Openingstoespraak Het verloren paradijs

Het verloren paradijs

Openingsspeech door Lena Euwens, directeur van de Hortus Amsterdam
Amsterdam, 20 november 2009.

Dames en heren van harte welkom bij deze tentoonstelling in de Sint Nicolaasstraat.

Vorige week zaterdag, daags voor de intocht, verklapte mijn zevenjarige dochter mij een geheim. De pieten, zo fluisterde zij mij in het oor, zijn helemaal geen echte pieten, geschminkt met schoensmeer zijn ze en bovendien, met die cadeautjes dat klopt ook niet helemaal. De ouders helpen soms mee, want alleen de Sinterklaas is echt, maar hij is zo oud dat hij al dat werk niet alleen afkan. Vandaar. Maar ik mocht het aan niemand vertellen.

Wie herkent dit niet? Het geloof in, de waarneming van schoonheid, een welhaast perfecte wereld die ineens barsten vertoont. Bijna als een soort reflex leidt de vrees voor verlies bij de eerste dreiging vaak tot een verdieping van het geloof. Maar wie zijn ogen of geest geopend houdt kan vervolgens niet anders dan met de feiten dealen.

En die zijn vaak bikkelhard.Ja een speech ter opening van een tentoonstelling die het verloren paradijs heet kan niet anders dan een treurig verhaal vertellen. Tragiek is immers ook de achtergrond van Aida, een stichting ter ondersteuning van kunstenaars uit de hele wereld die in hun eigen land vervolgd, onderdrukt werden of eruit verdreven en die nu als banneling in Nederland wonen.

Toch wil ik het graag optimistisch houden en daar is ook voldoende aanleiding voor. Pal aan de poorten van het verloren paradijs begint immers het pad naar het beloofde land. En het is de reis daar naartoe die er toe doet en gedurende welke de mens opnieuw allerlei beproevingen moet doorstaan om uiteindelijk hopelijk zichzelf te vinden, te overstijgen en steeds opnieuw uit te vinden.

Misschien is dat wel de essentie van wat we zijn kwijtgeraakt door de nieuwsgierigheid van Eva; we hebben een overzichtelijke liefelijke wereld moeten inruilen voor een doolhof. Er zijn heel veel mensen en instituties die dat doolhof in de loop der eeuwen hebben voorzien van wegwijzers richting hun opvatting van het beloofde land. En morgen zullen het weer andere doen. Veelal zijn ze blijven steken precies op dat punt waar mijn dochter zich nu bevindt.

Alleen de kunstenaar heeft het zoeken zelf tot doel verheven. Ik heb het dan niet over landen of plaatsen en Gregory Kohelet kan dat weten. Gregory is letterlijk vanuit de voormalige Sowjetunie gereisd naar “het beloofde land” Israel, en heeft daar gewoond. Maar hij heeft daar niet gevonden waar hij naar op zoek was. Ik heb me laten vertellen, dat hij in zijn geboorteland vooral als jood werd gezien, in Israel als Rus, en dat hij pas in Nederland uiteindelijk zijn identiteit gevonden heeft als kunstenaar. In zijn zoektocht heeft hij letterlijk over grenzen moeten stappen, vaak door de zure appel moeten bijten op weg naar het herscheppen van het verloren paradijs. Dit in beweging zijn, ‘onderweg naar’ , het transformatieproces, daar zien we hier in zijn werk verschillende prachtige voorbeelden van.

En op sommige vang je ook een glimp op van de tuin van Eden. En die associatie bracht Herman Divendal waarschijnlijk op het idee mij te vragen deze tentoonstelling te openen. En terecht want ter is een heel duidelijke link met het thema van deze tentoonstelling. Mijn voorgangers zijn meer dan 300 jaar geleden begonnen mooie en exotische planten te verzamelen uit de hele wereld. Toen getuigden zij van een weelderige schoonheid en overvloed elders. Toen was al dit voorbehouden aan de wetenschappers. Nu kan iedereen in de Hortus genieten van de schoonheid van het wereldwijde plantenrijk en kennis opdoen, bijvoorbeeld over de evolutie. Maar er is een laag bij gekomen, want steeds meer planten zijn in hun natuurlijke habitat met uitsterven bedreigd, en dus zijn ook wij geëngageerd geraakt in de strijd om het paradijs.

Dames en heren, ik kan me onmogelijk een kunstkenner noemen, maar dat is de vrijheid van het publiek, onbevangen of juist bevooroordeeld te kijken, te genieten en te vinden wat je wilt vinden. Zo herkende ik in een van de schilderijen van Adil Elsanousi een man met een staf, die mij op de opening van dit verhaal bracht, of misschien was het omgekeerd. Adil komt oorspronkelijk uit Soedan. Een land waar men vanwege armoede of vanwege dogma’s weinig behoefte had aan kunst. Ik kan niet anders dan in de schilderijen van Adil de kunstenaar herkennen die te midden van de scherven van wat hem lief is zijn ideaal aan het infuus heeft weten te houden en uiteindelijk erin slaagt zijn feest te vieren: de pure schoonheid, de verbeelding aan de macht in merendeels gloedvolle tinten en een uitdagende mengeling van Afrikaanse en westerse symboliek.

Vergelijk ik de werken van beide kunstenaars dan zie ik heel veel verschillen qua stijl, techniek, kleuren, abstractie etc, maar ook een overeenkomst, … er spreekt een moraal uit, een krachtig appél om te blijven zoeken naar het beloofde land. Niet omdat ze vluchteling zijn maar kunstenaars weten ze dat het beloofde land, als eindpunt, niet bestaat. Het beloofde land zelf is een mythe. Maar laten we dat geheim houden.

Dames en heren ik verklaar het verloren paradijs voor geopend.

Lena Euwens