Jaarverslag 2004

Inleiding
Op 24 september werd de tentoonstelling “Van Azerbeidjan tot Stadskanaal” in Amsterdam geopend. Ze zou vervolgens in Utrecht en den Haag te zien zijn. Het was een bijzondere tentoonstelling doordat  ze a. door vluchtelingen-kunstenaars zelf was geïnitieerd, b. bedoeld was om AIDA in haar strijd om het bestaan artistiek te steunen en c. leidde tot een vruchtbare samenwerking tussen 38 Nederlandse drukkerijen, 38 Nederlandse vormgevers en de 38 gevluchte kunstenaars die meededen aan de tentoonstelling. Zichtbaar resultaat van deze samenwerking was niet alleen de expositie maar ook een (in hoge oplage aangemaakte) koffer met alle affiches die de Nederlandse grafici voor deze gevluchte kunstenaars hadden gemaakt. Deel van deze ‘actie’ was ook een krant, die een actueel én historisch overzicht gaf van de werkzaamheden, principes en doelstellingen van AIDA. In de Actiekrant stond een Open Brief, waarin de kunstenaars zelf wellicht het beste onder woorden brengen welke betekenis AIDA voor hen en voor Nederland heeft. We citeren hieruit het volgende:

“AIDA is en blijft voor gevluchte of ontheemde of geëmigreerde kunstenaars in Nederlands als een veilige haven met een ziel en hart voor de kunst en cultuur. AIDA fungeert als 'de brug' van gevluchte kunstenaars naar de Nederlandse maatschappij. “Voor velen is AIDA de belangrijkste en vaak de eerste band met de kunst en cultuur van Nederland. AIDA geeft steun, begeleidt en wijst de weg in het bureaucratische labyrint waarin de ontheemde kunstenaar gevaar loopt terecht te komen. AIDA creëert omstandigheden en initieert projecten die van levensbelang zijn voor het werk van de kunstenaars in ballingschap. AIDA is een unieke organisatie die het deelnemen aan het culturele leven voor gevluchte kunstenaars in Nederland mogelijk maakt. Het culturele isolement van gevluchte of ontheemde kunstenaars in Nederland wordt door AIDA voorkomen. “Daarnaast hebben de Nederlandse kunstenaars en Nederlandse interculturele maatschappij in het algemeen, ook veel aan AIDA. Voor de culturele participatie en de bevordering daarvan levert AIDA een essentiële bijdrage. De diversiteit en de artistieke kwaliteit van de achterban van AIDA bewijst dit al sinds de oprichting van de Stichting AIDA. AIDA speelt door haar ondersteuning aan gevluchte kunstenaars een belangrijke rol om de mengeling van verschillende culturen in de Nederlandse samenleving, die uit zo veel verschillende nationaliteiten is opgebouwd, gestalte te geven. Bovendien versterken deze kunstenaars via AIDA met hun bijdragen het multidisciplinaire klimaat van kunst en cultuur in Nederland. “AIDA heeft op verschillende manieren bewezen goed in staat te zijn om een intermediair te zijn voor Nederlandse culturele instellingen in samenwerking met buitenlandse kunstenaars. De Nederlandse samenleving erkent dat haar samenleving verandert, en zij vraagt van de in Nederland wonende mensen, die oorspronkelijk uit een ander land komen, om zich een Nederlands burger te voelen. Juist daarom vinden de ondergetekenden het een logisch stap om u te vragen AIDA op een waardig manier te willen behandelen in besluitvormingen waarin zulke wezenlijk maatschappelijke en culturele belangen in het geding zijn.”

