Schrijven is een zoete straf


door Truus Groenewegen

Verhaal door Nasser Fakhteh (fragment)

In het laatste verhaal van zijn bundel ‘Iemand anders’ voert Nasser Fakhteh de heer Baghaï op. Als de heer Baghaï de straat op gaat, zien mensen hem aan voor de schrijver Nasser Fakhteh. Verwijst hij hier naar de vervreemding van de schrijver die merkt dat zijn lezers hem via zijn verhalen denken te kennen? Voor Nasser gaat het veel dieper. "Toen ik in het Iraanse verzet zat, had ik verschillende namen in verschillende periodes. Iedere naam creëert een bepaalde identiteit. Thuis heb je je eigen naam, in het verzet een andere, op je werk weer een andere. Is een bepaalde periode afgelopen, dan heeft die naam geen plek meer, maar de identiteit blijft in je doorleven. Dat is soms zo verwarrend. Je weet niet goed meer wie je bent. Dan kom je hier en je hebt geen naam. Je weet je geen raad. De namen die je had komen terug in je dromen en je moet een nieuwe identiteit voor jezelf maken. Je moet zoveel leren en zoveel afleren. Je moet met de taal jezelf opnieuw ontdekken."

Tegen de dictatuur
Dat hij ooit zou schrijven, wist hij al toen hij bij de theatergroep voor jongeren in Teheran korte verhalen omzette in theaterteksten. Dat kon hij goed. Hij schreef op school ook voor de muurkrant. Toch was het theater zijn grote liefde. Vanwege zijn verzet tegen de dictatuur werd hij gearresteerd toen hij amper zeventien jaar was. Hij verdween de cel in voor viereneenhalf jaar. Kort na zijn vrijlating brak de revolutie uit. Ook geen tijd om thuis te zitten schrijven. ‘Iedereen was op straat.’ Toen het nieuwe regime zijn ware gezicht liet zien, hervatte hij zijn politieke verzetsactiviteiten. Studeren kon niet, omdat mensen werden geselecteerd op hun ideologische achtergrond. Weer werd hij gearresteerd. Drie jaar gevangenis deze keer. Niet veel later moest hij zijn land ontvluchten en kwam via Turkije in 1988 in Nederland terecht. "Hier dacht ik: ‘Nu is het de tijd om mijn droom te volgen en ik was dus heel blij toen ik met twee anderen uit een groep van meer dan 35 mensen werd geselecteerd voor de theaterschool in Kampen." Snel volgde de desillusie. Nasser was te oud voor de opleiding. In Utrecht bij de International Theater Academy hetzelfde verhaal. Daarna trok hij rond met een theatergroep bestaande uit Iraanse ballingen en trad op met Nederlandse groepen. Totdat zijn verleden een tweede blokkade bleek te vormen. "Ik zat zo vol. Ik had zo’n zware bagage. Dat kon ik niet allemaal kwijt op het toneel. Het deed me goed om op het podium levens van anderen te kunnen leiden, maar de spoken die me omringden kon ik niet terzijde schuiven. Op een gegeven moment kon ik niet meer vluchten. Ik werd gedwongen afstand van mijn rollen te doen en terug te keren naar mijn eigen ikken."

Schrijven tegen de vergetelheid
"Als je uit je land bent gevlucht en hier aankomt in een rustige, geordende, georganiseerde stad, in een stilte die je nog niet kent, denk je ‘nu is het afgelopen’. Maar dan begint het eigenlijk pas en deze keer in je hoofd. Want je was altijd in de golven van allerlei gebeurtenissen en had geen tijd om jezelf te zien, te verwerken wat je er was gebeurd. Ik moest aan het papier toevertrouwen, niet alleen wat ik zelf maar wat mijn generatie had meegemaakt, mijn vrienden en kameraden. Ze waren dood, maar toch aanwezig en ik kon hen niet negeren. Het verleden belemmerde me hier en nu te leven. Ik moest een gezicht geven aan zoveel mensen, ook diegenen die in Iran leven en hun stem niet kunnen laten horen. Schrijven was voor mij iets tegen de vergetelheid. Aan de andere kant wil ik kunst niet reduceren tot een therapeutische handeling. De noodzaak om iets op papier te zetten beweegt je tot actie, maar dat is niet het hele pakket. Bij het schrijven van literatuur komt zoveel meer kijken, structuur, personages, plot en veel fantasie. Niet alleen de inhoud telt, maar ook hoe jij daar als schrijver vorm aan geeft, hoe je de fantasieën hanteert die tijdens het schrijven boven komen. Er is het voornemen om wat je schrijft openbaar te maken, te delen met mensen. Delen is heel belangrijk. Dat maakt het totaal anders dan schrijven voor jezelf."

