Openingstoespraak Kunst in Vrijheid 1994

Het zwarte doek op de brug van Ghuangzou

Openingstoespraak tentoonstelling "Kunst in Vrijheid", Vlaardingen, 3 juni 1994
Door Herman Divendal


Het valt mij niet gemakkelijk om een tentoonstelling te openen op een avond, die de datum heeft van 3 juni, die de titel "Kunst in vrijheid" draagt, die werk laat zien van drie uit hun eigen land gevluchte kunstenaars, in de plaats Vlaardingen, in het gebouw van de Vrije Academie, en dat alles om onze verbeelding te prikkelen voor een debat over "De kwaliteit van Kunst". We zouden kunnen besluiten vast te stellen, dat dit allemaal toeval is, niet meer dan toeval. Wij zouden bijvoorbeeld kunnen concluderen, dat wij vanavond allemaal toevallig niets anders te doen hebben. Wij kunnen ons afvragen, of wij er iets aan kunnen doen, dat de coördinatrice van Vluchtelingenwerk Vlaardingen, Ingrid, toevallig juist rond deze tijd moeiteloos haar studie en werk schijnt te kunnen combineren in een afstudeerproject rond de vluchtelingenproblematiek . En laten wij ons maar helemaal niet verdiepen in al die toevallige factoren – zoals de zwarte markt voor vluchtroutes en paspoorten in diverse delen van de wereld – die ertoe geleid hebben dat deze gevluchte kunstenaars in Nederland verzeild zijn geraakt en nergens anders.

Ik kan u echter verzekeren, dat het niet in mijn aard ligt om veel waarde te hechten aan het toeval. Zó er al van toeval sprake mocht zijn, dan biedt mij dat een ongekende mogelijkheid om mijn fantasie de vrije loop te laten. Dat zal ik nu dan ook gaan doen.
Om te beginnen met de datum, drie juni.

Drie juni is de vooravond van de nacht dat precies vijf jaar geleden de roep om democratie op het Tian An Min-plein in Peking in bloed gesmoord werd. In de maand die daaraan vooraf ging waren talloze pogingen om tot een rechtstreekse dialoog met de Chinese leiders te komen, gestrand. Op 27 mei 1989 ondernamen studenten van de Academie voor Beeldende Kunsten een ultieme poging om te verduidelijken waar het om ging. Zij plaatsten een replica van het Vrijheidsbeeld, oog in oog met de beeltenis van Mao. Via een kunstuiting toonden zij wat zij verlangden: een open dialoog. Het beeld werd binnen een week vernietigd. Niet ver daarvandaan – althans vanuit Vlaardingen gezien – hebben op 6 juni 1989 studenten van de Kunstacademie in Guangzhou een ongeveer zes bij vijftien meter groot 'zwart' spandoek, zonder tekst, op de Hai Zhu brug opgehangen. Eén van deze studenten was Ken, een beeldend kunstenaar, die normaal gesproken als geen ander blijk geeft van zijn fascinatie voor kleur en de werking van licht en schaduw. U kunt dit vanavond met eigen ogen zien.
Iemand, die op een avond met als datum drie juni een debat wil voeren over de kwaliteit van kunst, krijgt op deze wijze zonder enige twijfel opgelegd hoe hierover te praten. Je kunt er niet omheen: je krijgt door de gebeurtenissen van drie juni vijf jaar geleden het kleurpalet aangeleverd, waar het onderwerp mee verbeeld zal moeten worden. Het komt erop neer, dat wij, als wij willen praten over 'kunst en kwaliteit', ons zullen moeten uitspreken over "De kwaliteit van Zwart".
U moet het mij – gezien mijn leeftijd – maar niet kwalijk nemen, dat mijn eerste gedachte onmiddellijk uitging naar de L.P. "Stone Age" van de Rolling Stones, naar de song "Paint it black". Dit lied werd overigens gecomponeerd in 1966, het jaar waarin met de leus "Black is beautiful" feestelijk de oprichting van de Black Power Movement werd ingeluid, met als fanfare het glasgerinkel van de winkeletalages, met als uitsmijter de Molotov-cocktail om de nacht op te luisteren met oranje vlammen en zwarte rook. Maar dit ter zijde. Voor de jongeren onder u, of voor degenen die in die tijd aan de verkeerde kant stonden, de Beatles, zal ik het derde couplet citeren, zodat ook u begrijpt waar ik op doel:


I look inside myself and see my heart is black

I see my red door and it's pattern paint it black

maybe then I'll fade away and not have to face the facts

it's not easy facing up when your whole world is black

Een zwarte wereld. Een zwarte bladzijde in de geschiedenis. Het zwarte front. Liegen dat je zwart ziet. Zwarte humor. Het zwarte doek op de brug van Guangzhou. In deze uitdrukkingen verwijst het zwart naar gebeurtenissen, die op zijn zachtst gezegd niet deugen. Zwart deugt niet, heeft een negatieve waarde. Wanneer een groep kunstenaars commentaar wil leveren op de slachting in Peking, dan weet iemand, die zijn kleurenpalet goed kent, wat hem te doen staat: hij toont zwart.
Het zwarte doek op de brug van Guangzhou, het protest, wordt niet getolereerd, wordt vernietigd. Een kunstenaar die Zwart maakt weet, moet weten, dat hij grote risico's loopt. Daar kan hij de geschiedenis van zijn collega's op naslaan.

Ik ben dan zelf geen kunsthistoricus, toch kan ik u tenminste één voorval in herinnering roepen, de tentoonstelling "0,10 – De laatste Tentoonstelling van de Futuristische Schilderkunst" van Kazimir Malevich te Petrograd, in het jaar 1915. De entree begint direct met een slag in het gezicht (ik citeer de plaatselijke kunstcriticus): "Terwijl ik de trap afdaal heb ik automatisch mijn toegangskaartje uit mijn zak gehaald en het nummer bekeken: Imbeciel no. 2215". De tentoonstelling bevatte 39 werken. Het doek met de titel "Het Zwarte Vierkant" wekte de meeste beroering. Om te beginnen waar het was opgehangen. Het hing diagonaal in een hoek van de expositieruimte, zoals volgens goed Russisch gebruik de hoofdicoon in de 'heilige hoek' werd geplaatst. Malevich zag in zijn schilderwerk, in het zwart op wit, de kiem van alle mogelijkheden, als de eerste stap van de pure creatie in kunst. De kunstcritici sabelden hem neer: "Alles waarvan wij hebben gehouden is ons ontnomen. Voor ons hangt een zwart vierkant op een witte ondergrond". In 1932 werd een definitief einde gemaakt aan dit verschil in kunstopvatting: De Partij eist van de kunstenaar zich geheel in dienst te stellen van de propaganda voor het socialisme. Ik citeer: "De heroïsche klassenstrijd, de grote werkdagen van de opbouw moeten de belangrijkste bronnen zijn voor de inhoud van onze kunst. Wij beschouwen deze diepe inhoud, belichaamd in een artistiek volmaakte, realistische vorm die daaruit organisch is ontstaan, als een teken van waarheid in een kunstwerk van deze tijd."

Ik lijk inmiddels misschien wel erg te zijn afgedwaald van de tentoonstelling van deze avond, hier in Vlaardingen. Toch denk ik de sleutel gevonden te hebben, welke deze drie beeldende kunstenaars, Arsenian uit Armenië, Aras uit Irak, en Ken uit China bij elkaar brengt. Wanneer de heroïsche klassenstrijd bestaat uit bloed, bloed en bloed, (bloed van Irak, bloed van Armenië, bloed van China), wanneer je als kunstenaar volgens socialistisch-realistische principes propaganda moet maken voor nog meer bloedvergieten: dan bedank je voor die eer.
Bedanken voor de eer, stelselmatig weigeren om de heersende propaganda van je land een gezicht te geven, dwingt iemand, of hij wil of niet, om zijn land te verlaten. Je vlucht. Maar als je vlucht: waarom in godsnaam naar Nederland?