AIDA en de overheid
Het jaar 2004 stond voor AIDA voor een belangrijk deel in het teken van de besluitvorming voor de Cultuurnotaperiode 2005-2008, vooral nadat AIDA een negatief advies van de Raad voor Cultuur had gekregen. Daarnaast lieten de ontwikkelingen in verband met de Phenix Foundation en de toekomstige inrichting van de financiering van Culturele Diversiteit AIDA niet onberoerd. Beide ontwikkelingen, enerzijds de afwegingen over de ondersteuningstructuur van instellingen binnen de Cultuurnota en anderzijds de herzieningen rond de inrichting van culturele diversiteit vergden veel overleg en besluitvorming over de eigen positionering, een intensieve deelname aan het publieke debat en tal van activiteiten om alsnog rijkssubsidie te verkrijgen. Een korte schets van de activiteiten met betrekking tot ce Cultuurnota. Nadat wij in 2003 ons beleidsplan voor 2005-2008 hadden opgestuurd, adviseerde de Raad voor Cultuur op19 april 2004 negatief. Het dwong ons op 26 april de mogelijkheid te benutten om in beroep te gaan. Op 23 juni kwam de Raad met een aanvullend advies, waarin hij te kennen gaf geen aanleiding te zien om het advies te herzien.

Op 15 juli kregen wij de gelegenheid om ten overstaan van enkele ambtenaren te reageren en de gevolgen van een subsidieafwijzing toe te lichten. Wij werden daarbij gesteund door een aantal Nederlandse kunstinstellingen die de staatssecretaris met klem verzochten het advies van de Raad voor Cultuur over AIDA niet te volgen. Op 21 september wees de staatssecretaris  het subsidieverzoek van AIDA af. Van 24 september tot en met 18 november 2004 werd door kunstenaars actie gevoerd en werd de tentoonstelling “Van Azerbeidjan tot Stadskanaal” voorbereid, ingericht, en onder grote publieke belangstelling gelanceerd, dit alles om politici te bewegen het besluit van de staatssecretaris te herroepen. De veel tijd vergende acties hadden succes. Niettemin dreigde AIDA verlamd te raken doordat, ook nadat de staatsecretaris had vastgesteld dat AIDA voortaan als kunstondersteunende organisatie aanspraak op subsidie kon maken, O C en W handelde alsof AIDA al was opgeheven. Er was geen enkel contact, en ook geen enkele medewerking onder de moeilijke omstandigheden die voortvloeiden uit de breuk die het advies van de Raad voor Cultuur in de gewone gang van zaken had veroorzaakt. Het bestuur van AIDA richtte zich om die reden op1 februari 2005 per brief tot het Hoofd Kunsten van O C en W. Deze reageerde op 15 februari met een brief waarin hij zijn excuses aanbood en beloofde er alles aan te zullen doen om het contact tussen AIDA en O C en W te verbeteren. Op 22 februari 2005 ontving AIDA de subsidiebeschikking, Ons werd tegelijkertijd opgedragen voor 22 maart een herzien activiteitenplan en een herziene begroting over 2005 op te stellen. Voor 16 april diende tevens een nieuwe aanvraag voor subsidie over de jaren 2006-2008 te worden ingediend.

Werkzaamheden ten behoeve van individuele kunstenaars
Het aantal asielzoekers dat zijn heil zocht in westerse landen, is in jaren niet zo laag geweest. Volgens rapporten van de UNHCR is er in 2004 een daling geweest van 22 procent ten opzichte van 2003, terwijl 2003 al een daling te zien gaf van 20 procent ten opzichte van 2002. Was van deze daling in 2003 nog niet zo veel te merken voor wat betreft de instroom van nieuwe kunstenaars, in 2004 was dit zeker het geval. Gelijktijdig groeide in 2003 en 2004 een andere vraag om bemiddeling.  Een voorbeeld daarvan zijn de gesprekken die AIDA het afgelopen jaar heeft gevoerd met meer dan 60 vluchtelingen-kunstenaars, die aangeslagen zijn door de verharding van het klimaat in Nederland ten aanzien van vreemdelingen. Voor enkele kunstenaars zijn de gevolgen zelfs desastreus. Zij hebben het gevoel niet meer welkom te zijn in Nederland. Andere kunstenaars vrezen dat hun de vluchtelingenstatus zal worden onthouden. Verheugend was daartegenover het feit dat twee kunstenaars in mei 2004 na elf jaar een verblijfsvergunning kregen. Onder de vluchtelingen-kunstenaars groeide de behoefte aan dienstverlening, en directe bemiddeling. Zij zijn veelal al sinds 1990 met AIDA verbonden. Voor hen is de organisatie “de veilige haven”, die in het verslagjaar overigens niet zo veilig bleek, doordat AIDA dreigde opgeheven te worden. In het contact  met deze tientallen kunstenaars gaat het om vragen als  “wat zijn de geschikte podia”; “waar kan tentoongesteld worden”; “hoe een correcte Nederlandse vertaling van een tekst te verkrijgen”; “wie bemiddelt om geschikte subsidieaanvragen te doen”. Zulke vragen heben zich ten opzichte van 2003 in aantal verdubbeld.

