Opa

Opa

Snezana Bukal
Maastricht, September 1999.

"Er is absoluut geen reden om niet naar school te gaan. Punt uit" zei mama en als mama 'punt uit' zegt bedoelt ze dat ook . Opa komt om half drie met het vliegtuig in Nederland aan. Mama zal hem ophalen van het vliegveld terwijl ik en mijn zus Milena direct uit school naar huis moeten komen om daar op ze te wachten. In ieder geval, dat was het plan van mama. Verkeerd! Als ze ons met haar mee had laten gaan zou alles heel anders zijn gegaan. Opa kwam aan, zag niemand, bleef een poos wachten en nam toen maar een taxi naar ons huis. Mama wachtte in de verkeerde aankomsthal. Je kan je wel voorstellen hoe verrast we waren toen wij opa, zonder mama, opeens voor onze deur zagen staan. Terwijl wij met z'n drieen lekker in de keuken aan de thee zaten was mama op van zenuwen aan het ruzien met iemand van de informatiebalie. Uiteindelijk heb ik het vliegveld maar gebeld en daar hebben ze mama verteld dat opa al bij ons thuis was.Toen heeft ze ook een taxi naar huis genomen.
Vroeger sliepen opa en ik altijd op mijn kamer, hij in mijn bed en ik op zo'n opklapbaar piep bed, maar deze keer niet. Mama had gezegd dat opa erg moe was en een beetje ziek en dat hij moest uitrusten. Het idee was dat opa in mijn ouders slaapkamer zou slapen. Maar ik stelde snel, zonder er erg goed over te hebben nagedacht, een ander plan voor. Opa zou in mijn kamer kunnen blijven slapen zoals hij gewend was terwijl ik de kamer van mijn zus zou delen. Ik had eigenlijk verwacht dat ze het er niet mee eens zouden zijn, maar nee, ze vonden het zelfs een erg goed idee ook al sputterde Milena eerst wel wat tegen. Een week voor opa aankwam begonnen we met de voorbereidingen. Milena had met krijt, bijna in het midden van haar kamer een lijn getrokken waar het "absoluut verboden" was voor mijn spullen. Zelfs de kast was in tweeen gedeeld: beneden van mij,boven van haar. In mijn deel van de kast had ik al mijn kleren netjes opgevouwen terwijl Milena het opruimen maar bleef uitstellen tot ik een beetje ben gaan klagen bij mama. Mijn kamer had ik voor opa heel netjes opgeruimd. Het bed had ik opgemaakt met mijn bijzondere 'jungle' overtrek.
"Hij heeft rust nodig en geen oerwoud met wilde beesten" had mama gezegd en had er een saaie stomme witte overtrek opgelegd. Dat was helemaal niet aardig van haar.

