Muziek is mijn pijnstiller
Door Truus Groenewegen – oktober 2006
Kamanche, tombak, daf, tar, setar. Namen van Iraanse instrumenten die de gemiddelde westerling net zo onbekend in de oren zullen klinken als de Iraanse muziek zelf. Tar en setar zijn variaties op wat wij kennen als de luit. Tombak en daf zijn kleine drums waaraan met verschillende delen van de hand en de vingers een reeks subtiele klanken wordt ontlokt. Kamanche is een soort viool ofwel een knievedel.
Als Ali Soltaninejad verdere uitleg geeft over Iraanse muziek – over de twaalf 'dastgahs' waarvoor de instrumenten steeds verschillend gestemd worden, over sub-dastgahs en radifs – klinkt het almaar ingewikkelder. Logisch vindt Ali: "Je kunt niet kennismaken met muziek via de theorie. De vraag is of je ernaar wilt luisteren en als je erdoor wordt aangeraakt, begint het." En dat is zijn missie: zorgen dat zoveel mogelijk mensen in Nederland de kans krijgen om met de Iraanse muziek in aanraking te komen. Sinds 1990 zet Ali zich daarvoor in met de stichting voor Iraanse muziek Parnian. Stichting Parnian regelt concerten van gerenommeerde Iraanse musici op Nederlandse podia, heeft een muziekschool en gaat dit jaar in samenwerking met Aida ook educatieve programma's aanbieden aan scholen; workshops en kleine concerten.
"Het idee voor de optredens van Iraanse musici is geboren in Keulen, waar ik een concert hoorde van de kamanche-virtuoos Kayhan Kalhor met het beroemde Dastan ensemble", vertelt Ali. "Ik was een paar jaar hier en begon mijn eigen muziek te missen. Ik wilde iets betekenen voor mijn cultuur, de Iraanse muziek behouden, doorgeven. Met pijn en moeite wist ik de groep over te halen hier te komen spelen, in de goedkoopste zaal die we konden krijgen in Amsterdam Oost. Ik heb de reiskosten van de muzikanten nog uit eigen zak betaald, van mijn studietoelage."
Ruim vijftien jaar later kan hij tevreden zijn over de culturele podia waar optredens van Iraanse groepen een vast onderdeel van het programma zijn geworden. KIT Tropentheater, de Doelen, Rasa en ook het Concertgebouw hebben al veel grote namen uit de Iraanse muziek op de planken gehad. Muziekgroepen die voor mooie avonden zorgden. Dat geldt zeker als het publiek goed reageert, tevreden is, vindt Ali. Toch was één concert heel speciaal voor hem. "Dat was de avond dat Sima Bina voor de allereerste keer in Nederland zong. Jong, oud, iedereen in Iran kent haar en houdt van haar. Met haar stem ben ik opgegroeid. Van kleins af aan was ik dol op haar en toen zong ze ineens hier, in de Meervaart, voor een volle, enthousiaste zaal van zo'n zeshonderd mensen. Daar kreeg ik kippevel van. Alles van vroeger kwam terug."