Ook in dit verslagjaar heeft AIDA op het gebied van  “het geschreven en gesproken woord” haar jarenlange ervaringen in het veld te nutte weten te maken, vooral door samenwerking met andere instellingen, zoals het Fonds voor de Letteren, de journalistenvereniging On File, de LPA (Literaire Podia Amsterdam), stichting Dunya in Rotterdam, de stichting Poets of All Nations en de stichting PEN Nederland.

Ten aanzien van de beeldend kunstenaars doen zich grotere problemen voor. In het jaarverslag van 2003 hebben wij al kenbaar gemaakt dat zij veel minder ingebed zijn in het reguliere kunstcircuit. Wij namen om die reden het initiatief tot een “Handboek voor de Beeldend Kunstenaar”. Dit is bedoeld voor gevluchte kunstenaars, maar zal ook voor andere niet-westerse kunstenaars een onmisbare informatiebron zijn. Begin 2004 is gestart met de research en het maken van een opzet. Centraal in het handboek is het hoofdstuk “Tien stappen op weg naar een eigen beroepspraktijk’. Voor de inhoud wordt samengewerkt met kunstvakorganisaties en vluchtelingorganisaties zoals de U.A.F. De onzekere toekomst van AIDA heeft dit project onverantwoord vertraagd.

Tot de intensievere samenwerking met de inmiddels hier gesettelde buitenlandse kunstenaars hoorde ook de vraag naar een bepaalde vorm van samenwerking of uitwisseling. In het verslagjaar werden door AIDA op dit punt in vijftig gevallen resultaten geboekt. Het heeft geleid tot een opzet voor een bepaalde publieke vorm van vraag en aanbod, een “open marktplaats”,  met zorg vóór en behoud van privacy.

Een vaste taak van AIDA bleek ook in 2004 weer de steun aan kunststudenten te zijn. Vier studenten van verschillende opleidingen in Nederland konden bij ons terecht voor werkbesprekingen over hun afstudeerproject.

 AIDA’s mediabekendheid leidde in 2004 tot een toename van contacten. In 75 gevallen raadpleegde radio, televisie, krant of weekblad de organisatie bij het voorbereiden van programma”s of artikelen met vluchtelingen-kunstenaars, die konden bijdragen aan het publieke debat. De mediaverzoeken beslaan een uitgebreid terrein: van specifieke kennis over een bepaalde buitenlandse regio in het nieuws tot het lezen van een gedicht over ontworteling en ontheemd zijn.

Ook van andere zijde werd AIDA weer op haar expertise over bepaalde gevaarlijke (oorlogs)gebieden aangesproken. In 2004 was dat tien keer. Gebeurde dit in het verleden vooral door advocaten in verband met een asielaanvraag, in dit verslagjaar werd AIDA ook benaderd door kunstinstellingen, zoals een galerie die een tentoonstelling met kunstenaars uit het Midden-Oosten wilde organiseren, of door een fondsorganisatie. Omdat de AIDA-coördinator het Fonds voor de Letteren op intercultureel terrein adviseert, werd ook hier de AIDA-expertise doorgegeven, bijvoorbeeld voor subsidie-aanvragen door Turkse schrijvers.