Opa zag er een beetje moe uit en klaagde steeds over pijn in zijn buik. Mama nam hem de volgende dag direct mee naar onze dokter. Dokter de Bruin onderzocht hem en zei dat er niets met hem aan de hand was, maar dat hij 'uitgeput was en onder zware stress had gestaan'. Natuurlijk had opa daar niets van geloofd en noemde dokter de Bruin de hele tijd 'een groentje' waar mama helemaal gek van werd.
"Hier kunnen zelfs chirurgen jonger dan dertig zijn" zei mama "In dit land denkt niemand dat je eerst grijs of kaal moet zijn voordat de mensen pas geloven dat je een goede dokter bent".
Dit maakte geen indruk op opa.Hij mopperde dat vitamines toch geen echte medicijnen zijn. De kalmeringsmiddelen die hij had gekregen weigerde hij al helemaal in te nemen.
"Wat wil dat groentje van je? Een verslaafde van mij maken? zei opa met een toon waarop ik hem nog nooit had horen praten.
" Alleen een gezond mens kan zo over z'n gezondheid zeuren zoals jij" zei mama "volgens mij ben je zo gezond als een vis" en stopte de laatste stukjes appel in de fruitsalade.
Verse vitamines zijn volgens mama het beste medicijn voor alles zelfs voor "muizenissen in je hoofd". Vanaf nu moest opa van de ochtendpap tot aan de groentensoep 's avonds volgens mama's vitaminedieet leven. Na een paar dagen zei hij niets meer over de pijn in zijn buik. Hij nam de vitaminepillen van de dokter zonder dat mama hem hiertoe moest dwingen maar bleef mopperen bij alles wat mama voor hem klaarmaakte.
"Te veel peterselie".
Ik dacht dat nu alles normaal was geworden en dat opa en ik zoals altijd een gezellige tijd zouden hebben. Toen gebeurde er iets dat niemand had verwacht. In Belgrado waar mijn opa vandaan komt was er opeens oorlog! Opa begon van 's morgens vroeg tot 's avonds laat alleen nog maar naar het journaal te staren.
"Het zou makkelijker zijn als ik daar was" mompelde hij keer op keer.
Mama kon dat niet uitstaan: " Nonsens! Je bent gek. Wees blij dat je hier bent. Hoe kan het makkelijker zijn als de bommen op je hoofd vallen".
"Hier ben ik alleen maar een last".
En zo begonnen mama en opa de hele dag met elkaar te kibbelen. Papa bemoeide zich niet met hun gesprekken. Als ze echt te ver gingen moesten wij het voor hem vertalen. Ik heb geprobeerd papa Joegoslavisch te leren maar hij kan nog steeds niet verder dan tot tien tellen en Covece ne ljuti se zeggen omdat Mens erger je niet ons lievelings spelletje is.
Over hoe het is om met Milena in een kamer te leven wil ik het liever maar niet hebben. Dat was pas een echte oorlog! Na zeven dagen was het niet meer mogelijk om iets terug te vinden. Ik was al mijn spulletjes kwijt. Ik probeerde mama uit te leggen wat ze deed maar ik kreeg de hele tijd van alles de schuld. En dat terwijl iedereen toch weet dat Milena de grootste viespeuk van de familie is. Mama gilde tegen ons dat het een schande was zoals we ons gedroegen. Ze zakte in haar stoel huilde en zei tegen niemand in het bijzonder "Ik kan er niet meer tegen". Opa ging toen naar zijn kamer om zijn koffer te pakken en vroeg de reservering van zijn vliegticket in orde te maken. Papa wilde daar niets van weten:"Niemand gaat er terug zolang die waanzin daar bezig is". Ik dacht dat de grootste waanzin in ons eigen huis was omdat daar alles verkeerd liep. Opa en ik gingen helemaal niet samen fietsen. Er werden helemaal geen spelletjes gespeeld. Niemand was geinteresseerd hoe goed ik al kon skeeleren. En dit keer leerde opa me ook geen nieuwe rekenspelletjes. Hij stelde nooit meer van die gekke vragen zoals: 'In alle de hoeken van de kamer zitten katten, iedere kat ziet drie katten. Hoeveel katten zijn er in de kamer?'
Als ik af en toe vroeg : "Opa, kom je een beetje bij me zitten" zei hij de hele tijd: "Ik heb geen zin in praten, kind. Ik ben het nieuws aan het kijken."

"Papa, waarom maken opa en mama de hele tijd ruzie?"
"Omdat ze bezorgd zijn over wat er gebeurt in Belgrado, lieverd. Ze houden veel van elkaar en het maakt het er niet makkelijker op dat ze alle twee zo eigenwijs zijn. Maar maak je geen zorgen alles komt vast wel weer in orde."
"Wanneer? Als opa weg is zeker."
"Waarom praat je daar niet over met opa en mama."
"Het was beter dat hij helemaal niet was gekomen als hij toch niets om ons geeft".
"Dat weet ik zo net nog niet. Zouden we ons dan niet allemaal heel erg veel zorgen maken over opa?"
"Papa, waarom worden er eigenlijk bommen op Belgrado gegooid?"
"Poe hé… om die andere oorlog te stoppen denk ik""
"Hoe kunnen ze nu een oorlog stoppen door bommen te gooien. Dan maak je toch juist nog een veel grotere oorlog?"
"Tja. Herinner je je dat vervelende ventje Rob nog?"
"Natuurlijk. Hij pestte en stompte ons. Van hem mochten de meisjes nooit mee voetballen op het pleintje. "
"En wanneer stopte hij daarmee?"
"Nou, toen Sarah's grote broer hem een pak slaag had gegeven en hem had gewaarschuwd dat als hij niet ophield met pesten hij hem volgende keer helemaal in elkaar zou slaan."
"Wel, zie je, zo zou je kunnen zeggen dat het met deze oorlog ook zo'n beetje is. De baas van Servië denkt ook dat sommige mensen nergens aan mee mogen doen. Hij lijkt wel wat op die Rob, alleen dan wel duizend keer erger. Snap je?
"Aha… ik geloof dat ik wel snap wat je bedoelt."
En misschien snapte ik toen een beetje beter waarom er oorlog was. Maar waarom de oorlog er juist nu moest zijn terwijl opa bij ons op vakantie was snapte ik nog steeds niet.

