OUT OF MESOPOTAMIA

'OUT OF MESOPOTAMIA'
de versplinterde identiteit van de Irakese kunstenaar in diaspora

Er wonen tegen de tachtig beeldende kunstenaars uit Irak in Nederland. Hoewel dit een spectaculair hoog aantal is, is dit voor de Nederlandse kunstwereld een nagenoeg onbekend feit. De belangrijkste oorzaak hiervan is dat de meeste kunstenaars uit Irak begin jaren negentig naar Nederland zijn gekomen als politiek vluchteling. Hierdoor hebben zij vaak nog niet de kans gehad om hun weg te vinden naar de Nederlandse culturele instellingen. Omgekeerd gaat natuurlijk hetzelfde op. De meeste Nederlandse culturele instellingen hebben er vaak geen idee van welke culturele rijkdom er uit deze hoek in Nederland voor handen is. Ook dit is niet zo verwonderlijk. Irak wordt in regel slechts geassocieerd met olie, oorlog en dictatuur. Zoals de mensenrechtenactivist Herman Divendal, die veel gevluchte kunstenaars uit Irak in Nederland heeft opgevangen, eens opmerkte: 'Voor de meeste Nederlanders is Irak slechts een grote zandbak waarin je heel goed kunt oorlog voeren'.

Boven: Dhia Azzawi (Londen), zonder titel, olieverf op doek, 1985
Rechts: Shakir Hassan Al Sa'id (Bagdad), writings on a wall, acryl op doek, 1977

Hoe anders is echter de werkelijkheid. Er wordt vaak vergeten dat Irak het land is van de Eufraat en de Tigris, de historische 'Hof van Eden'. Hier bloeiden ooit de Mesopotamische culturen, de oudste beschavingen van de mensheid. Ook was tot de twaalfde eeuw Bagdad, de hoofdstad van de Abbassidische Khaliefen, het centrum van de Islamitische beschaving. Zelfs het moderne Irak is in cultureel opzicht buitengewoon interessant, hoe onbekend dit in de westerse wereld ook is. Ondanks koloniale overheersing en de daaropvolgende dictatoriale regimes is Irak, qua beeldende kunst, wellicht een van de meest interessante landen van het islamitische Midden Oosten. Al heeft de dictatuur van Saddam Hoessein wel veel vernietigd waardoor de culturele elite van Irak tegenwoordig grotendeels in ballingschap leeft.
Na een vertoning van de videoperformance van de in Rome werkzame kunstenaar, Ali Assaf, Feet of sand (1996), zal ik ingaan op de historische ontwikkeling van het modernisme in de kunsten van Irak. Kunstenaars als Jewad Selim, de grondlegger van de moderne kunstbeweging van Irak, studeerden in de jaren dertig in het westen en keerden terug naar het vaderland met het doel een kunstscene op te zetten, in dienst van het Irakese volk. De meeste van deze kunstenaars waren politiek links georiënteerd en wilden de bevolking van Irak weer een nieuw nationaal zelfbewustzijn geven, tegen de Engelse koloniale

Links: Qassim Alsaedy (Bilthoven), New Rhythms on a wall, assemblage van dobbelstenen, 1998
Rechts: Aras Kareem (Amsterdam), zonder titel, koffie en inkt op papier, 1993