AIDA droeg ook zelf bij aan publicaties. In de reeks Cultuur en Miigratie in Nederland, geïnitieerd en gesteund door het Prins Bernhard Fonds, waarin de verandering van Nederland dor de komst van buitenlanders centraal staat, werd de “Balkan in de Lage landen” aan de orde gesteld.
Op verzoek van de Dansk Kunstnerraad – Council of Danish Artists – werd een artikel geleverd over het klimaat in Nederland na de moord op Theo van Gogh. Het essay verscheen in de Nieuwsbrief van de raad van december 2004. Het werd ook in de Nieuwsbrief van Arti et Amicitiae gepubliceerd. Het verscheen in het Engels in de Verenigde Staten op de site “Moslim-organisaties tegen terrorisme”.
AIDA maakte de publicatie in Nederland mogelijk van een Franse publicatie over de islam-problematiek door de Iraanse Chahdortt Djavann uit Parijs. Haar werk verscheen bij uitgeverij Contact onder de titel: “Weg met de Sluier”.

Projecten
AIDA heeft in 2004 intensief haar kennis van zaken moeten aanspreken bij verschillende projecten van derden. Een kleine opsomming:
De muziektheatervoorstelling “Heart of Darkness” door theatergezelschap ’t Barre Land uit Utrecht in coproductie met Muzieklab Brabant. De bijdrage van AIDA kan men slechts terugvinden in de flyer voor het programma onder het kopje “met dank aan”. En zo hoort het ook.
 “Hidden Stories in the Netherlands”, dat de British Council in samenwerking met het Noord Nederlands Toneel wil realiseren.
Een boek van Lesley Krueger uit Canada , die bij haar research in Nederland werd geholpen.
De voordracht van de Syrische dichter Faraj Bayraqdar door het Fonds voor de Letteren voor de Free Word Award. Op het Dunya Festival eind mei 2004 kreeg Bayraqdar deze prijs van 5000 euro uit handen van mevrouw Neelie Kroes.
De stichting Social Image en haar project “26.000 gezichten”, dat ten doel heeft uitgeprocedeerde asielzoekers in beeld te brengen. AIDA verstrekte adviezen aan afzonderlijke filmers en nam – op verzoek van de stichting – zitting in het aanbevelingscomité.

Bij al deze projecten werken wij, uiteraard, op de achtergrond. Meer op de voorgrond treedt de organisatie bij eigen projecten. Ook hiervan een paar voorbeelden uit het verslagjaar. Elke activiteit vindt op een zeker tijdstrip binnen een zeker jaar plaats, de weg die hiervoor afgelegd wordt bestrijkt soms een kort moment, soms meerdere jaren. Wie had bijvoorbeeld in 1996 kunnen bedenken, dat de tentoonstelling “Vrijheid inDruk” in september 2004 onder de naam “Coincidental Residence” tentoongesteld zou worden in Novi Sad (voormalig Joegoslavië). En wie weet nog dat deze zeefdrukken van 6 ex-Joegoslaven, 5 Iraniërs, 1 Chinees, 1 Siberiër, 1 Armeniër en 1 Koerd het resultaat waren van een campagne die in mei 1992 gestart was om asielkunstenaars onder de publieke aandacht te brengen, maar door zijn vorm een handige oplossing bood voor de enorme vraag naar tentoonstellingen met niet-westerse kunstenaars bij lokale vluchtelingenwerkgroepen en maatschappelijke instellingen?

 Het brengt ons op het wereldwijd bekend geworden project Bam van de Iraanse fotografe Parisa Damandan. Wie had tijdens het eerste contact in september 1995 kunnen bevroeden dat met behulp van AIDA in november 2004 bij de belangrijkste uitgever in het westen over het Midden-Oosten, Al Saqi Books in Londen, een indrukwekkend boek onder haar naam zou verschijnen: “Portrait Photographs from Isfahan. Faces in Transition 1920–1950”. In het boek schreef Josephine van Bennekom over deze unieke foto’s. Het project Bam begon  met de aardbeving in genoemde plaats. Paris Damandan ging er heen om, fotografisch gesproken, te redden wat er te redden viel. In twee weken tijd heeft Parisa duizenden negatieven verzameld. Op 7 januari 2004 vroeg zij AIDA om hulp. Wij begonnen een campagne. Een drukkerij maakte 8000 flyers die gericht werden verspreid. Als gevolg van de financiële steun die AIDA aldus verwierf, besloten de NCDO en het Prins Claus Fonds ook te helpen. Er werd nauw met het Fotomuseum Nederland samengewerkt. In Vrij Nederland verscheen een reportage over de geredde foto’s uit de verwoeste stad. Aliona van der Horst begon aan een filmdocumentaire over de foto’s van Bam. Hij zal dit jaar op de IDFA in première gaan.