Al dagen lang verdwijnt mama na het journaal naar bed omdat ze pijn in haar hoofd heeft. Opa en papa praten dan de hele tijd tot diep in de nacht met elkaar maar ik snap er niets van want ze spreken Frans, een vreemde taal want je moet er zoveel bij met je armen zwaaien en ook nog eens een heleboel bij tekenen.
"Slaap lekker lieverd. Ik kom je straks wel een kus geven ik ben nu even met opa in gesprek" zegt papa. Opa zegt alleen maar "Laku noc -slaap lekker" maar ik betwijfel of hij wel weet tegen wie hij het zegt.
Op een morgen maakte mama ons wakker om naar school te gaan en zei dat we zelf ons brood maar moesten klaarmaken. Ze was al veel te laat voor haar werk. Papa was al weg en opa sliep nog. Milena maakte, natuurlijk alleen maar brood voor haar zelf klaar. Ze zei: "Je bent geen kleuter meer. Je maakt je eigen brood maar klaar en waag het niet tegen mama te zeggen" en verdween naar school.
Ik stond in het midden van de kamer maar het was zo'n chaos dat ik niet wist waar ik moest beginnen om mijn kleren te zoeken. Toen ik in de keuken kwam om brood te smeren trof ik daar ook al een puinhoop aan. De afwas stond overal op het aanrecht verspreid. Ik stond in de keuken en besloot dat het genoeg was! Ik ga niet naar school. Ik ga helemaal niets meer doen! Ik ga naar mijn kamer en zeg geen woord meer net zo lang tot iedereen zich weer normaal gaat gedragen.
Opa werd wakker en liep langs mijn kamer zonder mij te zien en verdween naar de woonkamer, deed de televisie aan en mompelde wat in zich zelf. Mooi. Ik zal hier net zolang blijven zitten tot hij mij ziet.
"Kghh, kughh" kuchte ik een beetje maar hij leek het niet te horen. Van het lange zitten waren mijn benen gaan slapen en mijn maag rommelde van de honger. Tranen liepen langs mijn wangen terwijl ik niet wist waarom.

"Mijn hemel, wat doe je daar?! Waarom ben je niet op school?" vroeg opa die opens in mijn deuropening stond.
"Omdat jij en die stomme oorlog van je alles verpesten. Waarom ga je niet terug naar huis! Dan kan je de oorlog op je eigen televisie zien."
Opa bukte zich, schoof wat spullen opzij en kwam bij me zitten.
"Daar zou ik de oorlog niet op de televisie zien maar vanuit mijn raam"
Ik weet niet of je me wil geloven, maar opa begon te huilen en beefde over zijn hele lichaam. Hij was in zijn oude blauwe pyama en zag er zo grijs en mager uit. Ik pakte zijn handen en riep tegen hem: "Opa! Je hebt mij geleerd wat je moet doen als je bang bent. En nu ben je het zelf vergeten! Weet je nog. Je moet je vuist ballen, tot drie tellen en dan hardop zeggen 'Een, twee drie.Ik ben niet meer bang!' Weet je dat dan niet meer, opa? Opa!"
Opa 's schouders stopten met schokken en hij maakte met twee vuisten zijn wangen droog, keek rond en zei: "Waarom is het hier zo'n zootje?"
"Hier een zootje!? In deze kamer!" gilde ik "In deze kamer? Omdat in deze kamer een meisje leeft dat Milena heet. Milena de Viespeuk, weet je wel, de zus van Nette Alexandra! In deze kamer een zootje?! Dat is nog niks…"en ik nam opa bij zijn handen en dwong hem met mij mee te gaan.
"Kom eens kijken hoe vies het is in de keuken en wat een bende het in de woonkamer is."
"Poeffffff " zuchtte opa in een lange ademtocht. "Het wordt tijd dat wij de handen uit de mouwen gaan steken".
Opa schrobde met een borstel de hele keuken schoon. Onder, boven en in de kastjes, hij boende de vloer, de borden en zelfs de ramen terwijl ik Milena's kamer in orde bracht. Ik vond alle dingen die ik kwijt was geraakt. Zelfs mijn blauwe topje dat Milena vast en zeker expres in de verste hoek onder haar bed had gelegd.
"Weet je wat" riep opa vanuit de keuken "Milena is bijna een jonge vrouw, waarom zullen jij en ik, net als vorige zomer, niet samen op jouw kamer slapen?"
"Denk je dat mama dat goed vindt?"
"Mama? Die merkt er niks van. Milena moet sowieso meer tijd gaan besteden aan haar huiswerk."
"Ja, ja meer tijd om in geheimschrift in haar dagboek te schrijven zal je bedoelen. Als of ik haar stomme geheimen wil weten."
"Ja, ook daar heeft ze haar eigen kamertje voor nodig. Daar kom je zelf ook snel genoeg achter."
De eerste die thuis kwam was Milena. Ze kon haar oren niet geloven toen ze hoorde dat ik uit haar kamer wegging. Ze bleef opa maar kussen en zei telkens weer: "Duizend keer bedankt opa, je weet niet half hoe vervelend het is om mijn kamer met haar te moeten delen". Ze was zo blij dat ze uit een geheime plek, die ik vergeten was te controleren, mijn mooiste stickers die ik al maanden kwijt was teruggaf. Daarna kwam papa thuis. Toen hij zag hoe opgeruimd het huis was zei hij alleen maar: "Wôh!". En alsof hij van tevoren wist dat het een speciale dag zou zijn had hij een kersenvlaai meegenomen. Mijn favoriete vlaai. Mama was de laatste die thuis kwam.
Terwijl we thee aan het drinken waren en papa's vlaai aten zei mama opeens: " Opa, die broek van je is nu toch echt aan zijn einde.Hoe lang heb je die broek nou al, tien, elf jaar? We zouden eens moeten gaan winkelen."
"Winkelen, winkelen!"gilden Milena en ik tegelijk.
"Wat is er mis met mijn broek?" probeerde opa nog, maar papa rinkelde al met de autosleutels. Na de thee namen we opa mee de stad in. In de Hema was het grappig omdat mama van alles wilde kopen terwijl opa het allemaal maar niets vond. En toch wist ze voor opa een nieuwe broek , ondergoed, zakdoeken en zelfs een nieuwe pyama te vinden. De pyama legde mama gewoon op de toonbank zonder opa wat te vragen en zei: "Deze willen we ook nog hebben. Punt uit".
Weet je wat er gebeurde toen we weer thuis waren? Opa viel uitgeput in de stoel moe van "al dat gescharrel door de winkel". En toen, krrr… Opa scheurde van voor naar achter uit zijn oude broek . Iedereen keek opa aan, tot Milena en ik het niet meer konden houden en in lachen uitbarstten. Papa en mama begonnen ook te lachen. .
"Stop, nu is het echt genoeg" bleef opa lachend herhalen "anders plas ik nog in mijn broek".

