Snezana Bukal
Snezana Bukal (1957, Belgrado, Servië) groeide op in een familie waarin geloven en ideologieën zich vermengden als de meest natuurlijke zaak van de wereld. Ze bracht haar tijd door tussen de boerderij van haar atheïstische Kroatische, opa en katholieke oma, de kerk van haar Servische grootvader, een Servisch orthodoxe priester, en in de academische wereld van haar communistische oom, professor aan de universiteit.
Vanaf 1976 studeert Bakal 'Algemene Literatuur Wetenschappen' aan de universiteit van Belgrado. In dat zelfde jaar wint ze de prestigieuze 'Oktober prijs' – de voornaamste literaire prijs van Belgrado met de poëzie bundel 'Met gesloten ogen zoeken'. Naast poëzoe schrijft Bukal proza en publiceerde regelmatig in de verschillende literatuur tijdschriften van Joegoslavië.
In haar vrije tijd werkte Bukal aan haar boek Donker Zijde (Matica srpska, Novi Sad) een verhaalbundel die in 1985 werd gepubliceerd. In 1986 kreeg ze hiervoor de ´Gouden Appel´ prijs voor het beste boek gepubliceerd in dat jaar in Joegoslavië. Donkere Zijde was een antwoord op haar moeders dood (1983) en de geboorte van haar eerste dochter Petra (1984).
Parallel met schrijven werkte Bukal aan de vertaling van: The Wrecker en Lantern Bearers and other essays van R.L. Stevenson (resp. gepubliceerd in 1988 en 1989), The Room of one's own van Virginia Woolf (gepubliceerd in 1989) en van James Joyce vertaalde ze naar het Servisch-Kroatisch The Dubliners ( gepubliceerd in 1992). Aan de vooravond van de oorlogen in Joegoslavië zou haar tweede verhaal bundel Het vliegend hert verschijnen.
In 1998 werd Bukal's eerste roman Eerste Sneeuw (De Bezige Bij, vertaling Reina Dokter) uitgegeven. Daarnaast schreef ze verhalen voor de kinderboeken VerjaardagsVerhalen (Gottmer 1998), Dikke Pil (Gottmer 1999) en Goed fout! (Kwint'essens 2000). In september 2000 kwam eveneens de kinderroman Waarom Thora Koen sloeg (Kwintessens 2000) uit.