Het laatste Avondmaal van Schrijvers

Een zeer omvangrijk project was Het laatste Avondmaal der Schrijvers. In een theatrale setting speelden dertien schrijvers de bijbelse maaltijd na, naar het beeld van Leonardo da Vinci in de Santa Maria delle Grazie te Milaan. Regisseur was Ide van Heiningen. De schrijvers waren onderverdeeld in vier groepen, die elk een literair genre vertegenwoordigen. Aan tafel waren de volgende scrhijvers genood: Ad Zuiderent, Mustafa Stotou, Mary Michon, Ruben van Gogh, Judith Koelemeijer, Wim Hofman, Ibrahim Selman, Ted van Lieshout, Amir Afrassiabi, Fouad Laroui, Patricia Lasoen, Carry Slee en Herman Pleij. Dit project werd met de Rode Hoed georganiseerd. Het was de afsluiting van het festival ‘Aan Tafel!’, dat door de Literaire Podia Amsterdam was opgezet.  Het programma heeft onder schrijvers en publiek, maar ook onder de deelnemende Amsterdamse instellingen veel stof tot nadenken gegeven, zowel over de vorm van literaire programma’s, als over de invulling van te kiezen themata. Vooral het doen deelnemen van schrijvers met een niet-Nederlandse achtergrond werd doorgezet bij de voorbereidingen in 2004 van het literaire festival in 2005: “Writing on the edge – Gevaarlijke literatuur”.
 

Het project Streamtime
Veel tijd en aandacht vroeg ook de stichting-in-oprichting “Streamtime”, die ijvert voor vrije media in Irak. Een aantal projecten werd opgezet, door HIVOS gefinancierd. De projecten doen research in de regio zelf en leggen verbindingen tussen groepen en personen uit Irak met de uit dit land komende ballingen die wonen en werken in met name Nederland. Op hun beurt onderhouden de ballingengroepen in Nederland contacten met collega’s en vrienden in andere landen, zoals Engeland en Denemarken.
Wij hielpen Streamtime met de logistieke organisatie, waarbij we gebruik maken van onze ervaring bij het organiseren van evenementen en culturele programma’s die verschillende vluchtelingen met elkaar in contact brengen. De verrichtingen van “Streamtime” zijn geboekt in het Year Report 2004, dat te vinden is op www.streamtime.org.

Van Azerbeidjan tot Stadskanaal

Het eerste advies van de Raad voor Cultuur over AIDA veroorzaakte een golf van verbazing onder kunstenaars en kunstinstellingen. Menigeen klom in de pen, hetzij om AIDA te steunen, hetzij om de staatssecretaris persoonlijk aan te spreken, hetzij om Kamerleden te alarmeren. De geschiedenis is bekend. Een belangrijk gevolg van een en ander was de tentoonstelling “Van Azerbeidjan tot Stadskanaal”, die duidelijk maakte hoe de jarenlange inzet van AIDA voor intensieve samenwerking op intercultureel terrein werd gewaardeerd. Spontaan stelden kunstenaarsvereniging Arti et Amicitiae, muziekcentrum Vredenburg en de Koninklijke Schouwburg te Den Haag hun ruimte ter beschikking, toen 37 AIDA-kunstenaars kenbaar maakten dat ze een grote overzichtstentoonstelling wilden organiseren om ‘de helper te helpen’. Het verzoek van Vluchtelingwerk Nederland om deze tentoonstelling tot een bijdrage aan haar 25-jarig bestaansfeest te maken, was een enorme stimulans. Ook het besluit van de Koninklijke Schouwburg in Den Haag was dat. Inspirerend was tevens dat de schrijvers onder de gevluchte kunstenaars meededen. Het leidde tot twee literaire avonden, één in Arti et Amicitiae (30 september) en één in de Koninklijke Schouwburg (9 november). Steun van een drukkerij had tot gevolg dat andere drukkers meededen en het plan geboren werd om vooraanstaande Nederlandse grafici te vragen voor alle deelnemende kunstenaars een affiche te ontwerpen. Drukkerijen in het hele land gingen aan de slag met een voor hen onbekende kunstenaar en vormgever. Op het laatste moment bood een drukkerij aan om een actiekrant (10.000 exemplaren) te drukken. Vanaf 14 september kwam de kunstenaars uit het hele land hun schilderijen naar AIDA brengen. Vanaf 21 september kon al het materiaal naar Arti verhuisd worden. Op 24 september 2004 werd de tentoonstelling door Anna Tilroe en Jihad Abousleiman geopend. Er deden zeker 150 mensen mee aan “Van Azerbeidjan tot Stadskanaal” .Het zijn:

