Gevangen in het zelf

Notities van een gevluchte Iraakse Koerd

Goran Baba Ali

gepubliceerd in Ex Ponto, nr. 5 - www.expontomagazine.com

Als Ibrahim Selman bij zijn aankomst in Nederland langs de ramen in de Wallen loopt en de halfnaakte meisjes hem naar binnen gebaren, merkt hij dat hij heel populair is in zijn nieuwe stad Amsterdam. Hij ziet met verbazing duiven scharrelen op de Dam tussen mensen en eten uit hun handen. En de democratie ligt daar zo openlijk op straat. Mensen schreeuwen hun mening uit. In zijn geboorteland Irak zouden dit surrealistische taferelen zijn.

Bagdad In ‘Dapper hart gezocht’ vertelt Ibrahim Selman over het lot van zijn familie dat verbonden is met het lot van het land, als Irak in de handen van de Baathisten valt. Een verzameling van literaire reportages, gedichten en lyrisch proza die Selman in de afgelopen vijftien jaar in Nederland heeft gepubliceerd. Het zijn versnipperde fragmenten, losse stukjes uit de geschiedenis van Irak, die samen een beeld van het leven in dat land vormen. Door zeer persoonlijke verhalen neemt Selman de lezer mee in de details van het dagelijkse leven in de schaduw van die geschiedenis.
Een geschiedenis die hem ook in Nederland niet loslaat. Ook observaties en gebeurtenissen in Nederland schuiven over elkaar met zijn herinneringen. Voor een Nederlandse lezer die de fragmenten van de geschiedenis van Irak uit de media kent, is dit boek niet altijd even makkelijker te volgen. Maar voor een Irakees, vooral een Iraakse Koerd, zijn de scènes zo bekend, alsof ze over hem zelf gaan.

Koude karnemelk
Als kind van tien moet Ibrahim in Bagdad, waar hij met zijn familie naartoe is verhuisd, voor de brood op de plank zorgen. Iets dat zijn vader en oudere broer niet lukt. Hij zit in de hitte van de maand augustus op de hoek van een drukke straat op de markt achter een emmer karnemelk, en schreeuwt de enige twee Arabische zinnen die hij kent: ‘koude karnemelk’ en ‘kost een stuiver.’ Ibrahim woont in de sjiietische wijk.
In het eerste jaar van zijn verblijf in Bagdad maakt Ibrahim een militaire coup mee. Op 8 februari 1963 grijpen de Baathisten
de macht en richten een bloedbad aan. “De straaljagers werden weer actief. Ze vlogen erg lag en schoten erop los. Het huis was te klein om je in te verbergen.” Ibrahim kruipt met zijn broertje, die denkt dat het een spelletje is, onder het bed. “Die dag werd een gitzwarte bladzijde uit de geschiedenis van Irak, doordrenkt van bloed. De twee Arabisch-nationalistische generaals Abdul Salam Arif en Ahmed Hassan Al Bakir kwamen aan de macht. Ze vormden een regering van straatvechters. De Iraakse regering maakte jacht op de communisten die werden massaal gevangen genomen en velen van hen werden zonder berechting geëxecuteerd, onder wie de premier van Irak.”
Zijn oom vlucht Bagdad uit en keert terug naar Koerdistan. Na een korte tijd wordt hij vermist. Elke keer als de familie wat geld heeft gespaard, neemt zijn vader een foto van zijn broer mee en gaat een paar weken naar Koerdistan “van dorp naar dorp om erachter te komen of mijn oom nog leefde.”

Vader
Ibrahims vader en een jongere broer sluiten zich begin jaren zeventig aan bij de opstand van de Koerden. Vader is woedend dat Ibrahim in Bagdad blijft om voor de staatsomroep te werken. Hij luistert wel naar zijn dagelijkse radioprogramma.
Vader wordt door een kogel geraakt als hij op een paard zit, terwijl zijn zoon naast hem loopt. Die vecht met de moordenaars van hun vader. Dat vertelt hij later aan Ibrahim die na het einde van het Koerdische verzet van Bagdad naar Koerdistan gaat om zijn familie terug te zien. “Ik vocht tot het donker werd. Ik was op veel plekken gewond. Alles was wit. Het lijk van pa was bedekt met een dun pak sneeuw. Ik heb pa op het paard getild. Hij was zwaar.”
Na de oorlog met de Koerden beginnen de Baathisten ook hun coalitiegenoten af te slachten. Communistische vrienden van Ibrahim, die in Saddam Hussein een ware communist zagen en de oorlog tegen de Koerden toejuichten, worden zelf prooi van de zuiveringen. Maar ook de vrome oom van Ibrahim, die docent Arabische taal en godsdienst was op een middelbare school in Bagdad en elke dag naar de moskee ging, verdwijnt ineens. Wanneer zijn broer zijn lijk mag gaan ophalen, moet hij eerst voor de kogels betalen waarmee hij geëxecuteerd was. De familie mag geen rouwdienst houden en moet zeggen dat hij door een ongeluk is omgekomen.Ibrahim Selman

Zomer
Hoofdstuk na hoofdstuk vertelt Selman over het leven onder een dictatuur en het ontvluchten van die dictatuur. Het zijn losse stukken die een doorlopend verhaal vertellen. De rode draad daarbij is het leven van de auteur zelf. Van zijn kindertijd tot zijn werk voor de radio in Bagdad, zijn vlucht naar Nederland, zijn eerste ontmoeting met homo’s, de hereniging met zijn vrouw en kinderen, oorlogen in zijn land, de val van het regime, tot zijn terugkeer naar het land voor een bezoek. Geboren in een klein dorpje ergens aan de voet van een berg in Iraaks Koerdistan, waar zijn geboortedatum wordt gerelateerd aan natuurlijke gebeurtenissen zoals tomatentijd of het rijp worden van perziken.
Door over kleine dingen te vertellen die hem bezighouden, verbindt Selman op een subtiele manier zijn herkomstland met Nederland. In Bagdad, waar de zomer
al halverwege maart begint en “tot diep in oktober” duurt, begint Selman de zomer te haten. “De zomer was een ware marteling. Hij tiranniseerde en vernielde, en bracht in het land waar ik geboren ben een culturele tiran aan de macht, die in veel opzichten op hem leek.” Later als hij in Nederland is, mist hij de zomer. “Ik was namelijk geadopteerd door een land dat de bewoners zelf een kikkerlandje noemen. In dat nieuwe landje was de zomer wel erg bescheiden. De zomer in Nederland is mager en bleek, en lijdt aan diverse ziekten. Hij kan, ook als hij op zijn hoogtepunt is, de aanvallen van herfst en winter niet keren. Dat is maar goed ook. Dat heet democratie: de zomer mag niet de alleenheerschappij hebben, anders veranderen de mooie groene weilanden met koeien in een barre woestenij.”

Twee bundels

Wat soms het ritme in het doorlopende verhaal verstoort, zijn de gedichten tussen de prozastukken. Het was misschien een beter idee geweest om later de gedichten apart uit te geven, als een bundel van abstracte poëzie, vol drift en verlangen. De gedichten geven uitdrukking aan een rijk innerlijk gevoelsleven, de buitenwereld komt daar niet in voor. Ibrahim Selman geeft zelf in de eerste gedicht de clou:

ik wist allang
dat ik gevangenzit
in mezelf.