Verborgen Vrouwen II

Verborgen Vrouwen – Informatie over drie kunstenaars

Atousa Bandeh (Teheran (Iran), 1969)
Atousa Bandeh maakt voornamelijk video’s waarin zij autobiografische gegevens combineert met een groot maatschappelijk engagement. Zij verwerkt haar boodschap ofwel in documentaire films of kiest voor de installatievorm.
De bijdrage van Atousa Bandeh aan deze tentoonstelling bestaat uit twee video’s: Under the rain en 365 frames. Beide illustreren de kracht van de vrouw, ook al is zij in de Oosterse maatschappij onzichtbaar.
In de achterbak van een aftandse vrachtwagen worden drie vrouwen vervoerd. In het begin van de rit vallen kleine regendruppels op hen neer, maar al gauw worden de vrouwen door een heftige regenbui aan het oog onttrokken. Wanneer de regen afneemt, doemen zij uiteindelijk weer in de verte op. Het is niet interessant waar zij vandaan komen of waar zij naartoe gaan. Het feit dat de video zich uitspreekt over de positie van vrouwen en een metafoor is voor alle vrouwen die in de anonimiteit leven, is voor de kunstenaar reden geweest deze video te selecteren voor de tentoonstelling. Van de in de regen rijdende vrachtwagen gaat bovendien een mediterende werking uit en de dromerige sfeer van het beeld verhoogt de religieuze beleving ervan.
Atousa Bandeh is in Teheran (Iran) geboren. In Nederland volgde zij de studie sterrenkunde aan de Groningse universiteit. Na een aantal jaren besloot zij echter een bachelors opleiding aan de Kunstacademie Minerva in Groningen te volgen en voltooide haar masters in video en film aan het Sandberg Instituut in Amsterdam. In haar werk reflecteert zij aan de hand van haar persoonlijke ervaringen op maatschappelijke topics, zoals de immigratieproblematiek in haar film My own 1000 square metres. Deze korte film van Atousa Bandeh is meermaals geselecteerd door internationale filmfestivals in Europa en VS. Het laatste jaar was hij genomineerd voor de Bell Canada Awards in Ontario.
De video 365 frames, die op een klein lcd-schermpje in het biechtvertrek te zien is, is een visuele vertelling over een jonge vrouw die iedere dag haar gehandicapte broer kilometers lang meetorst. Ondanks het veel te zware gewicht vindt zij de kracht deze taak te volbrengen. Haar goede daad wordt eindelijk zichtbaar gemaakt. Het verhaal wordt ook vanuit een derde waarnemer verteld, namelijk in de tekst onderaan het beeld. Deze waarnemer is zó geraakt door wat zij ziet dat haar vertelling bijna op een biecht lijkt. Het gebruik van het kleine schermpje benadrukt de intieme beslotenheid van de biechtruimte én het persoonlijke karakter van dit familiedrama.
Under the rain en 365 frames zijn te zien het biechtvertrek van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder: dit vertrek was oorspronkelijk de slaapverdieping van het tweede achterhuis waar pater Petrus Parmentier van 1663 tot 1670 woonde. In 1739 werd de biechtruimte aangebracht; in de rechter ruimte kon de gelovige, knielend voor het traliewerk, de zonden biechten aan de priester.

Soheila Najand (Teheran (Iran), 1957)