overheersing in, en de in hun ogen reactionaire monarchie. Het verwijzen naar het Mesopotamische erfgoed was hier een essentieel onderdeel van, hoezeer dit later ook door de nationalistische totalitaire
ideologie van de Ba'th partij misbruikt is. Ook werd er gebruik gemaakt van islamitische elementen, die de kunst een sterke 'couleur locale' gaf. De vermenging van traditionele en moderne elementen gaf de Irakese kunst een heel eigen gezicht.
In 1958 kwam de langverwachte revolutie. Het betekende het einde van de monarchie en de Britse overheersing. De meeste kunstenaars stonden dan ook op de barricaden en juichten de nieuwe toekomst van Irak toe. Toch zou de revolutie een heel ander karakter krijgen. Gedurende de jaren zestig volgde de ene na de andere militaire junta elkaar op. In 1968 leidde dit tot de staatsgreep van de Ba'th partij, die tot op heden aan de macht is (de Ba'th, dat in het Arabisch herrijzenis betekent, kan worden gezien als de Arabische variant van het Europese fascisme. De oprichter en ideoloog van de Ba'th partij, de christelijke Syriër Michel Aflaq, heeft zich in grote mate laten inspireren door het gedachtegoed van Hitler en Mussolini ).
Irak maakte een evolutie door van een koloniaal overheerst land naar een militaire dictatuur, werd vervolgens een eenpartijstaat, om te culmineren in een eenpersoonsstaat, na het aantreden van Saddam Hoessein in 1979. De meest prominente dissidente schrijver van Irak, Kanan Makiya, stelt in zijn belangwekkende publicatie The Monument; art vulgarity and responsibility in Iraq (verschenen onder het pseudoniem Samir Al Khalil in 1991) dat de kunsten volstrekt werden geperverteerd door het ideologie van de Ba'th en haar absolute leider Saddam Hoessein. In navolging van de Duitse/ joodse filosofe Hannah Arendt, poneert Makiya de stelling dat de kunsten in Irak een 'perfect huwelijk' zijn aangegaan tussen totalitarisme enerzijds en een geheel nieuwe vorm van vulgariteit anderzijds (zie Arendts invloedrijke werk The banalaty of evil). Overtuigend concludeert Makiya dat er in Irak een nieuwe dimensie is uitgevonden op het gebied van totalitaire kunst, die zelfs veel verder ging dan bijvoorbeeld Albert Speers ontwerpen voor het Berlijn van Nazi Duitsland. Vanzelfsprekend zal ik hier, aan de hand van beeldmateriaal, uitgebreid op ingaan.
Het behoeft dan ook geen betoog dat de overgrote meerderheid van de Irakese kunstenaars tegenwoordig in diaspora is gedreven. Velen van hen zijn door omstandigheden in Nederland terechtgekomen, hoewel er ook in andere westerse landen vele Irakese kunstenaars actief zijn, in regel zonder dat de gevestigde kunstwereld hiervan enige notie heeft. Tekenend is dat zelfs op de Documenta in Kassel, waar toch de hedendaagse kunst van niet-westerse landen centraal staat, de Irakese kunst niet vertegenwoordigd is.
Dit weerhoudt de in ballingschap gedreven Irakese kunstenaars er niet van om kunstwerken te scheppen. Zij doen dit met een grote gedrevenheid en vaak is het werk van een verrassend hoge kwaliteit. Ondanks de diepe tragedie die er vaak achter zit, hoewel je ook kunt stellen dat het soms juist vanwege deze tragedie is, die deze kunst zo relevant maakt. Volgens verschillende deskundigen zal er immers, binnen nu en drie jaar de grote Amerikaanse aanval op Irak komen, met het doel het regime van Saddam Hoessein uit te schakelen. Wat je er ook van mag denken, het grote 'Irak-drama' dreigt zijn ontknoping te naderen.
Dit maakt de artistieke getuigenis van de Irakese kunstenaar in ballingschap actueler dan ooit. Hoewel de meeste westerse curatoren en tentoonstellingsmakers zich er volstrekt niet van bewust zijn wat er zich onder hun ogen plaatsvindt, is het van essentieel belang dat de kunstuitingen van de Irakese ballingen een keer zichtbaar worden gemaakt. Zij schrijven nu geschiedenis, of die nu wordt opgemerkt of niet. Het zal dan ook de Irakese kunstenaar in diaspora zijn, die in mijn voordracht centraal staat. De vaak krachtige beelden zullen het verhaal vertellen.


Floris Schreve

Mijn lezing zal plaatsvinden op woensdag 20 november, te Apeldoorn (Huis voor Schoone Kunsten, Gigant, Neonzaal, Nieuwstraat 377. aanvang: 20.00)

Links: Ali Assaf (Rome), Feet of sand (an immigrant's prayer), performance, 1996
Rechts: Dafir Al Obaidy (Madrid), zonder titel, installatie, 2000

met excuses van de webmaster aan de kunstenaars voor de lage kwaliteit beschikbaar beeldmateriaal