Op een dag kwam opa, eindelijk, mij van school halen. Ik stelde hem voor aan mijn meester en aan al mijn vriendinnen. Toen we eindelijk alleen waren nam hij mijn rugzak en zei: "Vanmorgen zijn ze gestopt met het bombarderen".
Eerst was ik blij. Echt heel blij. Maar meteen daarna drong het tot me door wat dat betekende.
"Moet je nu meteen naar huis, opa?"
"Moeten, nee… Maar het wordt ondertussen wel tijd. Ik ben alweer drie maanden bij jullie".
Het was ons toch gelukt opa zo lang mogelijk bij ons te houden en hij vertrok pas een maand later. Hoewel ik dat toch te vroeg vond.
In de tijd dat opa nog bij ons was stond hij 's morgens samen met ons op en als als wij naar school toe waren en hij alleen thuis was, repareerde hij al die dingetjes die papa steeds had uitgesteld. En daarom valt er nu niemand meer van de keukenstoelen en doen alle lampen het weer.
's Avond als we in bed lagen, praatten opa en ik over van alles tot het moment van ons laatste spelletje 'wie het eerst in slaap valt heeft gewonnen'.
Milena praat altijd over opa als ze de aardappelen moet schillen."Kan je die niet een beetje dunner schillen" doet ze dan opa's stem na. Mama heeft hem altijd in gedachten vooral als ze haar huis apotheek in orde maakt. "Hemeltje, zouden er al weer vitaminepillen te koop zijn in Belgrado? Ik zal vanavond opa eens bellen of mijn postpakketje al is aan gekomen." Telkens als papa naar zijn favoriete Franse serie over Napoleon kijkt zegt hij "Jammer dat Stjef er niet meer is. We konden zo lekker ons Frans een beetje opfrissen" waarop mama altijd zegt: "Opfrissen? Het leek meer op leren van gebaren taal, als je het mij vraagt".
En ik? Ik herinner me opa telkens als ik boos ben op mama, Milena, op de hele wereld. Of als ik op het journaal hoor dat er in een land weer een oorlog is. Dan vraag ik me af: " Is er misschien ook een opa uit dat land bij zijn kleindochtertje op visite ?" En ben ik altijd wel eventjes een beetje jaloers. Maar dan hoor ik opa weer en herinner me dat oorlog niet in de televisie zit maar voor iemand echt is en vanuit zijn raam te zien is.