Deelnemende kunstenaars: Peter Lazarov (Bulgaria/Groningen), Aleksandr Bobkin (ex-USSR/Wychen), Ludmila Bessonova (ex-USSR/Wychen), Tatjana Macic (former Yugoslavia/Amsterdam), Nena Sesic-Fiser (former Yugoslavia/Utrecht), Farhad Foroutanian (Iran/Rotterdam), Karim Traidia (Algerije/Haarlem), Adil Elsanoussi (Sudan/Rotterdam), Vuk Janic (former Yugoslavia/Amsterdam), Jihad Abousleiman (Lebanon/Amsterdam), Mustafa Hussain (Sudan/Groningen), Amiran Tchikhinashvili (Georgia/Den Haag), Rasim Huseynov (Azerbeidjan/Stadskanaal), Wava Rustamova (Azerbeidjan/Stadskanaal), Persheng Warzandegan (Iran/Enschede), Dragan Despotovic (former Yugoslavia/Amsterdam), Aras Kareem (Iraq/Amsterdam), Gregory Kohelet (Oezbekistan/Leerdam), Ashti Shegani (Iraq/Roosendaal), Dragan Gucunski (former Yugoslavia/Andelst), Ramaz Gojati (Georgia/Amsterdam), Tamar Roozenbladt (Israel/Amsterdam), Hoshyar Saeed (Iraq/Amsterdam), Abdinasser Mahmud Ibrahim (Somalië/overleden), Shafiq Soroush (Afghanistan/Leidschendam), Gotscha Lagidse (Georgia/Roosendaal), Norow Denzen (Mongolië/Dalem), Senad Alic (former Yugoslavia/ Amsterdam), Leyli Golsar (Iran/Arnhem), Shefqet Emini (former Yugoslavia/Weert), Adela Dashtban (Afghanistan/Amersfoort), Safaa Abdul Hamid Khazal (Iraq/Dalem), Omar Dafa Allah (Sudan/Beilen), Maysara Salih, (Sudan/Brummen), Nail Celovic (former Yugoslavia/Voorburg), Maria Uzoni (Rumania/Amsterdam), Zorica Lapcevic (former Yugoslavia/Amsterdam), Zhan Hong Liao (China/Vlaardingen), Qiangli Liang (China/Vlaardingen).
Deelnemende schrijvers en musici: Shakila Azizzada (poëzie, Afghanistan/ IJsselstein), Ingejan Ligthart Schenk (acteur, 't barre land/Utrecht), Nasser Fakhteh (korte verhalen, Iran/Amsterdam), Ramon Haniotis (poëzie, Uruguay/Amsterdam), muziekformatie van Tjitze Vogel (contrabas, Musicworld Series/Utrecht) en Gijs Levelt (trompet, Karnaticclub/Amsterdam), Stipo Jelec (korte verhalen/acteur, former Yugoslavia/Amsterdam), Ibrahim Selman (poëzie, Kurdistan/Amsterdam). Amir Afrassiabi (poëzie, Iran/Rotterdam), Ali Albazzaz (poëzie, Iraq/Amsterdam), Snezana Bukal (korte verhalen, former Yugoslavia/Amsterdam), Demspey trio (Michael van Hoogenhuyze, Maarten Wiskam Ferry Rigault), (Leidse musici voor dichters op muziek), Juan Heinsohn Huala (poëzie, Chili/Rotterdam), Mariwan Kanie (korte verhalen/poëzie, Iraaks Kurdistan/Amsterdam).
Deelnemende vormgevers: Melle Hammer (Amsterdam), Hennipman & Schalken (Utrecht/Amsterdam), Floris Tilanus (Amsterdam), Esther Boukema (Amsterdam), Carolien Nugteren (Amsterdam), Suggestie & Illusie (Utrecht), Studio Boem (Amsterdam), InBeelding (Amsterdam), Martin Veltman, Wiek Molin – St. Weerdruk (Amsterdam), Niels Verberne (Eindhoven), Gabriëlle Franziska Götz – Ambulant Design (Amsterdam), Ivo Schmetz – Solar (Amsterdam), Ad van Helmond (Amsterdam), Wouter van Eijck – Joseph Plateau (Amsterdam), Ton Verhees (Amsterdam), Anya Troost (Amsterdam), Martijn Luns (Amsterdam), Caroline de Lint (Voorburg), Leo Verhallen (Den Bosch), Bart de Haas (Amsterdam), Ivo Sikkema (Amsterdam), Els Kerremans (Den Haag), Ronald Timmermans (Bloemendaal), Emma van Lohuizen (Amsterdam), Steven van der Gaauw (Kolderveen), Studio Dumbar (Rotterdam), Piet Gerards en Wieneke Goorts (Amsterdam), Remco Crouwel (Twente), Maartje van Nimwegen (Amsterdam), Roel Gerlagh (Amsterdam), Ad Broeders (Noord-Brabant), René Knip (Amsterdam), NAP Design (Amsterdam), Koos Staal/Staal & Duiker (Haren), Trees Waarlé (Amsterdam), Erik Vos (Arnhem), Peter Hovius – Total Identity (Amsterdam), Edith Cremers (Amsterdam), Jan Boeijink (Amsterdam).
Deelnemende Drukkerijen: Drukkerij PrimaveraQuint (Amsterdam), Drukkerij Raddraaier (Amsterdam), Drukkerij Calff & Meischke (Amsterdam), Drukkerij Jan de Jong (Amsterdam), Woeste Vis (Amsterdam), Drukkerij Terts (Amsterdam), Drukkerij Rob Stolk (Amsterdam), Drukkerij Bevrijding (Amsterdam), Drukkerij van Soelen (Amsterdam), SSP (Amsterdam), Samenwerkende Drukkerijen Amsterdam (Amsterdam), Ruparo (Amsterdam), USP (Utrecht), Drukkerij Ando (Den Haag), Drukkerij Drukgoed (Amsterdam), Spant Zeefdrukkerij (Utrecht), Drukkerij Elco (Amsterdam), Drukkerij Mittelmeijer (Amsterdam), PlantijnCasparie (Eindhoven), PlantijnCasparie (Capelle a/d IJssel), Drukkerij Giethoorn ten Brink (Meppel), Drukkerij Tripiti (Rotterdam), Drukkerij DEA (Amsterdam), Drukkerij M. Spruijt (Amsterdam), Drukkerij Koenders & Van Steyn (Badhoevedorp), Drukkerij Mezclado (Tilburg), Drukkerij Stolwijk (Duivendrecht), Drukkerij Albani ( Den Haag), Drukkerij van Gerwen (Den Bosch), Drukkerij Twenthe (Enschede), Flevodruk (Harderwijk), Spinhex Industrie (Amsterdam), Drukkerij Rosbeek (Nuth), Joos Mooi Drukwerk (Amsterdam), Drukkerij Kempers (Aalten), Van den Berg's Drukkerij BV (Maarn), De Maasstad (Rotterdam), Drukkerij Leeuwenberg (Amsterdam), Drukkerij De Rijn (Velp), Drukkerij Douma (Dokkum), Drukkerij Dijkman (Diemen).
Overige bijdragen: Image Degree Zero (Amsterdam, lithografie), Reproscan (Deventer, lithografie), Colorset (Amsterdam, lithografie), Helma Peters Fotografie (Amsterdam, fotogafie), Emilio Brizzi Photography (Amsterdam, fotografie), Jan Harm Lieftinck (Amsterdam, Djeeks PDF Formulieren), Bestevaer TC (Oosterhout,  ontwerp en dtp studio), Edit Point (Amsterdam, postproduction facilities).

