote namen in literair Nederland om Ali Albazzaz massaal te steunen om hem hier te behouden.
Ali Albazzaz: "Fantastisch dat ze dit voor mij doen. Het is de laatste strohalm om mij aan vast te houden". De dichter kwam in 1997 als vluchteling naar ons land. Slechts drie weken taallessen had hij nodig om de grondbeginselen van het Nederlands te leren. Via zelfstudie en met veel doorzettingsvermogen maakte hij zich onze taal in woord en geschrift eigen. Tijdens Poetry Park in Rotterdam vorige maand werden zijn laatste gedichten opgenomen in de bloemlezing ‘Een hand uit de nacht’. Daarvoor verscheen zijn dichtbundel ‘Een kaars verduistert toch de zon’. Ali Albazzaz: "Weinig Nederlanders beseffen hoe moeilijk het is om in een ander land als balling te leven. Met haast geen geld, een verbod om te werken, te reizen, raak je sociaal totaal geïsoleerd. Tel daarbij op de dagelijkse onzekerheid om te worden teruggestuurd met alle gevaren van dien. De vijf jaar die ik nu noodgedwongen in Nederland verblijf zijn vijf verloren levensjaren. Alleen door te dichten blijf ik hier overeind".
Heel graag had hij deze week in Rotterdam Poetry International bijgewoond. "Maar dan moet ik meer dan drie uur met de trein vanuit Hoogeveen reizen. En daar heb ik helaas geen geld voor", zegt hij spijtig. "Zo ben je dus een gevangene in je eigen ballingschap".
In de afgelopen jaren trad hij op uitnodiging tientallen keren overal in ons land op. Van Assen tot Groningen, in Hoogeveen, Den Haag, Amsterdam, Rotterdam en noem al die kleine en grote dichtersfestivals maar op. Zijn gedichten droeg hij altijd voor in het Nederlands, begeleid door Arabische muziek en zang. "Een nieuwe stijl," zegt hij trots, "die onze beide culturen als oevers van een rivier bij elkaar brengen". Daardoor kreeg hij in talloze radio- en kranteninterviews landelijke bekendheid. In 1999 won Albazzaz de Eerste Literatuurprijs van de stichting El Hizjra in Amsterdam.
"Graag", zegt Ali, "zou ik Nederlandse dichter willen worden, maar wel op mijn eigen manier. Daarnaast zou ik hier graag willen werken als tolk. Ik spreek vloeiend Arabisch, Russisch, Engels en Nederlands. Als vrijwilliger bij Vluchtelingenwerk maak ik mij daarin al verdienstelijk. Maar de Immigratie en Naturalisatie Dienst wil van geen wijken weten". Vervolgens pakt Ali Albazzaz het gedicht van Jana Beranova’ dat zij ooit schreef voor Amnesty International. "Jana", zegt hij, "kwam hier lang geleden als Tsjechisch vluchteling. Zij was mijn docent en is mijn grote voorbeeld hoe je hier als vreemdeling dichter kan worden." En hij citeert haar gedicht: Als niemand / luistert / naar niemand / vallen er doden / in plaats van woorden.
