Over Aras Kareem 1997

Nacht in de Molukkenstraat

Door Nico Duyvesteijn

Amsterdam, 11 april 1997

Het is nacht in de Molukkenstraat.
Een oudere vrouw beweegt zich schoorvoetend vooruit op haar pantoffels en laat ongemerkt het hondenlijntje vieren. Het bolle beestje geniet van zijn kans, verschuilt zich tussen boom en vuilniszak en komt opgelucht weer te voorschijn. Ik maak het slot van mijn fiets open en hang de ketting om het stuur. Onwillekeurig kijk ik nog even achterom als ik opstap. De vrouw gaat het benedenhuis binnen terwijl het hondje mij aan de aangespannen lijn nakeft. Niemand op straat. Even voor enen, of precies een uur. De uurwerken in de cadeauwinkel laten de keuze aan mij over. Een vreemde stilte. Alsof de zintuigen de wereld om mij heen niet meer registreren en enkel de bewegingen van mijn geest waarnemen.

Rood, het is vooral de kleur rood die mijn netvlies prikkelt. Rood, flets en soms wat gelig waardoor het naar oranje neigt. Warm, nee. De tint heeft iets onbehaaglijks. Alsof hij een gemis wil uitdrukken, moedwillig ontdaan van zijn bekoring die hij gewoonlijk uitstraalt. Alsof de kleur uitdrukking wil geven aan een verlangen, een onbestemd verlangen dat zoekt naar rijping, naar het begrijpen van de eigen onvolledigheid en zich gekweld voelt door herinnering.

Zwarte lijnen dringen zich op aan mijn geest. Speels opgezette dikke en dunne lijnen die het rood gevangen lijken te willen houden binnen duidelijk afgebakende contouren. Her en der wat wit. Openingen waardoor de herinnering verademt en de beklemming niet haar oplossende kracht verspreidt. Op de tred van mijn ronddraaiende voeten volg ik de beweging van mijn geest. Mijn wereld kleurt rood, slingert zich aan zwarte draden aan mij voorbij. Een onbestemd gevoel van heimwee maakt zich van mij meester. Heimwee naar het onbetredene, heimwee naar de plek waarin de herinnering zich niet gekrast heeft. Het kost mij moeite om de witte vlekken in mijn herinnering af te tasten. Soms lukt het me om het rood langs mij heen te laten glijden en mij los te rukken uit de wirwar van zwarte draden. Dan laat ik mij opzuigen door het wit en raak verstrengeld in de tijd. Beweeg ik mij voor- of achteruit? Voert mijn verlangen mij terug in herinnering of opent het enkel een ongeschonden blik? Het is nacht in de Molukkenstraat.

Een willekeurige herinnering. Noem het desnoods een emotionele terugblik, een omzien naar de eerste momenten die volgden op een bezoek aan het atelier van Aras. Elk kunstwerk heeft zijn eigen zeggingskracht. Of we nu spreken van het cliché van de zigeunertraan of over het roestende staal van de kubus die in het gras van het stadspark ons al decennia lang verveelt of over het roze varkentje van Amerikaans porselein dat ons museaal bespiedt en een mateloos gevoel van irritatie oproept. Tenminste, bij mij!

Elk kunstwerk heeft zijn eigen kracht van uitdrukking. Van die uitdrukking, van die uiterlijk waarneembare keuze in vorm en kleur, is het afhankelijk of er iets gebeurt met de toeschouwer. Over enkel deze middelen beschikt de kunstenaar om de toeschouwer te bereiken. De emotie of de beleving is het eerste contact dat gelegd wordt tussen kunstenaar en toeschouwer. Los hiervan staat de mate van perfectie in het gebruik van kleur en vorm, Want het is de eerste, irrationele confrontatie met een kunstwerk die ons aanzet tot nadere verkenning, eventueel zelfs aanzet tot een nauwkeurige bestudering van de middelen die de kunstenaar heeft aangewend om mij, de toeschouwer, als het ware deelgenoot te maken van zijn voorgewende werkelijkheid.
Tijdens het wordingsproces van een schilderij heeft de kunstenaar afstand genomen van zijn puur individuele betrokkenheid tot, laat ik het noemen: het onderwerp. De kunstenaar heeft als het ware het exclusieve karakter opgegeven en stelt mij in de gelegenheid om langs de weg van persoonlijke associatie aanknopingspunten te vinden. Een vreemde ontmoeting: ergens op een niet aan te duiden plaats vindt de ontmoeting plaats tussen kunstenaar en toeschouwer, en het tijdstip waarop dat gebeurt is volkomen toevallig. Het kunstwerk fungeert als intermediair tussen twee mensen die, veelal, volkomen anoniem voor elkaar blijven.

Ik noemde al de middelen waarover een kunstenaar beschikt: vorm en kleur. Deze blijven niet op zichzelf staan, want het is juist de combinatie van deze twee middelen die ons het waarneembare verschaft, en dat is wat ik zou willen noemen: de betekenis van de vorm en de kleur tezamen, oftewel de taal van symbolen die de kunstenaar aanwendt om zich uit te drukken. Of het nu realistische of volledig uit de fantasie ontsproten symbolen zijn, is mijns inziens niet van belang. De kunstenaar spreekt in zijn taal, middels zijn gebruik van symbolen. Veel van deze tekens zullen ons bekend zijn. Omdat ze een universeel karakter hebben, of omdat we ze op een eerder moment gezien hebben. Maar er zullen ook tekens zijn die ons vreemd overkomen, tekens waarvan we niet direct de herkomst kunnen afleiden.

Dit is voor mij het boeiende aan het werk van Aras Kareem. Bij de eerste oogopslag biedt het schilderij voldoende aanknopingspunten: de figuratie slaat niet direct alle grond onder mijn voeten vandaan en het eerste contact is gelegd. Onbewust heb ik mij, in een mum van enkele seconden, overgegeven aan een ontmoeting waarvan tijd en plaats volkomen irrelevant zijn, en ga ik op nader onderzoek uit. Al gauw bespeur ik een gevoel van onwennigheid in mijzelf: zijn taal leidt me naar een andere plek. In zijn schilderijen vind ik aanwijzingen waarvan de referentie mij niet duidelijk is. Maar het is net alsof Aras naast me staat, me bij de hand neemt en me behoedt voor dwaling in mijn geest. Deze mogelijkheid van ontmoeting met het onbekende, deze taal van beeltenissen die ogenschijnlijk zo bekend is maar in haar details verwijst naar vreemde herkomst, zou ik de zeggingskracht van het werk van Aras willen noemen.

Het is nacht in de Molukkenstraat. De donkere stilte om me heen stelt me in staat dieper af te dalen in de belevingen van mijn geest. Met Aras als vertrouwde gids verken ik het onbekende, laat ik mij leiden door zijn geschilderde beschrijvingen en voeg ik nieuwe woorden toe aan mijn eigen taal. Zo beleef ik het werk van Aras. Ik wil u hiermee niet voorschrijven hoe u het werk dient te ervaren. Integendeel. Laat u meevoeren op uw eigen beleving en daartoe nodig ik u van harte uit.