De tentoonstellingsactie heeft het uiterste gevergd van een organisatie die normaal gesproken voor dit omvangrijke project te klein is. Het vele werk dat daarvoor gedaan moest worden, lukte gelijktijdig ook weer heel soepel. Veel kunstenaars hoefden alleen maar even gebeld te worden, of zij stonden al weer klaar om de schilderijen in te pakken, te verhuizen, de tentoonstelling op te bouwen, af te breken. De reacties op de tentoonstelling zelf waren overweldigend. Bij de opening ervan op 24 september waren meer dan 600 mensen, het dagelijkse bezoek daarna was meer dan gemiddeld. De bezoekers, de kijkers van de tentoonstelling, werden verrast door de hoge kwaliteit en grote diversiteit van een prachtige tentoonstelling. In Utrecht en Den Haag hebben veel passsanten onverwachts kennisgemaakt met werk van buitenlandse kunstenaars. Wie de uiteindelijke kosten berekend komt op bedragen die voor AIDA ondenkbaar zijn. Alleen de kosten van de affichekoffer worden al geschat op € 80,00, hetgeen neerkomt op een schenking van € 40.000,00. Alle medewerkers aan het project, de schrijvers en musici, de inrichters van de tentoonstelling, de huur en het gebruik van de drie locaties, en zo voort, alles is bij wijze van steun aan de actie om niet aan AIDA geschonken.

