Schrijven onder censuur

Schrijven onder censuur

Herman Divendal

Op 10 mei 1933 werden in Berlijn en in andere universiteitssteden brandstapels opgericht, waar de boeken van ongewenste schrijvers werden verbrand.
De lijst met verboden boeken was lang, er stonden 12400 titels op en van 149 schrijvers het gehele oeuvre – schrijvers die niet alleen in Duitsland, maar in de hele wereld vanwege hun hoogstaand niveau bekend stonden. Ongeveer 25000 boeken werden in de vlammen geworpen, in Berlijn alleen al werden zo'n 800 ton boeken in beslag genomen. Tijdens het in de vlammen werpen van de boeken werden leuzen geroepen, die tesamen welhaast een 'partijprogram' lijken te vormen van de fascisten van toen.

Feuersprüche tijdens de boekverbranding op de Opernplatz in Berlijn:

Eerste roeper: Tegen klassenstrijd en materialisme, voor volksgemeenschap en een idealistische levenshouding! Ik werp in de vlammen de geschriften van Marx en Kautsky.
Tweede roeper: Tegen decadentie en moreel verval! Voor tucht en zede in gezin en staat! Ik werp in de vlammen de geschriften van Heinrich Mann, Ernst Glaeser en Erich Kästner.
Derde roeper: Tegen gesjacher en politiek verraad, voor toewijding aan volk en staat! Ik werp in de vlammen de geschriften van Friedrich Wilhelm Foerster.
Vierde roeper: Tegen de zielsvernietigende overschatting van het driftleven, voor de adel van de menselijke ziel! Ik werp in de vlammen de geschriften van Siegmund Freud.
Vijfde roeper: Tegen vervalsing van onze geschiedenis en ontering van haar grote figuren, voor eerbied voor ons verleden! Ik werp in de vlammen de geschriften van Emil Ludwig en Werner Hegemann.
Zesde roeper: Tegen volksvreemde journalistiek van democratisch-joodsche makelij, voor verantwoordelijke medewerking aan de taak van de nationale opbouw! Ik werp in de vlammen de geschriften van Theodor Wolff en Georg Bernhard.
Zevende roeper: Tegen literair verraad aan de soldaten uit de wereldoorlog, voor opvoeding van het volk in een geest van waarachtigheid! Ik werp in de vlammen de geschriften van Erich Maria Remarque.
Achtste roeper: Tegen laatdunkend geknoei met de Duitse taal, voor de zorg voor het kostbaarste goed van ons volk! Ik werp in de vlammen de geschriften van Alfred Kerr.
Negende roeper: Tegen onbeschaamdheid en aanmatiging, voor achting en eerbied voor de onsterfelijke Duitse volksgeest! Verslindt, vlammen, ook de geschriften van Tucholsky en Ossietzky!

Erich Kästner was – waarschijnlijk als enige van de genoemde schrijvers – getuige bij de verbranding van zijn boeken:

Op 10 mei werden mijn boeken in Berlijn, op het grote plein naast de Staatsopera, door een zekere meneer Goebbels met macaber-plechtige pronk en praal verbrand. Van vierentwintig
Duitse schrijvers, die symbolisch voor altijd moesten worden verdelgd, riep hij triomfantelijk de namen af. Ik was de enige van die vierentwintig die persoonlijk was verschenen om de theatrale brutaliteit bij te wonen.
Ik stond voor de universiteit, ingeklemd tussen studenten in SA-uniform, de bloem van de natie, zag onze boeken in de vlammen vliegen en hoorde de sentimentele tirades van de kleine doortrapte leugenaar. Begrafenisweer hing boven de stad. De kop van een kapotgeslagen borstbeeld van Magnus Hirschfeld was op een lange stok gestoken die, hoog boven de zwijgende mensenmenigte, heen en weer schommelde. Het was walgelijk.
Plotseling riep een schrille vrouwenstem: "Daar staat Kästner!" Een jonge cabaretière, die zich met een collega een weg baande door de menigte, had me zien staan en gaf overdreven luid uiting aan haar opperste verbazing. Ik begon me een beetje onbehaaglijk te voelen. Maar er gebeurde niets. (Ofschoon er in die dagen zeer veel placht te 'gebeuren'.) Ze bleven boeken in het vuur gooien. De tirades van de kleine doortrapte leugenaar bleven klinken. En de gezichten van de bruine studentengarde keken, met de stormriem onder de kin, nog steeds recht vooruit, naar de brandstapel en naar het psalmodiërende, gesticulerende duiveltje.
Het is een vreemd gevoel een verboden schrijver te zijn en je boeken nooit meer te zien op de planken en in de etalages van de boekwinkels. In geen enkele stad van je vaderland.