Ik heb u al gezegd, dat ik weinig verstand heb van de gigantische zwarte marktprijzen, van valse paspoorten, van vluchtroutes. Wie moet vluchten, kan niet altijd even kieskeurig zijn. Ik citeer uit een interview met Kareem:
"Op 20 augustus werd ik met een vriend, ook kunstenaar, op weg naar huis achtervolgd door een rode volkswagen (Brazili). Wij gingen harder lopen en liepen een zijstraat in. Wij werden nog steeds achtervolgd. Er werd vanuit de auto op ons geschoten. Mijn vriend werd in zijn been geraakt. Daarop vluchtten wij het huis van de buurman in. In 1991 had ik ook al eens problemen gehad. Er was toen een handgranaat naar mij gegooid, waarvan de splinters nog steeds in mijn hoofd en been zitten. Deze keer besloot ik te vluchten. Ik bracht mijn vrouw naar haar oom. Ik verbleef vijf dagen aan de grens van Irak en Turkije. Op 2 september kwam ik, met een vals paspoort, met de bus aan in Ankara. Toen ik in november 1993 genoeg geld had voor een reishandelaar, kon ik mee. Vanaf dat moment heb ik zes dagen achterin een vrachtauto gezeten. Ik mocht er zo nu en dan uit om wat te eten en te drinken. De lading bestond uit kartonnen dozen met vermoedelijk eten of kleding. Ik heb al die tijd geen paspoort gezien en geen grensovergang. Toen ik op 22 november werd afgezet, bleek ik in Breda te staan."
Ik citeer uit een interview met Ken:
"Nog ruim een jaar heb ik met angst in China geleefd. Wachtend op een mogelijkheid om naar het buitenland te vluchten. Ik ontmoette mensen die me de kans gaven naar Holland te gaan, tegen betaling. Zij bezorgden me een paspoort, een visum, alles. De meeste Chinezen gaan naar Canada of Amerika. Maar voor mij was het goedkoper om hiernaartoe te komen."
U ziet hoe het toeval hen bij elkaar brengt, een Armeniër, een Chinees en een Koerd, op een avond die de datum heeft van drie juni, in de plaats Vlaardingen. Dat deze kunstenaars elkaar hier in Vlaardingen met hun kunstwerken treffen kan dan ook geen toeval zijn. Ik hoef u alleen te herinneren aan de wandelclub "Flardinga" te Vlaardingen. Deze wandelclub besloot op 14 mei 1940, als reactie op het bombardement op Rotterdam, hulp te bieden aan de slachtoffers. Zo ontstond de eerste verzetsgroep, "De Geuzen". Na een spoor van spionage-sabotage werden in november 1940 twee leden van de Geuzen gevangen genomen en de hele organisatie vrijwel opgerold. Op 13 maart 1941 vond de eerste massa-fusillering plaats van 18 verzetsstrijders. U kent ze ongetwijfeld uit het gedicht van Jan Campert, "Het lied der achttien dooden":

Een cel is maar twee meter lang

En nauw twee meter breed,

Wel kleiner nog is het stuk grond

Dat ik nu nog niet weet,

Maar waar ik naamloos rusten zal,

Mijn makkers bovendien,

Wij waren achttien in getal,

Geen zal den avond zien

Op de Oude Markt van Vlaardingen staat een Geuzenmonument om hen te gedenken. Het draagt het motto van de Geuzen: "Verzet tegen den vijand geschiedt steeds op den juisten tijd". Ook de Vlaardingse beeldhouwer Leen Droppert kent zijn kleurpalet: Naar het standbeeld van de wandelaar en verzetsman loopt een oversteekplaats met zwarte in plaats van witte strepen. Achttien zwarte strepen als een lijn die de richting aangeeft naar het voormalige politiebureau, waar de Geuzen na hun gevangenneming naar toe zijn gebracht.
Wie kiest voor vrijheid, wie wenst dat kunst enige kwaliteit heeft weet op de juiste tijd, wat getoond moet worden.