Educatieve projecten

In 2003 werd de samenwerking met het Gerrit van der Veen College in Amsterdam bij het project “Vijftig Ontmoetingen” met succes afgerond. Het betekende dat wij een vorm hadden gevonden om mee door te gaan. Ook andere scholen blijken geïnteresseerd in projecten over niet-Westerse kunst, indien opgezet zoals dit AIDA-project. Een standaardprocedure daarbij is: gebruik maken van de deskundigheid die er is.  Voor de muziek was dat in dit geval de Stichting Music World Promotions (Utrecht), waarmee wij eerder succesvol samenwerkten bij drie “Literaire Concerten”, een ontmoeting tussen dichters en musici uit verschillende regio’s in de wereld. AIDA werkte verder aan “Muziek ontvreemd”, een proefproject, dat een lesmodule moet opleveren voor de derde en vierde klassen van het voortgezet onderwijs in de grote steden. De inhoud behelst muziek en uitleg over geschiedenis en cultuur door musici uit bijvoorbeeld Marokko, Turkije, Iran, Schotland, Joegoslavië en Oeigoeristan.

Website www.aidainternational.nl
In 2004 is de website uitgegroeid tot een van de belangrijkste databases van en informatiebronnen over culturele diversiteit in Nederland. Dankzij de continue informatiegroei van de website is het publieksbereik groot geworden. De reacties zijn positief. Belangrijk is dat de website vluchtelingen-kunstenaars de mogelijkheid biedt zich aan een Nederlands publiek te presenteren. De site van AIDA heeft zich gelijkwaardig gepositioneerd als de site van instellingen zoals het Theater Instituut, of Kunstenaars & Co. Het bezoekersaantal heeft zich in één jaar tijd verdubbeld van 10.000 naar 20.000 bezoekers per maand. De sterk gegroeide functie van de website vraagt om een continue beroepsmatige  begeleiding. De ervaringen in het verslagjaar hebben ons gesterkt in die mening. Een website heeft alleen zin, als hij tot en met bij de tijd is, wat niet alleen deskundigheid vraagt, maar ook veel tijd. AIDA doet het tot nut oe met één vrijwilliger.

Amsterdam, 18 maart 2004