Ali groeide op met muziek. "Toen ik bij wijze van spreken voor het eerst mijn ogen opendeed, was er muziek", lacht hij. Eén zus speelde viool, een ander fluit, zijn eigen eerste instrument was een drum en, het allerbelangrijkste, zijn oudste broer zong. Hij werd een bekend zanger, die veel te zien en te horen was op de radio en televisie in de provincie. "Elke radiozender had een eigen orkest, dat vooral folkloristische muziek speelde uit de regio. Ik praat over dertig, vijfendertig jaar geleden. Mijn broer was altijd al gek op zingen en hij werd na een test aangenomen als een van de vijf zangers van dat orkest. Hij schreef zelf ook teksten en muziek." Schreef. Zong. Het verlies van deze geliefde broer en veel andere familieleden, vrienden, kennissen, door de aardbeving die de Iraanse plaats Bam vrijwel van de aardbodem liet verdwijnen, komt heel terloops ter sprake. Ali zoekt zijn troost in de muziek. "Voel ik de pijn heel hevig, dan ga ik achter mijn instrument zitten en laat me meeslepen. Ik begin te spelen, hier en daar wat noten, mijn instrument volgend. Dan weet ik niet eens wat ik speel. Soms ben ik twee uur verder, zonder dat ik heb gemerkt dat er zoveel tijd voorbij ging. Muziek kalmeert me, het is mijn redmiddel. Hoe zeg je dat kernachtig? Muziek is mijn pijnstiller." Hij speelt de santur, in het westen bekend als 'hakkebord', een voorloper van de piano. Wie zich een tafelmodel piano voorstelt en in gedachten de klep van de klankkast haalt, krijgt een idee hoe de santur eruit ziet: een ruitvormige kist, waarin snaren gespannen zijn. De santurspeler bespeelt die snaren met twee vilten hamertjes.
Als mensen in de beginjaren van muziekschool Parnian santur wilden spelen, maakte Ali het instrument zelf, tot het moment dat de import uit Iran niet langer een probleem was. De school begon in januari 2005 met 19 leerlingen en telt er intussen 45. Daf en tombak zijn de meest populaire instrumenten. Binnenkort wordt ook een zangleraar aangetrokken. De afkomst van de leerlingen, tussen de 6 en bijna 65 jaar oud, is heel gevarieerd ('dat is het mooiste'): Iran, Nederland, Turkije, voormalig Joegoslavie en ook Argentinië. Om de school uit te breiden, zijn er niet alleen contacten met Muziekschool Amsterdam, maar ook met het conservatorium, uiteindelijk is de bedoeling om doorstroming mogelijk te maken naar het hoogste niveau. Ali geeft toe dat deze contacten niet altijd makkelijk verlopen. "Het vinden van de financiele middelen is altijd het moeilijkste. Geld speelt een grote rol. Zo zijn er ook veel jonge, goede Iraanse musici, die ik graag hier naartoe zou halen, maar mensen zoeken naar de bekende namen. Waarschijnlijk heb ik een dikke huid dat ik het zo lang volhoud, maar ik heb een missie. Ik ben in de positie om dit te doen voor onze muziek, onze cultuur en daarom moet ik het niet laten. Maar begrijp me goed, dit gaat niet om mijzelf. Ik heb aan mijn activiteiten zoveel mooie contacten overgehouden, allerlei muzikanten die ik bewonderde en van naam kende, maar nu ook persoonlijk."
Als het scholenprogramma gaat lopen, blijft er nog genoeg te doen. Stichting Parnian organiseert ook concerten waarin musici van verwante muziekstijlen elkaar ontmoeten. In 2006 waren dat ontmoetingen Turkije-Iran, India-Iran en China-Iran. Voor 2007 staat Iran-Marokko op het programma. Ali: "Door muzikanten bij elkaar te brengen kunnen we laten zien wat we gezamenlijk hebben en daarvan genieten. Het is mooi als je een zaal daarvoor geïnteresseerd krijgt. Muziek is een taal die iedereen begrijpt. Op den duur denken we ook aan uitwisselingen met westerse musici. Een voorbeeld voor mij is het Atlas Ensemble, waar topmusici uit de Nederlandse klassieke muziek samenspelen met collegamuzikanten uit bijvoorbeeld Turkije, Iran, China, Korea en Armenië. Componisten schrijven nieuw repertoir voor dit ensemble. Dat levert prachtig werk op." Zo blijft Ali dromen over nieuwe projecten. Altijd één stap verder.
Voor meer informatie over komende concerten en andere activiteiten van stichting Parnian, zie: www.parnian.nl. Op www.atlasensemble.nl staat informatie over een aantal veelgebruikte Oosterse muziekinstrumenten.
