Over Mariwan Kanie door Herman Divendal

Over Mariwan Kanie

door Herman Divendal
9 november 2004

Eind jaren Zeventig was één van mijn vrienden een Portugese fotograaf. Maar eigenlijk was hij een drummer. Hij had mij verteld dat hij in de tijd van Franco, op het moment dat hij in militaire dienst moest met zijn bandje op toernee ging, hup de bergen over, in het noorden van Portugal, naar Spanje. Op die manier, op toernee met de band, was hij in Amsterdam beland. Toen hij na de van Franco 1975 terug kon, was hij heel wat minder euforisch dan mijn linkse vrienden van die tijd.

Hij realiseerde zich, dat hij door zijn ballingschap met een onoplosbaar probleem moest zien te leven: Wanneer hij in Nederland was, was hij ziek van heimwee naar Portugal, was hij in Portugal, dan begon hij na een tijdje intens te verlangen naar Amsterdam, de stad van zijn nieuwe leven. Toen ik me aan het voorbereiden was voor vanavond en zat te denken hoe ik Mariwan bij u zou introduceren, moest ik onmiddellijk aan deze Portugese vriend denken, en ik zal u proberen uit te leggen waarom. Laat ik beginnen over mij zelf.

Als ik mijn Portugese vriend ontmoette voelde ik, alsof ik als het ware op dat moment thuis kwam. Ik kon moeiteloos mijn momenten met hem delen. Onze depressieve stemmingen, wanneer wij somberden over al datgene wat er niet was, maar vooral intens genieten van wat het leven gaf: het feest, de fado, en de lekkere hapjes. Zo vreemd is dat thuisgevoel nu ook weer niet, als u weet dat de familie van mijn moederszijde oorspronkelijk een Portugese familie is, die in de zestiende eeuw moest vluchten uit Lissabon naar Belgrado, en twee eeuwen later kwam te wonen in Nederland, of preciezer gezegd: in Den Haag. Misschien verklaart dit familieverleden wel volledig, waarom ik mij ten diepste betrokken voel bij het werk dat ik bij AIDA kan doen en vooral: bij de mensen die ik via dit werk tegenkom. Maar genoeg over mijzelf. Nu over Mariwan.

Mariwan staat net als mijn Portugese vriend van vroeger in een spagaat op de wereld. Mariwan wordt letterlijk heen en weer geslingerd tussen Koerdistan en Amsterdam. Gelijktijdig verschilt het verhaal van Mariwan in alle opzichten. Mariwan is tenslotte geen drummer, hij is dichter. De liefde voor het dichten werd hem al op zeer jeugdige leeftijd bijgebracht. Dit gebeurde op een uitzonderlijke manier. Toen hij met zijn moeder op bezoek ging bij zijn opa in de gevangenis, droeg zijn opa een gedicht voor, dat Mariwan in de korte tijd dat het familiebezoek duurde, uit zijn hoofd moest leren. Via Mariwan werd het gedicht naar buiten gesmokkeld, doordat hij het – eenmaal buiten de gevangenis – luidop voordroeg aan de verzetshelden om zich heen. Zijn opa wordt tot op de dag van vandaag op handen gedragen, maar inmiddels geldt dat niet alleen meer voor opa. Het hoeft niemand te verbazen dat iemand, die op zo’n jonge leeftijd het belang van het vrije woord heeft leren proeven, levenslang niet anders meer lust. In dat besef wordt Mariwan heen en weer geslingerd tussen hier en daar, de rol die voor hem is weggelegd in de opbouw van zijn geboorteland, de bemiddelaar die hij in Nederland kan zijn, wanneer wij het weer eens helemaal niet begrijpen, en Mariwan te gast is in NOVA of Twee Vandaag. Totdat ze weer genoeg van hem hebben, en alle buitenlanders weer bij het vuilnis worden gezet, omdat we het zelf nu eenmaal beter weten.