Volgens Soheila Najand verwijst de term ‘verborgen vrouwen’ in de huidige tijd – hoewel ze in elke religie en cultuur bestaan – voornamelijk naar islamitische vrouwen. Ook al wonen zij lange tijd in westerse landen, zij mogen zich niet in het openbaar vertonen. Vaak blijkt deze ondergeschikte positie van de vrouw zich ontwikkeld te hebben vanuit een patriarchale maatschappij, waarin beroep gedaan wordt op heilige geschriften.
Hoewel er tussen volken, landen en religies grote verschillen zijn, bestaat er kennelijk een samenhang tussen de mate van democratisering, intellectuele vrijheid en de positie van de vrouw.
Soheila Najand groeide zelf op in Iran, een land waar de vrouw verantwoordelijk is voor de eer van haar man. Wanneer zij deze schaadt, schaadt ze ook de familie-eer. Traditionele rolpatronen blijven dan ook lang ongewijzigd.
Kind van brood is een eerbetoon aan alle vrouwen, van welke religie of welk land ze ook zijn. De video symboliseert de weinig prominente maar levensgrote betekenis van vrouwen in het baren van kinderen. Elk leven biedt nieuwe mogelijkheden, nieuwe kansen op een beter bestaan. Het brood, het meest basale voedsel, heeft de positieve connotatie van universaliteit, democratie en gedeeldheid. Als vluchtelinge is Soheila Najand in 1989 naar Nederland gekomen, waar zij in Arnhem de opleiding tot grafische vormgeving en autonome kunsten volgde.
Regelmatig publiceert zij in de schrijvende media en neemt deel aan talloze debatten. In haar kunst toont zij een duidelijk engagement met maatschappelijke processen.
Kind van brood is te zien in de tussenkamer van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder: Een kleine kamer halverwege de trap zonder direct daglicht, die in de 17de eeuw dienst deed als slaapvertrek voor de familie Hartman, en later voor een kapelaan.

Kostana Banovic (Sarajevo (Bosnië en Herzegovina), 1960)
Kostana Banovic heeft bewust gekozen voor de locatie van de 17de-eeuwse keuken. In haar vroegere installaties en performances gebruikte zij namelijk keukenattributen. Voor haar de link met het ‘vrouw zijn’.
Sommige werken in deze keuken functioneren als zelfstandige tekeningen, terwijl andere, zoals het kleed, in relatie tot de aanwezige gebruiksvoorwerpen meer als onderdeel van een installatie zijn bedoeld. Het tafelkleed lijkt van kant gemaakt maar bestaat uit door de kunstenaar geperforeerd papier. De onafgemaakte staat van het kleed wekt de suggestie dat het kortgeleden terzijde is gelegd.
Op de tekeningen zijn heilige vrouwen en rituele voorwerpen afgebeeld, die soms figuratief dan weer abstract zijn vormgegeven. Het idee staat centraal en niet de representatieve weergave van een persoon.
De techniek van het perforeren in papier is voor Kostana Banovic een vorm van ritueelbeoefening. Door iets uit het papier weg te halen laat zij een spoor achter van haar aanwezigheid. Het prikken met een naald in het zachte materiaal levert bovendien een gevoel van spanning, frustratie maar ook van bevrijding op. Ze maakt als het ware een nieuwe ordening. Tevens refereert de techniek aan alle vrouwen – inclusief de geestelijke maagden- die eeuwenlang borduurden, naaiden en sponnen.
Een terugkerend motief in het werk van Kostana Banovic is het ritueel. Het onderzoek naar en het deelnemen aan deze rituelen weerspiegelt de zoektocht van de kunstenaar naar de puurheid in het dagelijks leven. Daarbij gaat het haar niet zozeer om de beelden maar om de handeling, het repeterend element en de geestesgesteldheid die bij de riten horen.
Het materiaal voor deze twee films heeft Kostana Banovic verzameld in Brazilië. Uitgenodigd als artist in residence heeft ze twee maanden in Sacatar (Bahia) doorgebracht, waar ze onderzoek naar de candomblé rituelen heeft gedaan en aan verschillende ceremonies heeft deelgenomen. De video is een documentatie daarvan.
Candomblé is een religieuze beweging in Zuid-Amerika, die ontstaan is in de tijd van de slavernij. Aangezien het slaven verboden was de Afrikaanse voorouderverering aan te hangen, werd het geloof vermengd met elementen uit de katholieke godsdienst. Vooral vrouwen speelden een belangrijke rol in het in het geheim beoefenen en dus ook in het behoud van deze religie. Het voornaamste kenmerk van Candomblé is het geloof in een parallelle wereld van geesten en in het spiritisme. Door dans, zang, muziek en offerandes wordt een specifieke voorouder of een machtige god gelokt, die zich openbaart aan één van de deelnemers in de ceremonie.
INBETWEEN en TAKEN , Candomblé ceremonies (2007, video) zijn te zien in de 17de-eeuwse keuken van Museum Ons’ Lieve Heer op Solder.