Zware, trage momenten
Binnenkort hoopt Nasser de roman af te ronden waar hij meer dan zeven jaar aan heeft gewerkt. In die roman probeert hij verschillende vormen uit, vertelt hij verhalen op nieuwe manieren en is hij ook meer in zichzelf gaan zoeken. "Hoe persoonlijker je verhalen of gedichten, des te universeler is de betekenis van wat je zegt. Bij het schrijven van mijn roman is dat soms erg moeilijk geweest. Ik wilde beschrijven hoe het was toen ik als zeventienjarige jongen in de gevangenis zat. Om dat op papier te kunnen zetten, moet je terug naar de cel, de muren weer aanraken om de zware, trage momenten die je daar doorbracht te voelen en de pijn in je voetzolen als je terugkwam van de martelingen. Wat ik beschreef kwam soms zo dichtbij dat ik het niet meer verdragen kon. Dan moest ik het voor een tijdje terzijde schuiven. Het schrijven zie ik als een zoete straf. Een straf omdat het heel eenzaam werk is. Soms zie ik dagenlang niemand. Dat is niet wat ik wilde, ik hou zo van theater omdat het een gezamenlijke kunst is. Aan de andere kant, als je iets dat je in je hoofd hebt op papier krijgt, geeft dat een voldoening die met niets te vergelijken is. Dat is het zoete. En nog steeds wek ik personages tot leven, dat is niet veranderd. Ik schrijf ook nog toneelstukken. Eén deel van mijn verlangen wordt vervuld, een ander deel zal altijd blijven knagen."

Een nieuwe taal
Nasser schrijft in het Nederlands. Daar heeft hij wel wat voor moeten overwinnen."Dat ik bij de theaterschool werd afgewezen, had ook effect op mijn gevoelens over het Nederlands. Mijn motief om de taal te leren was verdwenen. Bovendien koester je als banneling de eerste jaren hoop dat je snel kunt terugkeren naar je land, je denkt niet aan het opbouwen van een huis in een nieuwe taal. Maar als schrijver moet je op een gegeven moment een beslissing nemen. In jouw land is geen publiek, daar mogen ze je boeken niet lezen en de Iraniërs die hier wonen, leren andere talen en gaan andere boeken lezen. Het was belangrijk voor mij om in contact te komen met mijn lezers, want een kunstenaar zonder publiek is een dode kunstenaar en ik wilde leven." Vervolgens bleek het gebruik van de nieuwe taal ook andere kanten te hebben. "Schrijf je in je moedertaal dan komen zoveel dingen automatisch en verval je sneller in afgezaagde beelden en clichés. Het Farsi is ook de taal van mijn nachtmerries en een deel van me wilde in een andere taal schrijven. Dat ik in het Nederlands over elke zin moet nadenken, creëert een ambiance waarin je jezelf kunt zien als tweede persoon."
Bij het polijsten van zijn schrijfwerk spelen taalgevoelige Nederlandse vrienden een rol als klankbord. Mensen waarmee hij wel een uur over een alinea kan discussiëren of over de betekenis van synonieme woorden. Als hij schrijft, zet hij soms na een woord twee, drie alternatieven tussen haakjes. Zinnen ook. Het gaat om nuances, om wat past in een bepaalde situatie en wat hij daarmee wil zeggen. "Die dialoog met mijn vrienden maakt de taal rijker voor mij."

G-klanken
Dat neemt niet weg dat Nasser het schrijven in het Nederlands ‘soms erg frustrerend’ noemt en dat het een paradoxale ervaring is. In zijn verhaal ‘Ex-mat’ zegt de ik-figuur over de Nederlandse vrouw door wie hij gefascineerd is, dat de grove taal uit haar mond zelfs mooi kan klinken. Nasser: "Frans versta ik niet, maar zoals het klinkt in mijn oren. Dat is mooi. Bij het Nederlands heb ik dat niet. De eerste indruk belemmerde me, vooral met al die g-klanken zoals in ‘Amsterdam heeft achtentachtig prachtige grachten’. De manier waarop Nederlanders met de taal omgaan, is soms ook een beetje grof. Natuurlijk benader ik de taal nu anders, ik kan genieten van echt heel mooi proza, van poëzie. Maar het gevoel van grofheid blijft, al wil ik dat niet generaliseren. Als je een taal binnengaat en de emoties voelt, je door de puurheid ervan laat beroeren, dan is er schoonheid in iedere taal."

Van Nasser Fakhteh verscheen de verhalenbundel ‘Iemand anders’ (Balans, 1996). Het verhaal ‘Ex-mat’ is opgenomen in de verzamelbundel ‘Buitenspiegels’. Andere verhalen van zijn hand zijn te vinden in ‘Is dit recht mijn lief’ en in ‘Couchette: schrijvers onderweg’.